Modernistische zeepaardjes in de duinen

Een rood-witte ketting moet de mensen nog even van het gazon houden, op het terrein van ’s Heeren Loo in Noordwijk. De instelling voor mensen met een verstandelijke beperking is vrij toegankelijk, maar het gras rond het kunstwerk Cubisch gewelfd trottoir van vormgever Peter Graatsma (1964) moet eerst aanslaan. Straks mag iedereen die wil gaan zitten op het betonnen kunstwerk, of er doorheen rennen. Het trottoir heeft een basale vormentaal en staat vol met bollen, kruizen en vierkanten met afgeronde hoeken en een gat in het midden. De objecten komen tot scheenbeenhoogte uit de tegels zetten – alsof een ondergronds wezen ze omhoog heeft zitten duwen.

Het ontwerp van Graatsma is echte, bijna ouderwetse kunst voor in de openbare ruimte. Je zou dit ding eerder bij een betonnen kantoorkolos uit de jaren zeventig verwachten dan in het sappige groen. Het systematische karakter van het beeld is vergelijkbaar met de modernistische architectuur van toen. Hoewel het object pas twee weken geleden is opgeleverd, lijkt het in niets op de kunst in de openbare ruimte van nu. Die is vaak juist figuratief, soms tijdelijk of bestaat uit efemere lichtwerken, verhalen of wandelingen.

Hoe dat komt? Het trottoir blijkt een nieuwe versie van een bestaand werk, bijna veertig jaar geleden uitgedacht door William Graatsma (1925). Inderdaad, de vader van. De oude Graatsma was van oorsprong architect. Hij richtte met collega Jan Slothouber het Centrum voor cubische constructies ( CCC) op. Ze werkten al in de jaren vijftig systemen uit met kubische vormen, vooruitlopend op het minimalisme van de jaren zestig. In 1970 stelden ze het trottoir tentoon op de Biënnale van Venetië.

De 21ste-eeuwse versie van het Cubisch gewelfde trottoir wijkt iets af van het oorspronkelijke trottoir. De geometrische vormen zijn niet precies gekopieerd. En de kleur van het materiaal is zandkleurig als verwijzing naar de nabijgelegen duinen, in plaats van het oorspronkelijke betongrijs. „Door de kleur aan te passen, en zelf vormen samen te stellen, herinterpreteer ik het werk van mijn vader”, legt Peter Graatsma uit. „De figuren zijn abstracties van zeepaardjes, een zeester. En op verzoek heb ik het trottoir zo ingedeeld dat er rolstoelen doorheen kunnen. Maar wat nog het meeste echt van mij is, is een spel dat ik aan het ontwerp heb toegevoegd: een miniatuuruitvoering in kunststof, waarmee je kunt puzzelen en nieuwe vormen kunt maken. Dat is bedoeld voor de bewoners die binnen zitten.”

Het idee voor het project kwam van Arnoud Holleman, kunstenaar en adviseur van de Stichting Kunst en Openbare Ruimte (SKOR). Holleman wil vergeten kunst opnieuw bezien, en in een nieuwe context plaatsen. Hij benaderde de Graatsma’s met het verzoek om het trottoir opnieuw uit te voeren. Het mooie is dat het trottoir, overgeheveld uit het verleden naar het nu, hier opnieuw tot nadenken aanzet. Wat zijn de achterliggende idealen die spreken uit zo’n kunstwerk? De modernistische architectuur ging ervan uit dat gebouwen het leven van mensen ingrijpend konden vormen en verbeteren. Hoe zit dat met dit kunstwerk, op deze specifieke plek? Het object nodigt uit tot spelen. Of tot genieten in de zon, zittend op zo’n welving. Misschien ontstaan er wel spontane gesprekken. Het trottoir mikt op gemeenschapszin en betrokkenheid. Zijn die idealen haalbaar, of zijn ze allang failliet? Gaat dit kunstwerk functioneren, of wordt het een mooi, maar stil object?

Het ziet er goed uit voor het kunstwerk in het groene ’s Heeren Loo, waar het tempo laag ligt, waar bewoners en hun bezoek arm in arm voorbijlopen. Hier zijn kunstwerk en doelgroep wel aan elkaar gewaagd. Ze hebben de tijd voor elkaar.

Cubisch gewelfd trottoir, ’s Heeren Loo, Zwarteweg 20, Noordwijk. Inl: www.skor.nl