De lezer schrijft over levensgrote advertentie op redactionele pagina

Tot mijn verdriet trof ik in de krant van 12 oktober voor de tweede keer in enkele weken een levensgrote kleurenadvertentie midden op een redactionele pagina. En dat nog wel op pagina vijf. U bent kennelijk van plan de New York Times achterna te gaan, waar de redactie het nieuws mag brengen in de marges van de advertenties.

Dat zal ten koste gaan van ontelbaar veel extra bomen, nog afgezien van de ergernis van uw lezers.

Kitty Kilian

Utrecht

De krant antwoordt

Het was inderdaad een grote advertentie die op 12 oktober ongeveer een kwart van de twee buitenlandpagina’s besloeg. Maar zo’n grote advertentie gaat in principe niet ten koste van redactiekolommen. Wordt er zo’n zogeheten ‘super IM’ op een redactiepagina geplaatst en we komen daardoor in redactionele ruimtenood, dan kunnen we elders in de krant extra ruimte maken.

In dit geval had de redactie buitenland geen behoefte aan extra redactiekolommen en heeft het dus geen extra papier of bomen gekost. Overigens worden kranten grotendeels gemaakt van gebruikt papier.

We zijn niet van plan ooit een krant te maken met het nieuws in de marge van de advertenties. Maar een krant moet een levend wezen zijn en bij leven horen voor een krant ook advertenties.

Advertenties maken het bovendien mede mogelijk dat er überhaupt redactionele pagina’s zijn. Als we een krant zonder advertenties zouden maken, zouden lezers veel meer moeten betalen voor hun krant; nu zorgen advertenties voor ruim eenderde van onze inkomsten.

Dat betekent niet dat we overal maar ‘super IM’s’ willen hebben. Met de advertentieverkopers zijn afspraken gemaakt over het maximum aantal advertentiemillimeters dat op een redactiepagina mag staan. Met de bovengenoemde advertentie, die stond op een zogeheten ‘premiumpositie’ waar de adverteerder extra voor betaalt, was dat maximum overschreden. En dat staan we maar met mate toe.

In de krant onderscheiden we twee soorten advertenties: de zogeheten Gewone Advertenties (GA’s) die op een advertentiepagina staan en de Ingezonden Mededelingen (IM’s), die op redactiepagina’s staan. Op de redactionele pagina’s is het aandeel IM’s ruwweg 5 procent, terwijl de totale verhouding advertentie- tegenover redactieruimte een op vier is – en dat is volgens mij zeker acceptabel.

Uit recent onderzoek van het Cebuco, het Centraal Bureau Courantenpubliciteit, naar de kwaliteit en beleving van dagbladmerken, blijkt dat de zogeheten ‘reclamebeleving’ van krantenlezers over het algemeen positief is. Slechts 16 procent ergert zich eraan, tegenover 81 procent van de televisiekijkers. Van de krantenlezers vindt 56 procent de reclame nuttige informatie tegenover 7 procent van de televisiekijkers.

Maar we blijven natuurlijk ook benieuwd naar wat de lezers van onze krant hiervan vinden.

Birgit Donker Hoofdredacteur

Reacties:

nrc.nl/lezerschrijft

Nieuwe kwesties:

lezerschrijft@nrc.nl