‘Het Lab’ van Bas Kok

Psychologie is populair. Althans, in de betekenis van: begrip krijgen van en ‘werken aan’ jezelf. Boekhandels puilen uit met populair-psychologische magazines en zelfhulpboeken. Levensgeluk lijkt binnen handbereik voor wie zich maar echt inzet, en alles wat in de weg staat – slechte karaktereigenschappen, trauma’s, blokkades – moet met workshops en trainingen uit de weg worden geruimd. We zijn in de ban van een geestelijke-maakbaarheidsgedachte.

De mens die we willen en met wat moeite zouden kunnen zijn, wordt door psycholoog Bas Kok in zijn romandebuut Het Lab de ‘virtuele mens’ genoemd. Het is mooi gevonden, zeker nu onze ideale ‘ik’ op internet ook echt virtueel gestalte kan krijgen.

Koks roman beslaat een periode van tachtig jaar, die hij onderverdeelt in vijf tijdvakken waarin steeds een specifiek type mens voorkomt. Er is ‘de zwijgende mens’ uit de periode voor de Tweede Wereldoorlog: de ongeletterde arbeider die gezagsgetrouw uitvoert wat hem wordt opgedragen, ‘de collectieve mens’, uit de jaren van wederopbouw, ‘de idealistische mens’ uit het hippietijdperk, ‘de individualistische mens’ uit de jaren tachtig en de virtuele mens van nu.

De hoofdpersoon, Lodewijk Peeters, testpsycholoog bij het Psychotechnisch Laboratorium (PTL) observeert en analyseert gedurende zijn loopbaan individuen die hij in bovenstaande categorieën onderverdeelt. Als hij tachtig is, en reeds lang met pensioen, schrijft hij zijn memoires. Kok laat hem schrijven in de plechtige, ietwat archaïsche taal van een heer op leeftijd. Dat levert stilistisch fraaie frasen op. „Ik heb gezien hoe de psyche van de mens meeboog met het gewricht van de tijd”, schrijft Peeters in de inleiding van zijn gedenkschrift.

Zijn hele loopbaan en in feite: leven, blijft Peeters een observant. Een schokkende gebeurtenis in zijn puberteit dreigt hem zodanig te ontregelen dat hij heel behendig wordt in het wegdrukken van zijn gevoel. Hij wordt een man die nergens verantwoordelijkheid voor neemt. Banen, promoties, zelfs zijn huwelijk – alles overkomt hem. Daags voor zijn dood wordt hij gedwongen zijn verleden alsnog onder ogen te zien. Dat mondt uit in een ontroerende briefwisseling die de grenzen van de tijd overschrijdt. Zelfkennis als loutering – Kok verpakt die klassieke moraal in een schrijnende levensgeschiedenis.

De duizelingwekkende hoeveelheid zelfkennislectuur mag dan tot scepsis leiden, wellicht had Socrates het lezen ervan toch gestimuleerd. In elk geval zijn de hulpmiddelen bij het vergroten van het zelfinzicht sinds zijn beroemde devies ‘Ken Uzelf’ niet zo talrijk geweest.

In ‘Iedereen Leest’ wordt aandacht besteed aan actuele bestsellers.