Wie is jouw knuffel? Vertel het ons

Nina Kempers (7) geeft haar te kleine onderbroeken aan haar knuffel Vlekkie.

„Vlekkie is klein. Zijn lijf is zo groot als een boek. Het is een witte koe met bruine vlekken. Ik kreeg hem toen ik vier was van Sinterklaas. Die avond, toen ik in bed lag, nam ik hem in mijn armen en keek naar hem. Ik dacht, jij heet Vlekkie.

Vlekkie heeft een onderbroek van mij aan. Eentje die ik zelf niet meer pas. Hij is roze met bloemetjes erop. Die onderbroek is te groot voor hem en daarom heb ik er aan de achterkant een knoop ingelegd. Ik verschoon hem nooit.

Ik trek Vlekkie onderbroeken aan omdat ik denk dat-ie het anders koud krijgt. Meer kleren hoeft niet, want hij blijft eigenlijk altijd in bed onder mijn deken.

Als ik ‘s ochtends uit bed ga, gaan we samen televisie kijken. Dan ga ik me aankleden en dan heb ik nog wat tijd over. Dan leg ik Vlekkie op mijn kussen terug en trek de deken over hem heen. Hij blijft in bed tot ik terugkom, want ik speel dat-ie heel jong is en altijd moet slapen. Hij moet slapen omdat ik zorg dat-ie altijd moe is. Ik speel dat ik ervoor zorg dat-ie altijd moe is. Hij blijft liggen tot ik in bed ga en samen met hem ga slapen.

Soms ligt Vlekkie niet in bed. Dan ga ik in de middag met hem spelen. Dan speel ik dat-ie een lief kindje is en dan ga ik hem verzorgen. Dan geef ik hem de fles. Daar zit melk in. Geen echte, ‘t is een nepflesje.

Altijd als ik ‘s avonds in bad ga, gaat Vlekkie mee. Dan was ik zijn onderbroek in het badwater. Eerst doe ik mezelf, dan de onderbroek en dan Vlekkie. Ik vind het lekker in bad en Vlekkie ook. Ik speel dat hij dat vindt. Na het bad is Vlekkie nat, dan doe ik hem een handdoek om en neem hem zo mee naar bed.”