Bruckner: Symfonie nr 4, Symfonie nr 7.

Bruckner: Symfonie nr 4, Symfonie nr 7. (Exton OVCL-00248; OVCL-00255)

Jaap van Zweden werd vanaf zijn negentiende als concertmeester van het Concertgebouworkest, opgevoed in Bruckner bij het orkest dat wereldkampioen is in Bruckner spelen. Voor Van Zweden was het een masterclass dirigeren.

Op in Hilversum opgenomen cd’s met de Vierde en de Zevende van Bruckner weet Van Zweden, net als Haitink, alles van het opbouwen van overweldigende climaxen, maar ook van het zorgvuldig afbouwen daarvan. En net als Jochum ziet hij in de berm van de symfonische snelweg allerlei bloemetjes bloeien.

Typisch voor Van Zweden is zijn lyriek, de transparantie van hoofd- en nevenstemmen, vooral zijn zinderende strijkers. Ik sta niet alleen met mijn lof, The Gramophone stelt de Vierde van Van Zweden en het Radio Filharmonisch Orkest op één lijn met die van beroemdheden als Walter, Abbado en Celibidache en boven die van Rattle en de Berliner, „wat betreft techniek èn uitvoering.”

KASPER JANSEN