Oorlog in woorden

Willem Melching en Marcel Stuivenga : Ooggetuigen van de Koude Oorlog. Bert Bakker, 205 blz. € 17,95

Uit het Kleines Politisches Wörterbuch van de Deutsche Demokratische Republik, jaargang 1988: ‘Oppositie: In socialistische staten bestaan geen objectieve maatschappelijke en politieke redenen voor oppositie, omdat de arbeidersklasse – in alliantie met alle werkenden – de macht in handen heeft en tegelijkertijd de voornaamste producent binnen de samenleving is. Hun belangen zijn daarom per definitie dezelfde als die van de andere klassen en maatschappelijke groepen.’ Dit fraaie staaltje newspeak is één van de pareltjes die verzameld zijn in het door Willem Melching en Marcel Stuivenga bezorgde Ooggetuigen van de Koude Oorlog.

Melching en Stuivenga hebben een aantrekkelijke bloemlezing samengesteld. Wat al gauw opvalt is de totale leegte van de frasen van de regimes in Oost-Europa en de Sovjet-Unie. Het leugenachtige verslag van een Russische ‘toerist’ van de Hongaarse opstand van 1956 zou om te lachen zijn, als de waarheid die ermee verhuld werd niet zo verschrikkelijk was.

Na lezing van de 150 fragmenten – speeches, krantenartikelen, ooggetuigeverslagen uit de periode 1945-1989 – moet de conclusie zijn dat de partij met de beste soundbites de Koude Oorlog heeft gewonnen. Wat konden Truman, Kennedy en Ronald Reagan het mooi zeggen. Met name deze laatste Amerikaanse president, die tegenwoordig alom bewierookt wordt als de bedwinger van het Evil Empire, wist hoe hij zijn boodschap moest overbrengen.

Op 16 januari 1984 hield hij bijvoorbeeld een toespraak op tv, waarin hij een betere wereld voorzag. ‘Stel je nu even voor met mij dat een Iwan en Anja zich in, bijvoorbeeld, een wachtkamer of schuilplaats tegen de regen of storm zouden bevinden met een Jim en Sally, en dat er geen taalbarrière was waardoor ze elkaar niet zouden kunnen leren kennen. Zouden ze dan stilstaan bij de verschillen tussen hun wederzijdse regeringen? Of zouden ze ervaringen uitwisselen met betrekking tot hun kinderen en wat ze allemaal voor de kost deden. Misschien zouden ze zelfs kunnen besluiten om binnenkort ’s avonds samen iets te gaan eten. Maar bovenal zouden ze bewezen hebben dat gewone mensen geen oorlog beginnen’.

Sentimenteel geneuzel van een B-acteur? Misschien. Maar gelukkig won hij de Koude Oorlog, en niet de maker van het Kleines Politisches Wörterbuch.