Pedo-ideologie voorbij, het kind heeft gewonnen

In 2002 waren er nog heel wat politieke partijen die kinderporno zagen als grondwettelijk beschermde vrijheid van meningsuiting. Nu wordt alleen kijken al strafbaar.

De opvattingen over pornografie zijn in korte tijd ingrijpend veranderd. Gisteren ondertekende minister Ernst Hirsch Ballin (Justitie, CDA) tijdens een bijeenkomst van de Raad van Europa een verdrag waaruit voortvloeit dat mensen die op internet naar kinderporno kijken strafbaar worden, ook zonder de beelden op de computer op te slaan. Het bezit van kinderporno is al strafbaar, maar straks kunnen mensen ook vervolgd worden als zij met hun creditkaart betalen om slechts naar kinderpornografie te kijken.

Vijf jaar geleden was dit in Nederland nog ondenkbaar. Wie de verslagen van discussies in het parlement erop naslaat, ziet dat de strafbaarstelling van kinderpornografie op internet toen op flinke weerstand stuitte. „Grote politieke partijen lieten het recht van volwassenen prevaleren boven de rechten van het kind”, zegt Rien van IJzendoorn, hoogleraar pedagogiek in Leiden.

Progressieve linkse partijen vonden een verbod op digitale kinderpornografie in strijd met de vrijheid van meningsuiting. Dat blijkt uit de behandeling van de wijziging van de zedelijkheidswetgeving in 2002.

GroenLinks was toen helemaal niet overtuigd van het nut van strafbaarstelling van virtuele kinderpornografie – naakte kinderen op afbeeldingen die op zich onschuldig zijn, maar in een seksuele context zijn gemonteerd. De partij was tegen omdat het gaat om gemanipuleerde beelden „die zonder enige schade aan kinderen tot stand zijn gekomen”. De PvdA stelde ook dat „zelfs bij pornografie sprake is van een meningsuiting, een expressie”. „Een beperking van dit grondrecht is aan grondwettelijke en verdragsrechtelijke regels gebonden”, aldus Eerste Kamerlid Erik Jurgens (PvdA) in 2002. Hij is nu werkzaam voor de Raad van Europa en geen voorstander van het nieuwe Verdrag. „Het is een inbreuk op de persoonlijke levenssfeer.”

De Verenigde Naties hadden in 1989 ingestemd met het Verdrag voor de Rechten van het Kind. Volgens dat verdrag is kinderpornografie een inbreuk op de fysieke en psychische integriteit van het kind dat wordt afgebeeld. In Nederland was handel in kinderporno tot midden jaren tachtig eigenlijk vrij. En nog tot in de jaren negentig was er in de Eerste Kamer discussie over hoe het zat met de keuzevrijheid van minderjarigen die instemden met deelname aan pornografie.

Progressieve partijen stonden lijnrecht tegenover de christelijke partijen, die de kinderporno verwierpen. Pas in 2002 ging de strafbare leeftijd voor pornomodellen van 16 naar 18 jaar. Ook werd toen de regel afgeschaft dat justitie een pedoseksueel pas kon vervolgen, wanneer een minderjarige een klacht indiende.

Volgens Jan Willems, bijzonder hoogleraar rechten van het kind aan de Vrije Universiteit van Amsterdam, heeft „de pedo-ideologie in Nederland in hoge kringen veel invloed gehad”. „Het is niet voor niets dat er in Nederland een pedopartij is.”

De omslag van het denken begon in de zomer van 1996, zegt Theo Noten van Ecpat, een internationaal netwerk dat zich bezighoudt met bestrijding van uitbuiting van kinderen. „Na de vondst in België van twee meisjes die door Dutroux verkracht en vermoord waren, kwam er enorm veel belangstelling voor bestrijding van seksueel misbruik en uitbuiting van kinderen”, zegt hij. Toen is de samenleving daar anders tegen aan gaan kijken.

Nu wordt kinderporno door de meeste mensen als schadelijk gezien. „De opinie over kinderporno is partijbreed opgeschoven naar een grotere bescherming van kinderen. GroenLinks is als laatste van standpunt veranderd”, zegt Noten. „Dat het hele parlement nu met een andere blik kijkt, bewijzen de recente debatten over normen en waarden, over breezerseks, MTV en de seksualisering van de maatschappij.”

Diana de Wolff, oud-senator voor GroenLinks, sprak vijf jaar geleden nog van „doorgeslagen zedenmeesterij”. Nu zegt zij dat het „logisch is dat de politiek verandert als de markt en de toegankelijkheid van kinderporno verandert”. Nu is het zo, zegt zij, dat je „met drie muisklikken op de meest smerige sites belandt”. Het probleem is veel groter geworden, meent zij. „Daar kan je je schouders niet over ophalen.”

Uiteindelijk is het VN-kinderrechtenverdrag in Nederland toch gaan leven, zegt Willems. In dat verdrag staat dat kinderen geen verlengstuk van hun ouders zijn. Als kinderrechten botsen met grondrechten van volwassenen, gaan de rechten van het kind voor. „Dat is een omkering van de opvatting van pedofielen, die er van uit gaan dat kinderporno kinderen niet schaadt”, aldus Willems. Terwijl Amerikaans onderzoek volgens hem heeft uitgewezen dat 85 procent van de mensen die kinderpornografische beelden downloaden, daadwerkelijk kinderen seksueel heeft misbruikt.

De mentaliteitsverandering ten gunste van de rechten van het kind gaat door, meent Willems. Hij doelt op minister Rouvoet (Jeugd en Gezin, CU), die hulpverleners oproept zich bij vermoedens van kindermishandeling niet langer te verschuilen achter de privacy van de ouders maar het belang van het kind centraal te stellen. Hetzelfde doet oud D66-politicus Kohnstamm nu als voorzitter van het College Bescherming Persoonsgegevens. „De rechten van het kind gaan voor. Daaraan heeft de internationale druk, de Raad van Europa, zeker bijgedragen”, zegt Willems.

Met medewerking van Ans Faber

Hoofdartikel: pagina 7

Lees een analyse over de juridische invulling van het verdrag op nrc.nl/binnenland