In je eentje op een lege planeet

Jeanette Winterson: The Stone Gods. Penguin, 207 blz. €19,95. Een Nederlandse vertaling verschijnt op 20 november bij Contact.

Wat gebeurt er als engagement de literatuur binnenkomt? De Britse schrijfster Jeanette Winterson kon zich er dit keer, naar eigen zeggen, niet van weerhouden de wereld om haar heen als romanmateriaal te gebruiken. Dat is voor het eerst in haar carrière, die in 1985 begon. Het is tijd voor een reactie, liet ze weten. Vandaar dat ze in haar negende roman, The Stone Gods, verwijst naar onder meer de agressieve beeldcultuur, het alom heersende maakbaarheidsideaal, de nucleaire dreiging van Iran en de opwarming van de aarde.

Als uitgangspunt neemt ze datgene dat iedereen vreest: de aarde is na een eeuwenlange uitputtingsslag onbewoonbaar geworden. Hoe zou de mensheid met een tweede kans omgaan? In haar roman is een nieuwe ongerepte planeet gevonden. Een planeet die erg lijkt op hoe de aarde er 65 miljoen jaar geleden uitzag, compleet met dinosaurussen. Stel dat we daar met z’n allen in een ruimteschip naartoe zouden vliegen?Zou de mensheid de zaken dan beter aanpakken? Zouden we van onze fouten hebben geleerd?

Om met die gedachte te spelen, richtte Winterson een wereld in de nabije toekomst in. Die wereld is verdeeld in drie geopolitieke blokken: de Centrale Macht, het Oosters Kalifaat en het SinoMoskou Pact. In de Centrale Macht is een volledig verstedelijkte versie van het vroegere Westen te herkennen. Natuur bestaat niet meer, kinderen worden buiten de baarmoeder geboren, vlees voor consumptie wordt gekloond en DNA valt zondanig te manipuleren dat iedereen zijn eigen leeftijd en uiterlijk kiest.

In alles is deze opgevoerde wereld een uit de hand gelopen versie van onze huidige. En op die ten dode opgeschreven planeet leeft ene Billy Crusoe. Als een heimelijke daad van verzet liet zij genetisch niet aan zich sleutelen. Bovendien bewoont ze een ouderwetse boerderij, waarvan de omliggende hectares land uit échte bomen, struiken, riviertjes en grasland bestaan. Maar de autoritaire staat van de toekomst, zoals Winterson en elke literaire visionair vóór haar zich die voorstelt, houdt niet van dissidenten. Dus wordt Crusoe gedwongen om als één van de eersten de nieuwe, door mensen nog onbewoonde planeet te bezoeken en daar te blijven.

Het ruimteschip dat haar vervoert is van de poëtische space-avonturier Handsome. Naast diens bemanning ontmoet Crusoe een leeghoofdige prijsvraag-winnares die op de nieuwe planeet alvast de Westerse celebrity- cultus wil invoeren. Maar ook treft ze Spike aan, de eerste Robo Sapiens: een perfecte kruising tussen mens en robot. Spike beschikt over een database met alle denkbare feitenkennis en doorleest de wereldliteratuur in een mum van tijd. Bovendien is ze beeldschoon. Haar enige assemblagefouten: ze begrijpt geen ironie, ze snapt poëzie niet en kent geen emotie. Toch wordt Billy verliefd op haar: een opvallend teder gevoel in deze technocratische tijden.

Tot zover blijkt The Stone Gods een literair pamflet tegen de Westerse cultuur. Een kritiek in de vorm van opzettelijk wat kolderiek aandoende sciencefiction. Winterson ageert tegen de polariserende politiek van de regering-Bush, de overuren draaiende consument, de door media gepropageerde oppervlakkigheid. Maar die kritiek is onderhand bekend genoeg. Ze levert in ieder geval geen boeiende literatuur op. Het is dan ook logisch dat de roman pas interessant wordt wanneer Winterson haar engagement opzij schuift. Wanneer ze het grotere, cultuurpessimistische plaatje achter zich laat. Als ze zich bezig houdt met het kleinere: de verhouding tussen mensen.

Want op het vlak van die kleine relaties is Winterson een groot schrijfster. Midden jaren tachtig debuteerde ze als 23-jarige met haar semi-autobiografische roman Oranges Are Not the Only Fruit. Hierin vertelde ze heel overtuigend over een lesbisch meisje dat probeert te ontkomen aan haar benauwend, streng christelijke omgeving. Met dit boek was haar reputatie gevestigd. Die reputatie bevestigde ze krachtig met haar daaropvolgende boeken The Passion en Sexing the Cherry. In deze romans buitelen sprookjes en mystieke taferelen over elkaar heen, geschreven in bezwerend proza, vol van beeldende kracht. Winterson doet dan sterk denken aan de Vlaamse auteur Peter Verhelst. Al is die een echte postmodernist, gezien zijn fascinatie voor taal, betekenis en structuur.

Wintersons werk gaat over universelere thema’s: liefde, verbondenheid, bestemming, de innerlijke ontdekkingsreis. Deze thema’s komen in The Stone Gods opnieuw aan bod en leveren ook dit keer ijzersterke passages op. Alleen al omdat de schrijfster op die momenten stilistisch en beeldend op haar best is. Wanneer de roman vanuit de toekomst terugduikt in het verleden beschrijft ze op een hypnotiserende manier de liefde tussen een 18de-eeuwse zeevaarder en een bewoner van Paaseiland. Maar het meest imponeert nog de diep doorvoelde, semi-autobiografische terugblik van de ooit ter adoptie opgegeven Billy Crusoe op haar biologische moeder.

Dit alles is te weinig om van The Stone Gods een sterke roman te maken. Bovendien is het ietwat wrang te moeten constateren dat de nieuwe weg die Winterson nu inslaat, dood loopt. Ze overtuigt pas als ze teruggrijpt op datgene wat ze al in het begin van haar schrijverschap deed.