‘Coaching is wat je in je hart bent’

Gerard Kemkers vloog in 1994 naar Milwaukee om bondscoach van de Amerikaanse schaatsers te worden, maar vooral voor het avontuur. Hij ontdekte een passie die hem nooit meer losliet.

Gerard Kemkers zou de topschaatsers willen vrijstellen van selectiewedstrijden bij de seizoenstart. Foto Mustafa Gumussu Gerard Kemkers op Thialf Gumussu, Mustafa

Nee, echt niet, Gerard Kemkers had begin jaren negentig geen idee dat hij ooit hoofdcoach zou zijn van de meest succesvolle schaatsploeg ter wereld. „Na mijn carrière als schaatser ging ik Ab Krook assisteren bij de kernploeg. Hij zag al snel dat in mij een goede coach schuilging. Terwijl ik dat zelf toen nog helemaal niet doorhad. Ja vroeger, toen ik nog voetbalde, nam ik altijd al een beetje de leidersrol op me. Dat hoort bij mij. Maar coach... Ab heeft me later verteld dat hij zag dat ik als assistent was wie ik was. Dat is het allerbelangrijkste.”

Kemkers (40) doceert aan de vooravond van de NK afstanden, dit weekeinde in Heerenveen, direct nauwgezet zijn huidige functieomschrijving bij de TVM-ploeg. „Samengevat ben je manager, coach en trainer. Ik splits heel duidelijk trainer en coach, dat zijn twee verschillende dingen. Management en trainen zijn goed te onderbouwen met theorie, coaching is een heel ander verhaal. Dat heb je of heb je niet. Dat gedeelte is voor een groot gedeelte de persoon Gerard Kemkers. Ik. Je kunt overal kennis vandaan halen, maar coaching heeft vooral te maken met wat je diep in je hart bent.”

Toen hij in 1994 op 27-jarige leeftijd naar Amerika vertrok, had hij daarvan nog geen weet. „Ik dacht: ik ga daar een mooi leventje leiden, kom in een nul komma nul schaatscultuur, neem mijn bagage uit Nederland mee, ga lekker die gasten coachen en voor de rest een beetje genieten. Ik koos niet voor coach worden in Amerika, maar voor het leven daar. Ik zou het een jaartje doen en veel van het land gaan zien. Uitwaaien en daarna in Nederland het serieuze leven oppakken. Maar achteraf is daar de basis gelegd voor wat ik nu doe.”

Binnen een paar dagen wist Kemkers dat het vak op zijn lijf geschreven was. „Ik trof een groep hongerige sporters, die mij gelijk alle respect en vertrouwen gaven. Schaatsers als KC Boutiette, Dave Tamburino. Een oud-schaatser als Nick Thometz, die net als ik een passie voor coaching had. Vanaf dat moment was ik niet meer te stoppen. Het was bijna 24 uur per dag werken. Meer, meer, meer.”

Van pionier in Amerika tot topcoach van wereldkampioenen als Sven Kramer en Ireen Wüst, van toppers als Erben Wennemars, Renate Groenewold en Carl Verheijen. „Ik zie zelf een aantal invloeden. Allereerst mijn eigen schaatscarrière. In de schaatsbeweging zit iets, waardoor het makkelijk is om te doen, hoe hard je ook rijdt. Dat moet je zien te vinden. Lukt dat, dan kom je in een roes. Daarnaast heb ik het geluk dat ik Leen Pfrommer, Ab Krook en Henk Gemser allemaal twee jaar als trainer heb meegemaakt. Daarna kwam mijn opleiding lichamelijke opvoeding, en Amerika. En nu mijn hele begeleidingsstaf, mijn groep schaatsers. We hebben erg veel gesprekken en discussies.”

Zijn ploeg bestaat uit tien schaatsers en liefst zeventien man begeleiding. „Ik kwam er in Amerika al heel snel achter dat ik op een aantal werkvelden niet aan de sporters kon leveren wat ik wilde. Ik zag de organisatie van een American Footballteam als de Greenbay Packers in Milwaukee. Met een hoofdcoach die overal specialistische coaches voor heeft. Zelf zocht ik toen iemand op het gebied van krachttraining voor mijn schaatsers. Kreeg ik plotseling een brief in de bus van ene meneer McCarthy, die zijn diensten aanbood.”

Cruciaal moment in de carrière van Kemkers. Vandaag de dag kijkt de concurrentie vol jaloezie naar de krachtprogramma’s van Jim McCarthy. „We hebben samen een heel vooruitstrevende manier van krachttrainen neergezet. Iedereen denkt dat wij jarenlang alleen maar met kracht bezig waren. Maar zo denkt Jim helemaal niet. Hij heeft in Amerika middenin het spinnenweb gezeten van een universiteit. Voor al die sporten schreef hij programma’s. Dan leer je vanzelf heel goed te kijken naar specifieke dingen per sport. Zo kon hij een scherpe selectie maken van specifieke oefeningen voor schaatsers.”

Naast McCarthy werkt Kemkers ook met Geert Kuiper en Kosta Poltavets, die eerder als zelfstandig schaatstrainer hun sporen verdienden. „Ik heb een prachtig team om me heen. Geert haalt het van het Friese platteland en levert een heel belangrijke bijdrage. Kosta heeft zijn Oost-Europese achtergrond. Jim heeft Amerika. Ik cover bijna de hele wereld!” Hoewel hij zichzelf een controlfreak noemt, is Kemkers niet bang zijn assistenten te veel vrijheid te geven. „Veel coaches zijn bang om een deel van de verantwoordelijkheid weg te geven. Ik zie de gevaren er ook wel van in. Als het grote opperhoofd moet ik de situatie voortdurend bewaken. Maar iedereen kan bij mij zijn eigen sterke kant kwijt. Als dat een meerwaarde blijkt op te leveren, krijgt iedereen van mij de vrijheid één op één met de sporters te werken.”

