Je leert het liefst in je eigen taal

De Hongaren in Roemenië zijn een van de grootse minderheden in Europa. Ze eisen meer autonomie en onderwijs in hun eigen taal. Maar interne strijd smoort elke ambitie. „Hongaren voelen zich verraden door hun eigen politici.”

Trots loopt actrice Hilde Péter langs de fotogalerij in het Hongaarse theater in de Transsylvaanse stad Cluj in West-Roemenië. Naast portretten van grote acteurs van weleer hangt nu ook een foto van Hilde. „Ik heb mijn plek veroverd in een rijke traditie.”

Die avond speelt een Hongaarse sterrencast in een stuk van een Hongaarse regisseur. Alleen de aankleding is in handen van Roemenen. Hilde: „Dat is visueel, daarvoor hoef je elkaars taal niet te spreken.” In de foyer liggen koptelefoons, voor het geval een Roemeense bezoeker simultaanvertaling wenst. Ze blijven ongebruikt. „Als Hongaarse ga ik ook niet naar het Roemeense theater,” zegt Hilde. „In die taal mis ik elke nuance.”

Hongaren en Roemenen in Cluj – ze delen er de infrastructuur en vinden elkaar op het zakelijke vlak. Maar als het even kan leven ze langs elkaar heen.

Koloszvár heet in het Hongaars de stad die in 1920, bij het verdrag van Trianon, bij Roemenië werd gevoegd. Vanwege zijn rol in de Eerste Wereldoorlog werd Hongarije tweederde van het grondgebied afgenomen, waaronder Transsylvanië waar naar schatting 1,5 miljoen Hongaren wonen. In de Tweede Wereldoorlog kwam Noord-Transsylvanië even terug in Hongaarse handen. Na 1945 kwam het gebied weer bij Roemenië. De voorgangers van actrice Hilde werden uit de Hongaarse Staatsopera gejaagd en verkasten naar een klein theater. De Roemenen namen de Opera over. De Hongaarstalige universiteit Bolyai werd samengevoegd met de Roemeenstalige Babes-universiteit en moest vanaf 1959 genoegen nemen met een ondergeschikte rol in de gecombineerde Babes-Bolyai-universiteit.

De Hongaren in Roemenië vormen, na de Russen in voormalige Sovjetrepublieken, de grootste minderheid in Europa. In het noordoosten van Roemenië wonen de Hongaarstalige csángó’s die er hun cultuur nagenoeg afschermen tegen invloeden van buitenaf. In Szeklerland, in midden-Roemenië, zijn de Székely-Hongaren lokaal in de meerderheid. Maar in Cluj raakten de Hongaren in de verdrukking. De gemeenschap bestond ooit voor 80 procent uit Hongaren, nu voor nog maar 18 procent.

De stad adverteert nu weer met zijn ‘multiculturele karakter’. Maar schijn bedriegt, vindt Mátyás Kolcza, natuurkundestudent aan de Babes-Bolyai. Kolcza, voorzitter van de Hongaarse studentenbond, hekelt de situatie aan zijn universiteit waar officieel Hongaren in hun eigen taal college kunnen volgen. „Maar aan sommige faculteiten is dat onmogelijk. En aan de Hongaarstalige faculteiten zijn het uiteindelijk Roemeense bestuurders die het curriculum bepalen en het budget beheren. De betere Hongaarse professoren vertrekken, ze zoeken in Hongarije of elders in Europa de academische onafhankelijkheid op.”

Om de pijn te verzachten financierde de rechts-conservatieve Hongaarse regering van Viktor Orbán (1998-2002) de oprichting in Cluj van de Hongaarstalige privé-universiteit Szapiencia. „Maar die bemoeienis vanuit Boedapest heeft een averechts effect gehad”, zegt Kolcza. „De Roemeense overheid erkent een Szapiencia-diploma niet. Tegelijk lopen onze professoren wel over naar de Szapiencia omdat die beter betaalt.”

Eind vorig jaar plaatsten twee Hongaarse Babes-Bolyai-docenten Hongaarse informatiebordjes – ‘Verboden te roken’, ‘Toiletten’ – naast de bestaande Roemeenstalige borden. De actie, onderdeel van hun eis voor meer autonomie voor Hongaren binnen de universiteit, moesten ze bekopen met ontslag. „Terecht”, zegt de Roemeense docent Josip Deac op de trappen van het universitaire hoofdgebouw. „Hun acties hebben de universiteit geschaad. Ze willen uiteindelijk een eigen, Hongaarse universiteit. Het is nergens voor nodig. In het bestuur zitten zowel Roemenen als Hongaren.” De twee ontslagen universiteitsdocenten en hun sympathisanten richtten onlangs het Bolyai-comité op. Ze strijden voor de oprichting van een nieuwe, onafhankelijke Hongaarse universiteit.

Op papier worden de initiatieven gesteund door de Democratische Unie van Hongaren in Roemenië (UDMR), de politieke partij van de Hongaarse minderheid die deel uitmaakt van elke Roemeense coalitieregering, ook de huidige. Maar steeds vaker vragen Hongaren zich af wat de UDMR eigenlijk voor hen voor elkaar krijgt. In de praktijk laat de UDMR het afweten, zegt Olivér Kiss, hoofdredacteur van de Hongaarstalige krant Szabadság in Cluj. „Natuurlijk voelen de Hongaren zich verraden door hun eigen politici. Het lijkt erop dat er een pact is: UDMR mag meeregeren, als ze de eis voor autonomie maar inslikt.” Binnen de Hongaarse gemeenschap klinkt steeds vaker de wens van territoriale autonomie – voor de Roemenen absoluut onaanvaardbaar.

De autonomiekwestie wordt volgens Kiss „onterecht verward met de wens die bepaalde groeperingen in Hongarije koesteren om Transsylvanië weer terug te krijgen”. Nationalistische politici in Boedapest slaan munt uit het verdriet om de amputatie van 1920. Kiss: „Transsylvanië is nu Roemeens, punt uit. We moeten ons concentreren op waar het echt om gaat: het verdedigen van de rechten van een minderheid. Maar die ambitie gaat kopje onder door interne strijd binnen de UDMR.”

In de peilingen is de UDMR inmiddels gezakt van 8 naar 4,7 procent van de stemmen. Uit onvrede over de politieke koers heeft UDMR’s erelid László Tökés, de dominee bij wie in 1989 de Roemeense revolutie begon, zich als onafhankelijk kandidaat geworpen in de Roemeense verkiezingsstrijd voor het Europees parlement op 25 november. Tökés kan volgens opiniepeilingen rekenen op de meerderheid van de Hongaarse kiezers.

Heeft de UDMR het laatste restje vertrouwen verspeeld? „We laten de Hongaren niet in de steek, het is gewoon een moeizaam proces dat tijd nodig heeft”, zegt UDMR-politicus András Máté in het partijkantoor in Cluj. Volgens hem heeft het „agressieve optreden” van het Bolyai-comité, zoals het ophangen van Hongaarse informatieborden aan de universiteit, de zaak geen goed gedaan. „Daarmee jaag je de Roemenen de gordijnen in.”

De UDMR heeft haar geloofwaardigheid verloren, vindt Annamária Varga van het Bolyai-comité. „Ze heeft alle kansen laten liggen.” Varga is net terug van een bezoek aan de Raad van Europa in Straatsburg om het initiatief voor een aparte Bolyai–universiteit in de week te leggen. „Wat is er agressief aan onze wens om onderwijs te volgen in het Hongaars? Iedere Europeaan studeert toch liever af in zijn eigen taal.”