Oorlogsmist

Er is nog geen oorlog, maar wel al oorlogsmist. Meestal wordt die term, the fog of war, gebruikt voor de onduidelijkheid die neerdaalt over het slagveld als een militaire operatie eenmaal is begonnen. De kracht van de tegenstander, zijn bedoelingen, het verloop van de strijd – er is maar moeilijk een beeld van te krijgen.

Maar een dikke mist hangt nu al over de sterk oplopende spanningen tussen de Verenigde Staten en Iran. Maken we de aanloop naar een nieuwe oorlog mee? Het lijkt er angstig veel op, maar niemand weet het echt.

Als Iran niet stopt met het verrijken van uranium, dreigde Nicolas Sarkozy deze zomer, komt de wereld te staan voor een catastrofale keuze: het accepteren van „de Iraanse bom, of het bombarderen van Iran”. George Bush waarschuwde vorige week zelfs voor een Derde Wereldoorlog. En Dick Cheney dreigde voor de zekerheid nog eens met „ernstige gevolgen” als Iran niet inbindt.

Het kan allemaal retoriek en politieke druk zijn om Iran tot inkeer te brengen. Diplomatie met een grote stok achter de deur is nu eenmaal vaak het effectiefst. En het laten bestaan van onduidelijkheid over de volgende stap is van oudsher een belangrijk onderdeel van het machtsspel.

Maar woorden scheppen hun eigen, soms gevaarlijke, dynamiek. Als Iran blijft volharden in zijn weigering te stoppen met het verrijken van uranium, en als er geen nieuwe sancties meer te verzinnen zijn, kan Washington dan nog terug? Volgens sommige conservatieven in de VS kan dat nu al niet meer.

Opnieuw een invasie zal het na het drama-Irak niet worden. Maar met een poging de Iraanse nucleaire installaties door bombardementen uit te schakelen moet Teheran zeker rekening houden.

En niet alleen Teheran. Terwijl de oorlogen in Afghanistan en Irak nog woeden, moet Europa zich afvragen hoe het zal reageren op wéér een Amerikaanse aanval op een islamitisch land. Hoe gevaarlijk is het eigenlijk – voor het Midden-Oosten, voor de rest van de wereld – als Teheran heimelijk werkt aan een kernwapen? Is het gevaar van Iran als kernmacht zo groot dat het een oorlog met onduidelijke afloop waard is?

Dat is een cruciale vraag en een moeilijk dilemma. Maar dat zou je niet zeggen als je het politieke debat in de VS volgt. In Washington (en trouwens ook in de Europese hoofdsteden) lijkt er nauwelijks twijfel over te bestaan dat het een ramp is als Iran een kernmacht wordt. Discussie is er hoogstens over de vraag of een aanval, of het dreigen daarmee, wel de beste manier is om dat schrikbeeld te voorkomen. En of Amerika zich daarmee niet nog veel meer in de nesten werkt.

Zo bleef het vorige maand vrijwel onopgemerkt dat uit onverwachte hoek twijfels werden uitgesproken over het gevaar van Iran als kernmacht. Generaal John Abizaid, die tot hij dit voorjaar afzwaaide bijna vier jaar het commando had over alle Amerikaanse troepen in het Midden-Oosten, zei dat de wereld er best mee kan leven als Iran één of twee kernwapens zou hebben. Met klassieke nucleaire afschrikking kunnen de VS het land heus wel in toom houden, zei hij.

De gezaghebbende Israëlische krijgshistoricus Martin van Creveld stelt al lang dat landen zich verantwoordelijker gaan gedragen als ze kernwapens bezitten. „Overal waar kernwapens zijn geïntroduceerd zijn grootschalige oorlogen tussen hun eigenaars verdwenen”, schreef hij gisteren nog in de Herald Tribune.

Het is een riskante redenering, want wie erin meegaat accepteert het failliet van het Non-Proliferatieverdrag, dat de verspreiding van kernwapens al bijna veertig jaar binnen de perken heeft gehouden. Maar het is wel een stelling die serieuze overweging verdient vóór het tot een nieuwe oorlog komt.

De besluiten die de komende maanden in Washington en Teheran in deze crisis worden genomen gaan het aanzien van deze eeuw bepalen, schrijft de gezaghebbende Franse analist François Heisbourg in zijn recente, sombere boek Iran, le choix des armes?

In 2003 was Heisbourg tegen de invasie van Irak. Maar nu roept hij zijn lezers op niet te snel stelling te nemen tegen een Amerikaanse aanval op Iran. Het tegengaan van de verspreiding van kernwapens is een vitaal Europees belang, stelt hij. Als Iran kernwapens heeft zullen Saoedi-Arabië, Egypte en Turkije niet achterblijven. En dan is het in die regio nog maar een kwestie van tijd voor een atoombom ook gebruikt wordt, door een staat of door een terreurgroep.

Maar zou een Amerikaanse aanval op Iraanse installaties, volgens Heisbourg het minste van twee kwaden, dat kunnen voorkomen? Op den duur, erkent Heisbourg, zal Iran tóch een kernmacht kunnen worden als het dat wil.

Maar dan is de keuze tussen een aanval die uiteindelijk zeker geen resultaat zal hebben, en het afzien van een aanval, wat waarschijnlijk tot een rampzalige proliferatie van kernwapens leidt.

De noodzaak om alles uit de kast te halen voor een diplomatiek akkoord wordt steeds groter. De kans erop wordt snel kleiner.

Juurd Eijsvoogel is redacteur vanNRC Handelsblad.