Olie niet alleen voor Shell lucratief

Olie en gas vinden wordt steeds lastiger voor energieconcerns. Shell zal de komende jaren veel moeite hebben de beloofde productie te halen.

Winsten die tegenvallen en vooral steeds meer problemen bij het vinden van nieuwe energiebronnen.

Het Nederlands-Britse olie- en gasconcern Shell kampt met dezelfde problemen die veel andere commerciële energiebedrijven plagen: landen die meer inspraak eisen en vooral meer geld waar het gaat om de olie- en gasvelden.

Voor veel energiebedrijven die niet in handen zijn van nationale overheden wordt het steeds moeilijker om gas en olie te vinden, en de landen waar de grondstoffen zich bevinden eisen een steeds groter deel van de opbrengst. Op het eiland Sachalin, voor de kust van Siberië, moest Shell onder druk van het Kremlin vorig jaar een groot deel van zijn belang in het olieveld verkopen aan het Russiche staatsbedrijf Gazprom. Daardoor moest Shell 40.000 vaten olie-equivalent inleveren op de totale dagelijkse productie van het bedrijf. Een daling van bijna 2 procent.

En in Kazachstan oefent de regering steeds meer druk uit op investeerders in het Kashagan-veld – bij de ontdekking daarvan in 2000 de grootste olievondst sinds dertig jaar – om een groter belang voor haar nationale energiekampioen KazMunaiGaz af te dwingen. Volgens de Kazachse regering lopen de kosten van het project uit de hand en zijn er te veel vertragingen bij de ontwikkeling van het veld. De enige manier om die schade ongedaan te maken, is volgens de regering KazMunaiGaz een groter aandeel in het project te geven. Ten koste van andere investeerders.

Maar ook in andere landen waar Shell zwaar aanwezig is doemen er problemen op. Met de aankondiging van de Canadese regering deze week om meer royalty’s te ontvangen van Shell voor de winning van de teerzanden in de noordelijke provincie Alberta, volgt Canada het voorbeeld van Venezuela en Nigeria, en lijken de productieproblemen voor Shell alleen maar te verergeren. Op dit moment pompt Shell dagelijks zo’n 88.000 vaten olie-equivalent op uit de teerzanden; met het betalen van extra royalty’s kan dat minder lucratief worden. De winning in Alberta is al erg duur doordat de olie moeilijk te verkrijgen is uit de stroperige teerlagen.

Gisteren bleek dat de Canadese provincie meer geld naar zich toe trekt uit de opbrengsten, maar niet zoveel als linkse groeperingen hadden gewild. De Canadezen namen dus de gulden middenweg, maar het is tekenend dat een stabiel en betrouwbaar land als Canada zich roert om meer inkomsten uit de eigen grondstoffen te halen.

Gevraagd naar zijn visie op deze ontwikkeling zei Peter Voser, financieel directeur van Shell, dat een „stabiel belastingklimaat belangrijk is voor investeringen in de olie-industrie”.

Over de ontwikkelingen in Kazachstan wilde Voser weinig kwijt. „De operator van het Kashagan-project [het Italiaanse Eni SpA, red.] leidt de onderhandelingen met de regering. Zij zijn dus op de hoogte van de laatste ontwikkelingen.”

Nu heeft Shell wel meer grote projecten op stapel staan. Dit soort mammoetprojecten, zoals Shell ze noemt, vergen miljarden dollars aan investeringen en hebben een omvang van meer dan 100 miljoen vaten olie of olie-equivalent. Die projecten zijn er in Qatar, in Brazilië, in Australië. Het concern pompt dezer jaren tientallen miljarden in deze projecten om de velden de komende jaren on stream te krijgen en de productie op te schroeven, of in ieder geval te stabiliseren.

Behalve die productieproblemen treden er bij Shell nog andere complicaties op. Het bedrijf kampt met hoge exploitatiekosten, omdat grondstoffen zoals staal en koper (nodig voor de bouw van installaties) duurder worden. Maar die prijsstijgingen worden niet goedgemaakt met de hoge olieprijs. Shell kan bijvoorbeeld niet langer hoge olieprijzen doorberekenen in de benzineprijs, omdat de markt verzadigd zou zijn. „Er staan geen rijen voor de tankstations” zei Voser, en een prijsverhoging zou dan ook betekenen dat klanten naar de concurrent gaan. De raffinageactiviteiten van Shell, waar de gevonden en opgepompte olie wordt verwerkt tot (onder andere) benzine, leed over de afgelopen drie maanden een verlies van 0,6 miljard dollar (0,4 miljard euro).

Wat Shell ondertussen doet aan die problemen? Volgens Voser investeert Shell op dit moment in een aantal grote projecten die op termijn de productie moeten vergroten. „Dat zijn velden met een capaciteit van 100 miljoen vaten of meer”, aldus Voser. Maar hij voegt daaraan toe dat 60 tot 70 procent van de productie uit lagerisicolanden komt, en dat het risico van de ontwikkelingen in bijvoorbeeld Kazachstan en Rusland niet overschat moet worden.

Of de nieuwe projecten vruchten zullen afwerpen is nog maar de vraag. In de Niger Delta, waar Shell al actief is maar met name voor de kust nog steeds nieuwe velden probeert te ontwikkelen, is er „voortgang”, volgens Voser, maar gaat die „erg langzaam”.

Met de mega-investeringen laat Shell wel zien dat het de les van de jaren negentig heeft geleerd. Toen werd er te weinig geld gestopt in de zoektocht naar olie en gas. Het gevolg was een dalende productie, en het interen op bestaande reserves. Bovendien bleek Shell deze reserves veel te rooskleuring voor te stellen. Het schandaal dat vervolgens losbrak kostte enkele topmanagers de kop en zorgde ervoor dat de eeuw oude duale bestuursstructuur op de schop ging.

Shell zoekt en investeert en lijkt er alles aan te doen om de productie te verhogen en de vervangingsratio op 100 te krijgen of daarboven zodat er niet meer op bestaande velden wordt ingeteerd. De vraag is of de tegenwerking van lokale overheden er niet voor zal zorgen dat een deel van deze inspanningen tevergeefs blijkt te zijn.