Oefeningen in peinstechniek

William Trevor: Cheating at Canasta. Viking, 232 blz. € 30,–

William Trevor staat bekend als de voornaamste levende meester van het korte verhaal in Groot-Brittannië-plus-Ierland. Het moet een mooie reputatie zijn om mee te leven, niet altijd een makkelijke. De meer dan honderd verhalen die hij schreef, zijn stuk voor stuk herkenbaar aan hun gelijkmatige nauwkeurige verteltrant en de discrete karakterisering van hun personen. Soms is het ongelofelijk wat zij voor geheimen in hun mensen weten op te sporen; soms geven zij hun lezer toch ook een gewaarwording van daar-heb-je-Trevor-weer, wat hoewel niet afwijzend ook niet van harte complimenteus klinkt.

In Cheating at Canasta komen al die varianten voor. Lezers die niet sinds lang van hem afweten moeten zich niet laten ontmoedigen door de eerste twee van de twaalf verhalen, waar hij het daar-heb- je-Trevor-weer effect bestreden heeft met acrobatische verteltrucs. Dan maar doorbladeren naar nummer vijf, ‘Bravado’. Dat gaat over voor Trevor ongewone types, dronken jongens bij nacht op weg van de disco naar huis, waar hij een gedempt belicht verhaal over maakt, dat uitloopt op een van de toverslagen die bij hem meer voorkomen en die niemand hem nadoet. Een van de jongens trapt niet helemaal zonder opzet een leeftijdsgenoot dood. De invloed daarvan op het leven van het meisje dat hem vergezelt wordt door Trevor in een halve laatste zin voelbaar gemaakt – onvergetelijk.

Als standaardvoorbeeld van Trevors verhalen kan ‘At Olivehill’ dienen. Dat gaat over een familie van middelgrote Ierse landeigenaren, waar de zoons na de dood van hun oude vader besluiten dat een groot stuk van het landbezit niet langer zijn kosten kan opbrengen en met bos en al afgevlakt moet worden om er een golfbaan aan te leggen. Degene die het het ergste vindt is hun oude moeder. Zij protesteert vruchteloos en gaat dan maar leven aan de kant van het huis waar zij het uitzicht op het veroordeelde land niet hoeft te verduren; haar allerlaatste jaren brengt zij door achter voorgoed gesloten gordijnen. Zulke gevallen klinken voor lezers van andere Ierse schrijvers niet ongehoord. De stemming die de oude mevrouw Kitty Broderick oproept is toch anders. Dit is een verhaal over haar, en niet over de Anglo-Ierse families die hetzelfde doorgemaakt hebben.

Als ‘At Olivehill’ een standaardvoorbeeld van Trevors werk genoemd wordt betekent dat nog niet dat een meerderheid van zijn verhalen zo in de Ierse traditie past; alleen dat zo’n geval nogal eens voorkomt. Het titelverhaal van Cheating at Canasta lijkt er helemaal niet op: over een Ier die dineert in een Italiaans restaurant dat hij vaak bezocht heeft met zijn vrouw die nu te ziek is om met hem mee te komen. Zij wilde graag dat hij toch nog eens ging. En nu zit hij daar, hij denkt aan vroeger, hij hoort een paar zinnen van het gesprek van een jong Amerikaans echtpaar en hij wisselt enkele woorden met hen als zij langs zijn tafel weggaan. Dat is een van die verhalen waar je een tijdje over moet nadenken als het uit is, om de niet precies definieerbare betekenis duidelijker te laten worden.

Dat kan ook gezegd worden van ‘Folie à Deux’, waar een eenzame Ierse bezoeker in Parijs in een stille man bij de rue du Bac zijn allang verloren jeugdvriend Anthony meent te herkennen, en de herinnering aan de gemeenschappelijke vakanties van hun schooltijd oproept.

Ook daar vraagt Trevor voor het meedenken meer begrip dan bij het Ierse familiehuis. Peinzend voor zich uitkijken en de indrukken aan elkaar voegen is een oefening waar je als lezer niet tegenop moet zien. Wie er de smaak van te pakken krijgt kan in de stemming komen om dezelfde peinstechniek op eigen herinneringen toe te passen. Een gesprekje met een echtpaar in een restaurant – een schoolvriendje dat al sinds jaren uit het zicht is verloren: ieders geheugen kent zulke onvoltooide verhalen waar bij nadere aandacht meer betekenis in te herkennen moet zijn.