Van mij krijgt ‘the judge’ gewoon een hand

yellow.jpgIk deed wat not done is voor een New Yorker: ik heb een klacht ingediend tegen een taxichauffeur. Het incident dateert al van juli, toen ik ’s avonds laat op vliegveld LaGuardia een taxi nam, op weg naar huis.

Op de oprit van het vliegveld naar de snelweg ging het al mis: de chauffeur stopte de auto zomaar, midden op de weg. Bloedlink, vond ik. Hij dacht daar anders over. Toen ik er iets van zei, attent als ik ben, kreeg ik een mopperopmerking. Ik parafraseer, maar het kwam neer op: „wat weet jij er nou van. Je hebt zelf vast nooit meer dan vier blokken op Manhattan gereden”. (Feitelijk onjuist, maar het leek me niet het moment daarover te beginnen.)

Op de snelweg werd het slingeren en de chauffeur was bezig een sms te versturen. Dat laatste gebeurt vaker, en laat ik ook vaak gebeuren. Net zoals het eindeloze bellen. Mag ook niet, maar ach… dit is New York. En bovendien hebben die chauffeurs een zwaar bestaan. Laat ze lekker bellen.

Toen hij daarna met 60 mijl per uur door Manhattan reed (dat is 96 kilometer per uur, en hij mag maar 45 mijl per uur), was het mooi geweest. Stoppen op een snelwegoprit, smssen, slingeren op de snelweg, veel te hard door de stad. Ik schreef zijn nummer op, plus zijn naam (exact voor dit soort gevallen duidelijk zichtbaar voor passagiers). Een dag later belde ik 311, het nummer voor al uw gemeentelijke diensten. Mijn klacht werd in behandeling genomen, ik zou wel een brief krijgen.

Kreeg ik. Nadat ik eerder een keer verhinderd was (klager heeft het recht de hoorzitting één keer te verzetten), werd ik verzocht me te melden. Dus ik vanochtend om tien uur naar het hoofdkantoor van de TLC, de gemeentelijke dienst die bekend is van de gele taxi’s. Ik werd een zaaltje binnengeleid, achter een bureau een dame. Ik gaf haar een hand. Dat was niet de bedoeling, zei ze. „I am the judge.”

De chauffeur kwam binnen, ook een hand, bewees dat hij was wie hij was en toen moesten we zweren of beloven de waarheid te spreken - met de rechterhand omhoog natuurlijk. De rechter las een reeks van aanklachten op en deelde de uiterste consequentie mee: de chauffeur kon zijn vergunning verliezen. (Dat was nou ook weer niet mijn bedoeling, dacht ik heel even.)

De chauffeur onderbrak de rechter: „Kunt u langzamer praten?”
„Waarom?”
„Mijn Engels is niet zo goed.”
„Dat is niet zo mooi”, zei de rechter. „Dat is niet waarvoor u hier bent, maar het is al strafbaar dat u geen Engels spreekt.”

Ze vroeg me of ik een andere keer wilde terugkomen. De chauffeur kreeg de kans dan een vertaler mee te nemen.

„Mag ik nog één ding vragen?”. De chauffeur wilde iets van míj weten.
Dat mocht van de rechter.
„Waar heb ik je opgepikt, die avond?”
„Op LaGuardia”, zei ik.
„Ja, ok.”
De rechter vroeg hem waarom hij dat wilde weten.
„Dan weet ik weer wanneer het precies was”, zei hij.
„Herkende u de passagier niet?”
„Toen had hij geen… geen…” Hij legt zijn handen op zijn wangen en kijkt vragend.
„Geen baard”, antwoordt de rechter. „Als u dát woord niet eens kent, kunt u beter gaan nu. U krijgt een brief met een nieuwe datum thuisgestuurd.”