Na je vrijlating schrijf je een boek

Alan Johnston had als correspondent in Gazastad al vaak ontvoeringen verslagen.

In maart was het zijn beurt. Nu vertelt hij zijn verhaal.

BBC-journalist Alan Johnston had na zijn ontvoering in maart in Gazastad al snel een radio tot zijn beschikking. En een keuken, waar hij water kookte om niet ziek te worden van „de Gazaanse bacteriën”. De omstandigheden van zijn opsluiting waren veel minder erg dan in de Iraakse gevangenis Abu Ghraib, de goelag of de nazikampen, zegt Johnston nu, ruim drie maanden na zijn vrijlating. Maar het waren toch de zwaarste dagen van zijn leven.

Gisteren bracht de BBC op tv, radio en op internet een uitgebreid verslag van de beproevingen van haar correspondent na zijn gijzeling. Johnston vertelt wat hem gebeurde in de 114 dagen dat Palestijnse moslimextremisten hem gevangen hielden.

„Het begon in de lentezon, op de straten van Gazastad. Een auto van het type sedan was me opeens voorbijgeschoten en remde, waardoor ik moest stoppen. Een jonge man stapte uit vanaf de bijrijderskant en richtte een pistool op me. Ik had vaak verslag gedaan van gijzelingen van buitenlanders in Gaza. Nu gebeurde waar ik altijd al bang voor was geweest: het was mijn beurt.”

Johnston had nog zestien dagen te gaan als correspondent voor de BBC in Gazastad, waarna hij de Palestijnse gebieden voorgoed zou verlaten. Om zelf niet ontvoerd te worden was hij na beraad met veiligheidsexperts van de BBC al eens verhuisd en wisselde hij regelmatig van auto. Maar, om redenen die hij niet nader verklaart, gebeurt het hem op 12 maart toch.

De gijzelaar krijgt een kap over zijn hoofd getrokken en wordt naar een flat in de drukbevolkte, arme buitenwijken van Gazastad gebracht. Daar leert hij in de eerste nacht, liggend op een matras, de ‘jihadleider’ kennen, „een lange man in een lange witte jurk, met een hoofddoek van rode ruiten die zijn gezicht geheel verhulde. Hij zei dat ik niet zou worden vermoord, dat ik goed zou worden behandeld, volgens de islamitische gedragscodes voor gevangenen. Als het voorbij was, zei hij, zou ik een boek over mijn ervaringen schrijven, en zou ik zelfs eindelijk gaan trouwen”.

De eerste dagen wordt Johnston overvallen door wanhoop en zware diarree. Dankzij een dieet van gebakken aardappeltjes, tomaten en af en toe een ei, die hij na verhuizing naar een tweede appartement zelf klaarmaakt in een keuken, wordt hij niet ernstig ziek. Geestelijke troost vindt Johnston bij een radio. Tot zijn schrik hoort hij daarop berichten dat hij is geëxecuteerd, maar hij kan ook de campagne volgen die zijn BBC-collega’s voor zijn vrijlating voeren.

Meerdere keren vreest Johnston voor zijn leven: als hij opeens geboeid wordt, en zijn bewaker Khamees, die veelvuldig last heeft van driftbuien, hem vertelt dat „hem een dezer dagen de keel zal worden afgesneden met een mes.” Als hij een bomgordel om moet doen, waarmee hij later op video verschijnt. En tijdens de „meest angstwekkende autorit van mijn leven” die leidt tot zijn vrijlating. Die zegt de journalist te danken te hebben aan de machtsstrijd die deze zomer uitbrak tussen Fatah en Hamas.

Johnston went aan zijn herwonnen vrijheid bij zijn ouders in de heuvels van Schotland. „De nachtmerries worden steeds minder frequent. Hoewel psychologen zeggen dat het allemaal nog pril is, heb ik de sterke overtuiging dat alles goed komt met mij.”

Stel vragen aan Johnston op de BBC-site: bbc.co.uk/news