Stedenbaan: snel treinen, platteland sparen

Twintig gemeenten in de provincie maken een plan om de mobiliteit in Zuid-Holland te verbeteren. Het combineert treinen, wonen en werken.

Het is geen grand projet. Er komen geen speciale stickers op de treinen die er straks in grote aantallen moeten gaan rijden. Maar het effect van de Stedenbaan is voor de reiziger in de Randstad vermoedelijk niet minder dan dat van RijnGouweLijn of RandstadRail.

In betrekkelijke stilte werken twintig Zuid-Hollandse gemeenten met de provincie aan een beleidsplan dat de mobiliteit in het zuidelijke deel van de Randstad moet versterken, dat de kwaliteit van binnensteden moet vergroten en de aantasting van het platteland een halt moet toeroepen. Het plan koppelt snelle, frequente treindiensten aan de bouw van woningen en kantoren in de buurt van bestaande en nieuwe treinstations. Zodat de bewoners gemakkelijker de trein kunnen pakken, en de Nederlandse Spoorwegen daardoor hun treinen vaker, sneller en rendabel kan laten rijden over bestaand spoor.

Burgemeester Ronald Bandell van Dordrecht: „In het Ruhrgebied kent niemand de dienstregeling uit z’n hoofd, omdat iedereen weet dat er elke tien minuten een trein of een metro gaat. Zo moet het hier ook. We willen een dienstregeling met zes treinen per uur.”

Bandell is samen met de Zuid-Hollandse gedeputeerde Manita Koop (CDA) voorzitter van een werkgroep die de Stedenbaan voorbereidt. Koop: „Het verkeer in de Randstad loopt vast. Zowel op de weg als op het spoor hebben we te maken met infarctueuze situaties. We moeten het systeem upgraden. Op het spoor willen we hier bereiken dat het niet uitmaakt of je vijf of tien minuten later van huis gaat, omdat er toch altijd snel een trein komt.”

NS is „enthousiast” over Stedenbaan, vooral omdat het ruimtelijke ordening en openbaar vervoer koppelt. „Vroeger bouwde men een Vinexwijk in de middle of nowhere. Nu wordt gebouwd in de buurt van stations. Daardoor kunnen we meer treinen inzetten.”

Mits de capaciteit van het spoor dat toelaat. Op het grootste deel van Stedenbaan denkt NS door het bestaan van vier sporen gemakkelijk zes stoptreinen per uur te kunnen laten rijden. Maar er zijn bottlenecks, waarvan de belangrijkste de spoortunnel bij Delft is. De plannen voor die tunnel voorzien nog niet in vier sporen. „Met vier sporen kunnen we de intercity’s en de stoptreinen scheiden”, legt een NS-woordvoerder uit.

Bestuurders van de zuidelijke Randstad hebben onlangs afgesproken dat eenderde van alle woningen die er tot 2020 worden gebouwd, nabij stations moeten komen. Datzelfde geldt voor tweederde van alle kantoren. Het zal moeilijk zijn te voldoen aan de normen voor geluidsoverlast, fijnstof en risico op ongevallen. „Maar daar zullen gemeenten en bouwers gezamenlijk intelligent mee kunnen omgaan, zonder daarvoor de mazen van de wet op te zoeken”, zegt burgemeester Bandell.

Gemeenten die liever in het groen willen bouwen, zeggen de bestuurders, moeten eerst maar eens bewijzen dat bouwen in de buurt van een treinstation écht niet kan. Bandell: „Het opeten van de schaarse groene ruimte in deze provincie is geen alternatief. Als je ziet wat er de afgelopen decennia allemaal is volgebouwd, dan schrik je. We kunnen het groen niet verder versnipperen.”

Het is misschien op korte termijn duurder in de bestaande binnenstad te bouwen dan op het platteland, erkent programmadirecteur Marianne Lensink van de Stedenbaan. „Maar op de lange termijn is het goedkoper. Omdat alles dicht bij elkaar zit en je bijvoorbeeld geen extra infrastructuur hoeft aan te leggen en te onderhouden.”

Langs de Stedenbaan tussen Gouda, Dordrecht, Rotterdam, Den Haag en Hillegom liggen straks 36 treinstations. Daarvan moeten er nog vier worden gebouwd: Sassenheim, Kethel bij Schiedam, Bleizo bij Zoetermeer en Gouweknoop bij Gouda.

Het moeten voor alles comfortábele stations worden. Er zullen veel treinen stoppen. Ook het stallen van fiets en auto is er gemakkelijk. En de voorzieningen moeten de reiziger het gevoel geven dat hij welkom is. Bandell: „Het kan niet meer zo zijn dat je één euro moet betalen om een wc te betreden die ook nog defect blijkt te zijn. Zet daar een mevrouw met een schoteltje neer.” Het moeten bovendien veilige stations worden. Gedeputeerde Koop: „Er zijn voldoende stations waar je nu niet voor je plezier ’s avonds loopt.”

Er zijn plannen bestaande stations te verplaatsen, bijvoorbeeld dat in Voorburg naar het op te waarderen gebied Binckhorst in Den Haag. Koop: „Er zitten in de Binckhorst autodemontagebedrijven die wij willen uitplaatsen. Bijvoorbeeld naar Pijnacker-Nootdorp. In ruil krijgt die gemeente misschien andere voorzieningen.”

Als voorbeeld van een geslaagd ontwikkeld stationsgebied geldt het Haagse Hollands Spoor. De voorheen wat ongure omgeving is een stuk levendiger geworden, onder meer door de komst van een hogeschool. Het station is flink drukker geworden. Zó moet het met de stations aan de Stedenbaan straks ook.

Lees over Stedenbaan op: www.stedenbaan.nl