Rehabilitatie Tempeliers

Op vrijdagmorgen 13 oktober 1307 werden ze opgepakt. Daarna gemarteld en verbrand, wegens vermeende ketterij en sodomie: de ridders van de religieuze Orde van de Tempeliers. Gisteren presenteerde het Vaticaan een boekwerk waarin ze worden gerehabiliteerd.

Processus contro Templarios, met originele processtukken tegen de Tempeliers, laat zien dat paus Clemens V de orde aanvankelijk vrijsprak van ketterij. Onder druk van de Franse koning Philips de Schone zou hij later toch tot opheffing van de Tempeliers hebben besloten.

De Italiaanse historica Barbara Frale vond de processtukken in 2001 in de archieven van het Vaticaan. De luxe-uitgave hiervan is nu te koop voor 5.900 euro (de oplage bedraagt 799 exemplaren).

De Orde van de Tempeliers werd in 1118 opgericht om de pelgrims en bezittingen in het Heilige Land te beschermen na de eerste kruistocht.

Veel ridders traden toe, legden een gelofte van armoede af en droegen bezittingen over aan de orde. Macht en rijkdom van de Tempeliers groeiden razendsnel.

Historici geloven dat de Franse koning Philips de Schone (1268-1314) veel schulden had bij de orde. Hij zou de geruchten over ketterij, corruptie en sodomie hebben gebruikt om de Tempeliers te vervolgen, zodat hij hun bezittingen kon inpikken. Veel ridders bezweken onder de martelingen en gaven toe dat ze schuldig waren.

In het nu uitgegeven werk bevindt zich het ‘Perkament van Chinon’ uit 1308. Dit toont aan dat Clemens de orde wilde hervormen. Maar levend in ballingschap in Avignon was hij afhankelijk van de Franse koning. Onder diens druk herzag hij zijn beslissing.

In 1312 hief hij de orde op, waarna in 1314 de laatste grootmeester van de Tempeliers Jacques Molay werd verbrand en Philips de bezittingen definitief confisqueerde.