De lucht rond Schiphol wordt iets frisser

Drie technische bedrijven, waaronder Imtech, hebben een manier gevonden om kerosinedamp op te vangen. Het ‘tankstation’ van Schiphol wordt daardoor stroomleverancier en gaat daar geld mee verdienen.

Wie Schiphol nadert, kan dat meestal goed ruiken: de miljoenen liters kerosinedamp die jaarlijks de lucht in gaan, zorgen voor een penetrante geur rond de luchthaven. De damp is niet alleen afkomstig van de vliegtuigen, ook bij het tanken komt er damp vrij.

Voor Aircraft Fuel Supply (AFS), het bedrijf dat alle vliegtuigen op Schiphol van brandstof voorziet, was echter niet het milieu, maar de arbeidsomstandigheden van de chauffeurs van de tankwagens de belangrijkste drijfveer om een oplossing te zoeken voor de damp. „In verband met de veiligheid moeten chauffeurs tijdens het tanken buiten hun wagen wachten en dus ademen ze die kerosinedamp in”, legt Max Koolschijn van technisch dienstverlener Imtech uit. Samen met milieutechnologiebedrijf BioSoil en Ipco Power, gespecialiseerd in dampverwerkingsinstallaties, ontwikkelde Imtech in opdracht van AFS een systeem waarbij de damp uit tankauto’s wordt opgevangen en vervolgens door een speciale motor wordt omgezet in warmte en elektriciteit (zie schema). „Als er milieu-eisen zouden gelden voor de uitstoot van kerosine zou dit systeem waarschijnlijk veel eerder zijn uitgedacht”, aldus Koolschijn. „Nu is het aan arbo-eisen en aan de hoge brandstofprijs te danken dat de kerosinedamp uit de tankwagens opgevangen gaat worden.”

Het probleem van de kerosinedamp rond luchthavens is groot. Op Schiphol verliezen alle tankwagens bij elkaar per jaar 1 miljoen kuub aan kerosinedamp. AFS vult dagelijks circa 150 tankwagens, die elk maximaal 5.000 liter kerosine meenemen uit de brandstoftanks die op het terrein van AFS, aan de rand van de Kaagbaan, staan. AFS is verantwoordelijk voor circa 15 procent van de totale hoeveelheid kerosinedamp op Schiphol: die komt vrij bij het vullen van de tankauto’s, bij het tanken van vliegtuigen en uit de opslagtanks. Het grootste deel van de damp ontstaat echter bij het starten en landen van de vliegtuigen. „Daar kun je alleen iets aan verbeteren door een zuiniger manier van starten en landen en met energiezuiniger vliegtuigen”, aldus Koolschijn. Ook het opvangen van damp bij het tanken van vliegtuigen is lastig, omdat verschillende typen vliegtuigen op verschillende plaatsen ontluchtingsgaten hebben. „Om dat probleem op te lossen, zouden vliegtuigbouwers moeten afspreken dat ontluchtingsgaten altijd op dezelfde plaats worden geplaatst, net als de vulopening. Maar voor het zo ver is, zijn we tientallen jaren verder.”

AFS is het eerste luchthaventankbedrijf ter wereld dat kerosinedamp gaat omzetten in stroom en warmte. Overheidssubsidie krijgt Airport Emission Control, het consortium van BioSoil, Imtech en Ipco Power, niet, omdat de technologie relatief goedkoop is (iets minder dan 1 miljoen euro) en zichzelf binnen zes tot zeven jaar terugverdient, zodra AFS energie gaat leveren aan het elektriciteitsnet van Schiphol. Vanaf 2013 hoopt AFS daarmee jaarlijks 200.000 euro te verdienen.

Het opvangen van de damp uit tankauto’s wordt een allereerste begin van de oplossing voor de kerosinedampen op Schiphol, als het aan Imtech, Biosoil en Ipco Power ligt: als het nieuwe systeem, dat nu wordt getest, begin volgend jaar werkt, vermindert de totale uitstoot met 1,5 procent. Daarna wil Airport Emission Control een retoursysteem verzinnen voor de damp die opstijgt uit de tien opslagtanks van AFS. Lukt dat, dan wordt in totaal 7,5 procent van de kerosinedamp op Schiphol opgevangen. Ook zijn er snuffelpalen geplaatst om kerosinedampen of andere schadelijke lekkages te detecteren.

Op internationale luchthavenbeurzen trekt Airport Emission Control inmiddels veel belangstelling van andere luchthavens, aldus Koolschijn. Maar contracten zijn er nog niet gesloten, omdat gegadigden het systeem eerst in werking willen zien. „We hebben een lijst opgesteld van twintig Europese luchthavens waarvan we hopen dat ze ons systeem kopen. Maar het liefst zien we natuurlijk dat Brussel de opvang van kerosinedamp verplicht stelt.”