Puber zijn in een racistische revolte bij Per Nilsson

Geert Wilders of Rita Verdonk, geen van beiden kan tippen aan Nils Dackeman, de extreem-rechtse populist in Ik ben geen racist van Per Nilsson. Voor het aanvallen van moslims op letterlijke teksten uit de koran heeft de debater Dackeman een diepe verachting, van simplisme moet deze kenner van westerse filosofen niets hebben. Maar intussen speelt de charismatische Dackeman een subtiel spel met het onbehagen onder de Zweedse bevolking over immigratie.

Per Nilsson, Ik ben geen racist; vert. Femke Blekkingh-Muller, Lemniscaat, 296 blz. 14,95

Tal van Zweden raken in zijn ban, opgezweept door teksten over de onveiligheid in voorsteden en de achterstelling van moslimvrouwen. Onder hen is de 17-jarige Svenne, een eenvoudige dorpsjongen die na de dood van zijn vader op drift raakt. Svenne krijgt landelijke bekendheid als hij tijdens een uitje wordt neergestoken door een jongen van buitenlandse komaf. Dackeman lijft Svenne in als `secretaris` van de beweging , die spectaculair opkomt, een golf van geweld veroorzaakt en uiteindelijk ten onder gaat.

Nilsson verweeft de racistische revolte knap met de persoonlijke ontdekkingsreis van een naïeve puber, die te laat ontdekt dat hij wordt gebruikt. In een scène moet Svenne bij een persconferentie van Dackeman onverwacht vertellen over de knokpartij; tot zijn triomf merkt de altijd stamelende Svenne dat hem dit makkelijk afgaat. Hij beseft op hetzelfde moment dat zijn plotselinge welsprekendheid is te danken aan de vele socratische gesprekken met Dackeman, die een voorbereiding blijken te zijn geweest.

Het boek telt helaas ook even instructieve maar veel bloedelozere scènes, vooral rond de vergadertafel van de beweging. Nilsson leunt af en toe te zwaar op de gedachte een leerzaam boek over manipulatie te schrijven. Dat geldt ook voor de figuur Svenne die heel erg een simpele jongen van het platteland moet zijn, en die daardoor een wat saai gezelschap is.

Gelukkig kruidt Nilsson het grootste deel van zijn roman met humor en met de verwarrende jongensgeilheid, die Svenne voelt voor de zwarte vriendin van Dackeman, voor de vrouwelijke minister die Dackeman bestrijdt en voor een moslimmeisje. In een geweldige scène komen humor en seks samen als Svennes bedgenote mobiel belt met haar vriendje, enkele seconden voor ze klaarkomt. Dat bevrijdt de lezer ook even van een fascinerende maar beklemmende leeservaring.

Per Nilsson, Ik ben geen racist; vert. Femke Blekkingh-Muller, Lemniscaat, 296 blz. 14,95