Verzamelaar van terloopse stadse beelden

Met het tempo van een broos oud wijfje schuifelt een jonge meid over straat. Auto’s en fietsen worden tot stilstand gedwongen terwijl de jonge kunstenares Pauline Oltheten (Nijmegen, 1982) tergend langzaam, voetje voor voetje, oversteekt. De straat is haar werkterrein. Ze bestudeert niet alleen hoe anderen zich op straat bewegen, ze verplaatst zich haast letterlijk ook in hen, zoals te zien is op een video die in een constante loop draait op de expositie in de Amsterdamse galerie Fons Welters. De tentoonstelling valt samen met het verschijnen van haar boek Theorie van de straat. Daarin verzamelt ze ruim honderd foto’s en tekeningen, de neerslag van haar langdurige observaties van hoe we zijn – en daarmee ook een beetje wie we zijn – in het openbare domein.

De kunstenaar is zelf in wisselende mate aanwezig. Soms is ze zelf de hoofdpersoon, zoals in bovengenoemde video, of op de foto waar ze te zien is terwijl ze glazen bakken met water op haar hoofd en handen balanceert. Op andere momenten is ze behalve chroniqueur ook commentator. Zie bijvoorbeeld de foto van een groep mensen die zich uit de kennelijk felle zon in een rechthoek van schaduw heeft teruggetrokken. Op een geel plakbriefje eronder schrijft ze: ‘Ik heb gewacht tot hij in de schaduw ging staan!’ En soms is ze als een choreograaf bezig het bewegingsspel van levende wezens vast te leggen: haar foto van een vrouw die met zeven hondjes over straat loopt heeft ze tevens vertaald als diagram, een web van verbindingen dat zich als een netje over de stoep uitstrekt.

Natuurlijk is zij altijd de verteller, de verzamelaar van de beelden die haar aandacht hebben getrokken en die ze het vastleggen waard heeft gevonden. Intrigerende beelden zijn het vaak, die zonder verdere uitleg worden gepresenteerd. Zoals de foto van een man die op een kale vlakte in een niet nader benoemde stad bukt om iets op te rapen – een steentje, een van de talloze steentjes op die vlakte? En wat te denken van de twee meisjes die, gezeten op een bank op een plein, allebei hun hoofd op hun knieën leggen?

Sommige foto’s moeten het hebben van een soort beeldrijm. Neem die van een bankje dat helemaal scheef hangt, waardoor de man die erop zit even scheef is gaan hangen – totdat ze allebei straks als een kaartenhuis in elkaar zullen storten. Of de man op weer een ander bankje die één schoen heeft uitgedaan en dat been over het andere heeft geslagen, waardoor je even denkt dat hij drie voeten heeft. Veel krachtiger naar mijn mening is de foto van een groep mensen in een koffiehuis. Om redenen die wij niet kennen, maar wel voelen, zijn ze allemaal naast en tussen de tafeltjes gaan staan. Zonder iets te zeggen, zonder elkaar aan te kijken. Zo te zien nemen ze samen zwijgend deel aan een ritueel – herdenking van oorlogsdoden in Israël misschien? Hier is de ruimte die zwaar van betekenis tussen de mensen in hangt, evenzeer het onderwerp van de foto als de mensen zelf.

In de galerie heeft Oltheten schijnbaar achteloos met afgescheurde stukjes schildersplakband van alles over de wanden uitgestrooid: polaroids, gele plakbriefjes, grotere afdrukken, fotokopieën. Ze hangen nu eens op ooghoogte, dan eens op enkelhoogte en soms een flink eind boven je hoofd. De opstelling straalt dezelfde terloopsheid uit als de beelden zelf, maar nu weten we dat dat schijn is. Terloops is het wel, toevallig is het niet.

‘Theorie van de straat’, Pauline Oltheten. T/m 24 nov in galerie Fons Welters, Bloemstraat 140, Amsterdam. Di t/m za 13-18u. Inl: www.fonswelters.nl. Boek NAi Uitgevers, 176 blz., Ned/Eng., ISBN 978-90-5662-597-9, € 24,50.