Op weg naar een wereld zonder mens

In twintig jaar tijd is niet één van de grote mondiale milieuproblemen opgelost.

Integendeel: de regen is nog steeds zuur en het gat in de ozonlaag groter dan ooit.

De verwoestijning van Spanje is niet te keren. Foto AFP (FILES) Photo taken 08 August 2006 of a dried up reservoir in Sacedon. Over 2,000 delegates from around the world will gather in Spain, 03 September 2007 for a UN-sponsored conference that will discuss ways to stop increasing areas of the world from turning into desert. AFP PHOTO/PEDRO ARMESTRE AFP

De mensheid slaagt er niet in de grote milieu- en ontwikkelingsproblemen aan te pakken. Niet één van de grote milieuproblemen die in 1987 in het rapport ‘Our Common Future’ werden gedefinieerd is sindsdien dichter bij een oplossing gekomen. Er tekenen zich wat dat betreft ook geen gunstige trends af.

Dat is de conclusie van het milieurapport GEO-4 dat gisteren is uitgebracht door een commissie van de UNEP, de milieudienst van de Verenigde Naties. GEO staat voor Global Environmental Outlook. Het is het vierde wereldmilieurapport dat de UNEP uitbrengt.

Dit jaar worden de ontwikkelingen vooral afgezet tegen de situatie en de ambities van 1987 toen de zogenoemde Brundtland-commissie met ‘Our Common Future’ het begrip ‘duurzame ontwikkeling’ introduceerde. Overheden en bedrijven hebben het begrip sindsdien niet meer losgelaten maar inhoud heeft hun beleid nauwelijks gekregen. Land- en energiegebruik zijn mondiaal gezien nog net zo weinig duurzaam als in 1987.

Als de hardnekkige problemen niet worden aangepakt, kunnen de bescheiden successen die tot dusver wél zijn behaald weer teniet worden gedaan. Dan komt het voortbestaan van de mensheid zelf in gevaar, aldus de UNEP, die zich meteen voor de zwartgallige conclusie verontschuldigt: doel is slechts tot actie op te roepen.

Het rapport heeft de allure van de klimaatrapporten die het IPCC om de vijf jaar uitbrengt, maar is van bescheidener wetenschappelijk niveau. Het merendeel van de referenties verwijst naar secundaire literatuur. De wens tot alarmeren en signaleren van gevaren blijkt voorop te staan. Opvallend is dat de achteruitgang van natuur en milieu alleen in verband wordt gebracht met het verlies aan profijt dat de mens ervan heeft.

Zonder steeds een duidelijke hiërarchie aan te brengen geeft de UNEP een opsomming van de ongunstige ontwikkelingen. Broeikaseffect en klimaatverandering worden als het grootste gevaar gezien, maar de UNEP beschrijft de mogelijke gevolgen in net iets schrillere termen dan de IPCC-rapporten waarop zij zich baseert. Zonder voorbehoud noemt de UNEP aanpassing aan klimaatverandering nu een noodzaak, omdat broeikasmaatregelen, mochten die er nog komen, een verder stijging van de temperatuur toch niet meer zullen voorkomen. Zo is de verwoestijning in Spanje waarschijnlijk niet te keren.

Impliciet noteert GEO-4 dat in brede kring te optimistisch wordt gedacht over de beteugeling van de luchtvervuiling. Het Montreal-protocol van 1987 heeft een eind gemaakt aan de uitstoot van stoffen die de ozonlaag aantasten, maar het gat in de ozonlaag is tegenwoordig groter dan ooit. In West-Europa hebben ontzwaveling van brandstof en rookgas de zure regen doen afnemen maar in de opkomende economieën van China, India en Mexico is die des te zuurder geworden. Omdat daar op grote schaal geproduceerd wordt voor het Westen moet de conclusie zijn dat het Westen zijn luchtvervuiling heeft verplaatst. Het toenemende auto- en vliegverkeer doet de hoeveelheid ozon in lagere luchtlagen toenemen.

De effecten van de steeds intensievere landbouw voor de bodemkwaliteit bedreigen de levensomstandigheden van eenderde van de wereldbevolking. Door overconsumptie en de verschuiving van plantaardig voedsel naar vlees is steeds meer kunstmest nodig. Bijna overal wordt de visstand bedreigd door overbevissing. De productie van voedsel en biobrandstoffen eist enorme offers: jaarlijks gaat 130.000 km2 tropisch bos verloren, een gebied groter dan Nederland.

Op veel plaatsen wordt voor landbouwirrigatie zoveel water aan rivieren onttrokken, dat deze netto geen water meer naar zee afvoeren. Voorbeelden zijn Nijl, Ganges en de Coloradorivier. Per hoofd van de wereldbevolking is steeds minder betrouwbaar drinkwater beschikbaar. In 2025 zal een kwart van de wereldbevolking leven in gebieden waar een absolute waterschaarste heerst.

Lees het rapport op www.unep.org