Een groot deel van het succes van vorig seizoen verklaart de coach uit het collectief. „Er is een team ontstaan van mensen die bereid waren energie in elkaar te stoppen.” Zelfs een wereldtopper als Sven Kramer heeft geen bijzondere positie. „Iedereen in mijn groep is een bijzonder talent”, vindt Kemkers. „Dat is het grote probleem in Amerika, waar Bart Veldkamp (sinds dit jaar bondscoach van de Amerikanen, red.) mee te maken krijgt. Iemand als Shani Davis (olympisch kampioen op de 1.000 meter en tweevoudig wereldkampioen allround, red.) denkt heel concurrentiegericht, eigenlijk negatief. Wij denken positief. Ik geef adviezen aan Carl Verheijen en Sven Kramer, die voor beiden moeten leiden tot winst, ook als ze tegen elkaar schaatsen. Ik kan dat volkomen scheiden.”

De concurrentie, ook in eigen land, kijkt ondertussen met argusogen toe. DSB-coach Jac Orie liet zich onlangs kritisch uit over de dominantie van TVM. Kemkers: „In deze ploeg is iets gegroeid dat past bij mij, mijn begeleidingsstaf, mijn schaatsers, mijn sponsor. Zo hoop ik ook dat het bij Jac Orie werkt. Hij is een heel ander iemand dan ik. Andere basis, andere coach. Net als Ingrid Paul (coach bij de Telfort-ploeg, red.). Ik wil dat helemaal niet tegen elkaar opzetten. Het is juist goed dat we verschillen, dan hebben talenten iets te kiezen. Ik heb niet de kennis die Jac heeft, maar dat maakt mij niet direct een mindere coach dan hij. Iedereen heeft zijn kracht. Het gaat erom dat je vanuit die kracht mensen hard laat rijden. Dat is ons vorig jaar goed gelukt.”

Ondanks de onderlinge concurrentie in het huidige systeem van commerciële ploegen bekijkt Kemkers de Nederlandse schaatswereld nog altijd graag met een ‘oranje pet’. „Ik wil voor het eerste deel van het seizoen zo graag een vrijbrief om op wereldniveau te trainen, en niet al op wereldniveau moeten presteren bij een NK afstanden. Die twee gaan niet samen. Onze echte toppers kunnen in januari op een hoger niveau presteren dan de laatste jaren. Maar nu moet je inleveren op de ideale trainingslijn. In de competitie tegen Enrico Fabris, Chad Hedrick, Cindy Klassen en Anni Friesinger heb je dan een nadeel. Zij kunnen zonder stress naar een EK en WK toewerken.”

Hij haast zich erbij te zeggen dat hij geen ruzie wil en dat het grote TVM niets wil dicteren aan de rest. „We hebben hier goede gesprekken over, zowel met de bond als met Jac Orie en Ingrid Paul. In mijn optiek moet je een methode bedenken waarmee je een aantal toppers aanwijst voor de eerste World Cups op basis van vorig seizoen. Dan creëer je bij die schaatsers zo veel rust. Ik praat niet in mijn eigen straatje, ik heb dit altijd gezegd. Het is de goede ouderwetse lijn. Ik trainde mezelf bij Gemser en Krook in deze fase van het seizoen nog een paar keer naar de grens toe op het ijs. Met mijn ploegen heb ik begin november nooit meer naar de grens kunnen trainen. We hebben nu met z’n allen een lijn die zorgt dat we begin januari op ons best zijn, bij NK allround en NK sprint. De rest van het seizoen is het een beetje proberen om dat niveau vast te houden.”

Het trainen naar de grens is bij de ploeg van Kemkers vooral in zomer en herfst gebeurd. „Veel coaches laten zich iedere keer weer verleiden om te veel te doen. Ook wij moeten proberen de grenzen te vinden. Het ging afgelopen zomer van een leien dakje en we dachten dat we grens-loos waren. Maar ook wij hebben onze grens. Er is wat vermoeidheid in de groep, ik had moeite om ze super klaar te krijgen voor het NK afstanden van dit weekend.”

Hij weet dat de ‘tankjes’ van zijn schaatsers goed gevuld zijn, maar niet wanneer dat resultaat zal opleveren. „We hebben in de trainingsopbouw weer andere lijntjes uitgezet, risico’s genomen. Wij zijn op dit moment minder klaar voor de NK afstanden dan vorig jaar. Dat is een bewuste keuze die we hebben gemaakt. Moet je doen, om te kijken waar de grenzen liggen. Dat is ook het mooie van dit werk. Als ik routinematig zou gaan werken, dan is het gauw afgelopen. In dit soort jaren ben ik bereid iets meer risico te nemen. In een olympisch jaar niet. Als dit weekeinde blijkt dat anderen méér klaar zijn voor het NK dan wij, kun je interessante uitslagen krijgen.”

Volgens Kemkers is dat geen indekken tegen eventuele tegenvallers maar realisme. „Vorig seizoen was er een heel lange periode waarin de media positieve verhalen over ons schreven op basis van de uitslagen. Wij waren vanaf de eerste dag verrassend goed, terwijl wij als coaches juist heel kritisch keken naar de manier waarop de schaatsers hun taken uitvoerden. Tactisch, technisch en fysiek viel daar best iets op aan te merken. Ik was vaak niet blij met een race. Dat het wel succes opleverde was mooi, omdat we daardoor in relatieve rust konden blijven werken. Die rust krijgen we nu niet meer. Alleen al daarom zal het een moeilijk jaar voor ons worden. We moeten erop voorbereid zijn dat het resultaat een keer kan tegenvallen.”