Onze identiteit

Dit is gebeurd in Glasgow in 1984. Ik was op weg naar het Schotse eiland Jura waar George Orwell zijn beroemdste boek heeft geschreven. Dat werd daar toen internationaal gevierd, met de media erbij. Ik wilde nog wat geld wisselen, gaf de bankbediende een biljet met het portret van een Nederlandse zeeheld. Hij bekeek het nauwkeurig, en zei: Yes, Tromp! With the broomstick up the mast. Ik voelde me gevleid. Een Britse bankbediende herkende meteen onze grote Maarten Harperszoon. Bovendien wist hij dat de vlootvoogd een bezem in de mast had gehesen om te laten zien dat hij de zee had schoongeveegd. Dat was in 1652, de Slag bij de Singels, the Battle of Dungeness. Aan dat bankloket werd ik bevestigd in mijn Nederlandse identiteit, zou je nu zeggen. Nog altijd steekt het me een beetje dat we later de Vierde Engelse oorlog hebben verloren. Daarna ging het bergaf met de Hollandse wereldmacht.

Nu loeit de discussie over de Nederlandse identiteit. Prinses Máxima heeft kennelijk iets verkeerds gezegd en krijgt ervan langs. Mevrouw Verdonk verklaart trots op Nederland te zijn en is van plan op grondslag van deze uitspraak een beweging te stichten. We ontdekken opeens weer dat het onderwijs in de vaderlandse geschiedenis verwaarloosd is. Canon hier, canon daar. Wie is de grootste Rotterdammer aller tijden? Dat is, nu ter gelegenheid van de Week van de Geschiedenis opnieuw democratisch, per enquête beslist. Bep van Klaveren is de allergrootste! Van de 74000 stemmen krijgt hij 32,8 procent. Dan komen Erasmus met 26,7 procent, en Pim Fortuyn met 11,7. Drie jaar geleden was hij de allergrootste Nederlander, ook democratisch beslist.

Weten de Rotterdammers nu meer over hun identiteit? Geen idee. Ik denk dat het heel moeilijk is, een stedelijke of een nationale identiteit te definiëren. Je weet wel wat ermee wordt bedoeld, maar dat komt eerder door je ervaring. Als schooljongen was ik er trots op Nederlander te zijn omdat we de Spanjaarden hadden verslagen en omdat mannen van wetenschap als Hugo de Groot en Anthony van Leeuwenhoek en wereldberoemde schilders, Rembrandt en Van Gogh, in hetzelfde land geboren waren. De eerste keer dat ik me voor mijn land schaamde was in 1934, toen ‘we’ het wereldkampioenschap voetbal in Rome zouden gaan winnen. Voor de aanstaande zegepraal was ook al een triomflied gemaakt. ‘We gaan naar Rome, we gaan naar Rome, we nemen Vente en Bakhuys mee.’ We kwamen niet verder dan Milaan waar we door de Zwitsers werden verslagen.

In de gloriedagen van Ajax ging ik met vakantie naar Spanje. Were do you come from, vroegen de Spanjaarden. Amsterdam. Ze begonnen vriendelijk te lachen en zeiden: Kroef! Nederland was Kroef. Toen, eind vorige eeuw, reed ik eens in een taxi van Kennedy Airport naar Manhattan. Were do you come from, vroeg de chauffeur. Èmsterdèm, zei ik. Hij keek me grijzend aan. Aah! Blowie blowie, fukkie fukkie. Deze chauffeur kwam uit Roemenië.

In de loop van de afgelopen tien tot vijftien heeft de Nederlandse identiteit in het buitenland een revolutionaire ontwikkeling doorgemaakt. Voor de gemiddelde Amerikaan zijn we heel lang het land van Hans Brinkers geweest, het dappere kereltje dat met zijn vinger een gaatje in de dijk dichtte en zodoende het land voor een overstroming behoedde. Hij is in 1865 verzonnen door de Amerikaanse schrijfster Mary Mapes Dodge. Nu staat er een standbeeld van hem in Madurodam.

Voor het grote buitenland is Nederland steeds meer het land waar alles kan. Nederwiet koop je al sinds tientallen jaren in coffeeshops. De dagprijs werd door de Vara bekend gemaakt in een kort radioprogramma, Beursberichten. Dat programma is verdwenen, de coffeeshop hoort onverbrekelijk bij onze identiteit. Nu woedt een nationale ruzie over de paddo’s. Ook deze ruzie is deel van de identiteit.

Aan John de Mol en zijn creatieve team hebben we veel te danken. Eerst Big Brother. Internationaal succes. Daarna de Gouden Kooi. Die wedstrijd in platheid ging er bij de rest van de wereld niet in. Idols, dat draait om de vraag hoe je eerzuchtige kinderen zo grof mogelijk kunt beledigen, lijkt me ook in Nederland verzonnen. Op het politiek-ideologisch front was de oprichting van de pedopartij internationaal nieuws. Wat je in de etalage van Nederlandse sekswinkels ziet, overtreft alles.

Een halve eeuw geleden was Nederland een overwegend christelijk, preuts land. We hebben nog wel een christelijk-socialistisch kabinet dat normen en waarden preekt, maar dat lapt het volk aan zijn laars. We hebben een volstrekt nieuwe identiteit.