De gulden middenweg is een overwoekerd zandpad

Een paar dagen geleden, twee weken voor Hervormingsdag, stond er een manifest in deze krant, geplaatst door PwC PricewaterhouseCoopers, een van de grootste accountantsfirma’s ter wereld en daar de Nederlandse afdeling van. ‘Minder regels is goed, maar andere regels is nog beter’, stond erboven. Volgens de tekst is iedereen het erover eens dat er gesnoeid moet worden in regelgeving, maar in de praktijk komt er voor elke geschrapte regel steeds ten minste één nieuwe in de plaats. Dus ‘waarom niet de oude regelgeving opzijgezet om de grote sprong te maken naar een principles-based aanpak?’

Dat iedereen de buik vol heeft van regels en richtlijnen, dat klopt wel. Ooit stelden we vast dat ‘meten is weten’, en met grote overgave gingen we met zijn allen vaststellen wat er allemaal te meten viel. Dan zouden we ook alles weten en wat was er wenselijker dan dat? Het was als de belofte van de slang in het paradijs, die Eva zei dat ze aan God gelijk zou worden. Misschien had hij gelijk, maar zij werd er niet blijer van. Ook bij ons pakte het anders uit. We meten intussen alles wat er te meten valt, we komen om in de cijfers en de rapportages, maar zelden hebben we het gevoel dat we er ook wijzer van worden. Dan vermoeden we dat dat komt doordat er nog een laatste variabele is die we nog niet weten, en ook die gaan we vervolgens met de meetlat te lijf. Zo worden we als het dorp dat zo bang was voor brand dat iedereen bij de brandweer ging. Brand kwam er niet, maar ze gingen allemaal dood van de honger.

Zo heeft PwC dus wel een punt als het gaat om het dreigende failliet van het regelsysteem. Alleen de voorgestelde remedie, de grote sprong naar een principles-based aanpak, is wonderlijk. Want principes is waar we vandaan komen. In de accountantswereld werden de eerste kleine boompjes in het nu gegroeide regelwoud omstreeks 1960 geplant door de Amerikaanse Accounting Principles Board (APB). Dat beviel kennelijk niet, want de APB werd in 1973 opgevolgd door de FASB, de Financial Accounting Standards Board. Van principes naar standaards dus, van beoordeling naar meetlat. Van die standards zijn er intussen meer dan 150 gepubliceerd – door de accountantswereld zelf, dus wie klaagt er over regels?

Wat was er mis met accounting principles, dat ze moesten wijken voor accounting standards? Ik kan twee dingen bedenken. Ten eerste kunnen principes alleen een rol spelen als er mensen zijn die ze verdedigen. Die moeten vooraanstaand zijn en algemeen gerespecteerd. Die mensen, als ze er ooit al waren, hebben we afgeschaft, want hoe kwamen ze erbij dat ze beter waren dan wij? Respecteren, dat doen we niet meer. Dan hebben we nog liever regels die altijd geldig zijn zonder rekening te houden met personen of omstandigheden. Daar heeft tenminste iedereen in gelijke mate last van. Het tweede is dat we een binair en digitaal wereldbeeld hebben ontwikkeld. Het is nul of een, dit of dat, vooruit of achteruit en altijd met volle kracht. De gulden middenweg is een overwoekerd zandpad geworden. Als iets de ene kant uit niet werkt, moet het dus de andere kant uit. Als we met regels niet de perfectie bereiken, dan hebben we óf niet genoeg geregeld en moeten we extra gas geven, óf het roer moet helemaal om. Dan zal principle-based ons redden.

Kunnen we niet een keer hardop zeggen wat we allemaal al weten? Namelijk dat je niet iedere stap in het leven kunt doen op basis van principes? Zoveel tijd is er niet om na te denken en te overwegen. Regels helpen ons de dag door. Om half negen moeten de kinderen bijvoorbeeld op school zijn en alleen maar snoep eten doen we gewoon niet. Soms veroorzaken die regels problemen. Dan moeten we kijken waar ze wringen met onze principes. Zoals het principe van goed werkgeverschap, dat PwC als voorbeeld geeft. Maar PwC noemt ook zorgplicht. Dat is geen principe maar een regel, een eis: je móét. Misschien moeten we nog even wachten met dat principle based werken. Het klinkt wel goed maar we zijn het er niet over eens wat het betekent.

PwC heeft het over een grote sprong. Dat is een riskante versimpeling. We hebben problemen met de regels, dan zijn principes nu het antwoord. Het brood is flauw dus voortaan bakken we met alleen zout en geen meel. We vergeten dat de regels wel werken, ook al werken ze slecht. Het gaat er niet om dat we ‘de oude regelgeving opzijzetten’, maar dat we aan principes de hun toekomende plaats geven. En dat er mensen opstaan die ze verdedigen. Dan gaat het niet om een grote sprong maar om opschuiven, een stukje, en kijken met welke mix van regels en principes het beste product uit de oven komt. Dan passen we regels toe waar ze praktisch zijn, en principes waar de regels schade of pijn veroorzaken.

Intussen kunnen de accountants van PwC alvast een beetje principle based werk in de broodmix doen, en ook hun cliënten bijpraten over hoe het werkt en wat de voordelen zijn. Die zijn er genoeg. Om te beginnen kunnen er horden mensen weg uit de maatschappelijke brandweerkazernes. Die kunnen gaan zorgen of onderwijzen of programmeren in plaats van te meten hoe anderen het doen.

Mensen in kantoren en fabrieken zullen een beetje meer hun hoofd en hun hart moeten gaan gebruiken. Want ineens kan het goed zijn een regel niet toe te passen, en fout zijn eraan vast te houden als er principes mee in het gedrang komen. Je moet dan als bedrijf of als school of als zorginstelling wel eerst bedenken wat je principes precies zijn, wat je uiteindelijk het belangrijkst vindt. Het is even extra werk. Maar lang niet zoveel als de zoektocht naar de laatste ontbrekende regel, de heilige graal die ons de volmaakte organisatie en het foutloze productieproces zal brengen. Want die is er niet.