Column

Aanrijding

Onderweg naar Breda komt de trein stil te staan voor Tilburg. Het is donderdag laat in de middag. De meeste mensen zijn onderweg naar huis en ik mag naar mijn werk. De conducteur houdt ons op de hoogte. Hij spreekt over een aanrijding op het station van Tilburg en daarom moeten we even wachten. Bij elkaar staan we een kleine tien minuten stil. De mensen die later in Tilburg instappen vertellen wat er gebeurd is. Zelfmoord. Er lag een lichaam onder een laken op het perron. Even later zien we dat het weggedragen wordt. In zo’n doos. Onze trein gaat weer verder.

Aardig van de conducteur om de suïcide aan te duiden als aanrijding. Uiteindelijk is dat het ook. Hij kan ook niet anders. Het zou toch raar zijn als hij door de trein zou schallen dat een of andere gestoorde het nodig vond om met zijn of haar problemen de spits te ontwrichten en dat hij of zij lekker voor de trein is gaan liggen. Nee, aanrijding klinkt discreter.

Al gauw weet iedereen in de trein dat het om een zelfmoord gaat en niemand raakt geëmotioneerd. Men is er gelaten onder. Ervaren reizigers. Ik denk aan de machinist van de zelfmoordexpres. Voor zijn neus is het gebeurd en dat moet verschrikkelijk zijn. Hij heeft ongewild het vonnis moeten voltrekken. Heb in de loop der jaren een aantal machinisten aan het woord gehoord en snap hun ontreddering zo goed. Een aantal durft niet meer in een trein. Wanhopig zijn ze. En terecht. Het is wachten op de dag dat een hierdoor radeloze machinist zelf voor de trein gaat. Hoewel? Ik denk dat hij collegiaal is en een andere manier zal kiezen.

Een mevrouw naast mij vertelt dat ze aan het spoor in Heiloo heeft gewoond en dat daar ook een psychiatrische inrichting zit. Psychiatrische patiënten en treinen mogen graag botsen. Daar hadden ze bijna een dienstregeling. Ik denk aan de mensen in mijn leven die op een onzeker moment gekozen hebben voor een vroegtijdig einde. Ze zijn niet meer te tellen op twee handen. Vlak voor ik in Breda uitstap vraagt de mevrouw een handtekening. Ze vindt het zo leuk dat ze even naast me zat.

Onderhand denk ik: Zelfmoorden halen de krant niet meer. Ja, misschien lokaal, maar de landelijke kranten doen het niet meer. Of je moet het op een originele manier doen. Een duik in de Amsterdamse Bijenkorf. En als je dan ook nog eerst je kind gooit…..

Ik eet in een restaurant en denk er niet meer over. Ik ben laat door de aanrijding en heb dus haast. Ik wil bijna 1.500 mensen in het Bredase Chassé zo hard mogelijk laten lachen. Misschien krijgen een paar het zo vrolijk dat ze wat sombere gedachten uit hun hoofd zetten. Dat ze afzien van een aanrijding met een trein. Hoewel? Ik weet ook wel dat de problemen van de zelfmoordenaar iets anders in elkaar steken. Dat een eenvoudige grapjesmaker daar geen verandering in kan brengen. De zaal lacht hard. Het Chassé heeft er zin en ze treffen het: ik ook. De voorstelling krijgt iets lichts, iets huiselijks. Komt ook door een man die op een doodstil moment heel raar zijn neus snuit. Ik neem zijn snuitgedrag met de zaal even door. In de pauze kijk in de spiegel en ben verbaasd. Je rijdt over het spoor waar iemand zojuist zijn leven heeft beëindigd, kijkt op je horloge of je nog op tijd in Breda bent, scoort een biefstukje en een uurtje later sta je de clown uit te hangen. Heet dat ervaring? Ben je dan volwassen? Ik denk aan de machinist, de familie van de dode en de mensen die het hebben zien gebeuren. De bel gaat. De tweede helft gaat beginnen. Ik speel echt lekker en neem afscheid van een dampende zaal. Zo gaat dat dus. Zo simpel zit de wereld in elkaar. Maar misschien moet de wereld ook zo in elkaar zitten. Ik weet het niet. Alles gaat gewoon door. Schaamteloos door. Misschien is die meneer of mevrouw daarom wel voor die trein gaan liggen!

Youp van ’t Hek