Pact rebellen Oost-Tsjaad met president

De Tsjadische regering heeft na overleg in de Libische hoofdstad Tripoli een „definitief vredesakkoord” gesloten met vier rebellengroepen uit het oosten van het Afrikaanse land. De rebellen en regering zijn onder meer een onmiddellijk staakt-het-vuren overeengekomen.

Met het akkoord zou een einde moeten komen aan de sporadische gevechten tussen het leger en de rebellen in het oosten. Rebellengroepen uit het noorden van Tsjaad namen niet deel aan de gesprekken in Tripoli.

Bij de ondertekening van het akkoord waren de Soedanese president Bashir, de Tsjadische president Déby en de Libische gastheer Gaddafi aanwezig.

De belangrijkste rebellenbeweging die het verdrag heeft getekend, is de FUCD van generaal Nour. Deze krijgsheer was begin jaren negentig een vertrouweling van de huidige president Idriss Déby, daarna werd hij een van diens belangrijkste en meest bedreigende tegenstanders. Het verdrag versterkt daarmee de machtspositie van president Déby, die zich de afgelopen jaren verscheidene malen met gewapende opstanden geconfronteerd zag.

Krijgsheer Nour behoort tot de kleine stam de Tama in Oost-Tsjaad en verblijft geregeld in Soedan. Zijn opstandelingen zouden in Tsjaad samenwerken met Arabische milities, evenals met de Soedanese Arabische milities, de Janjaweed.

Het bereikte akkoord gaat vooraf aan de vredesonderhandelingen die zaterdag eveneens in Tripoli beginnen, tussen de Soedanese regering en rebellengroepen in Darfur. Deze door oorlog verscheurde Soedanese regio grenst aan Oost-Tsjaad, dat de afgelopen jaren in toenemende mate te lijden heeft gekregen onder het geweld dat de grens overspoelt.

Het akkoord gaat verder ook vooraf aan de legering van een gemengde 3.000 man sterke politie- en legermacht van de Europese Unie en de Verenigde Naties in Oost-Tsjaad en het noorden van de Centraal-Afrikaanse Republiek. Deze moet hier de vluchtelingen en ontheemden gaan beschermen die hun dorpen hebben verlaten vanwege het geweld in de regio.