Het kind heeft gewonnen

In 2002 nog werd virtuele kinderporno door de politiek gezien als grondwettelijk beschermde ‘vrije expressie’.

Nu wordt alleen kijken al strafbaar. Een terugblik.

De opvattingen over virtuele pornografie zijn in korte tijd ingrijpend veranderd. Gisteren ondertekende minister Hirsch Ballin van Justitie tijdens een bijeenkomst van de Raad van Europa een verdrag waaruit voortvloeit dat mensen die op internet naar kinderporno kijken strafbaar worden, ook zonder de beelden op de computer op te slaan. Het bezit van kinderporno is al strafbaar, maar straks kunnen mensen dus ook vervolgd worden als zij bijvoorbeeld met hun creditkaart betalen om alleen naar virtuele kinderpornografie te kijken.

Vijf jaar geleden was dit in Nederland nog ondenkbaar geweest. Wie de verslagen van discussies in het parlement erop naslaat, ziet dat een uitbreiding van de strafbaarstelling van kinderpornografie toen niet had gekund.

„Grote politieke partijen lieten het recht van volwassenen tot voor kort prevaleren boven de rechten van het kind”, zegt Rien van IJzendoorn, hoogleraar pedagogiek aan de Universiteit Leiden.

Progressieve linkse partijen, waaronder de PvdA, vonden een verbod op schriftelijke of digitale kinderpornografie in strijd met de vrijheid van meningsuiting. Dat blijkt onder meer uit de behandeling van een ‘wijziging van de zedelijkheidswetgeving’ in 2002. Die beoogde een betere bescherming van minderjarigen tegen seksueel misbuik.

GroenLinks bijvoorbeeld was toen helemaal niet overtuigd van het nut daarvan. De partij stelde dat het bij virtuele kinderpornografie, waarbij beelden worden gemanipuleerd, ging om „producten die zonder enige schade aan kinderen tot stand zijn gekomen”. De PvdA achtte misbruik van kinderen voor kinderporno verwerpelijk maar stelde ook dat „zelfs bij pornografie sprake is van een meningsuiting, een expressie. Een beperking van dit grondrecht is aan grondwettelijke en verdragsrechtelijke regels gebonden”, aldus PvdA-Kamerlid Jurgens in juli 2002.

En dat terwijl de Verenigde Naties in 1989 hadden ingestemd met het Verdrag voor de Rechten van het Kind. Volgens dat verdrag is kinderpornografie een inbreuk op de fysieke en psychische integriteit van het kind dat wordt afgebeeld.

In Nederland was handel in kinderporno tot midden jaren tachtig eigenlijk vrij. En nog tot in de jaren negentig was er in de Eerste Kamer discussie over hoe het zat met de keuzevrijheid van minderjarigen die hadden ingestemd met deelname aan pornografie. Hoe stond het dan met de vrijheid van verspreiding van pornografische afbeeldingen?

Kinderen tussen de 12 en 18 jaar hadden volgens liberalen en progressieven zelfbeschikkingsrecht. Zij stonden lijnrecht tegenover de christelijke partijen, die de kinderporno verwierpen. „Baarlijke nonsens”, zegt hoogleraar Van IJzendoorn over het zelfbeschikkingsrecht. „Het zijn en blijven kinderen, die de gevolgen ervan niet kunnen overzien.”

Pas in 2002 ging de strafbare leeftijd voor pornomodellen omhoog van 16 naar 18 jaar. Ook werd toen de regel afgeschaft dat pas wanneer een minderjarige een klacht indiende, het openbaar ministerie kon overgaan tot vervolging van een pedoseksueel. Dat kan nu zonder formeel protest van het kind.

Volgens Jan Willems, bijzonder hoogleraar rechten van het kind aan de Vrije Universiteit van Amsterdam, heeft „de pedo-ideologie in Nederland in hoge kringen veel invloed gehad.” „Het is niet voor niets dat er in Nederland een pedopartij is.”

De kritische omslag van het denken begon volgens Theo Noten van Ecpat, een internationaal netwerk dat zich bezighoudt met bestrijding van uitbuiting van kinderen, in de zomer van 1996. „Na de vondst in België van twee meisjes die door Dutroux verkracht en vermoord waren, kwam er enorm veel belangstelling voor bestrijding van seksueel misbruik en uitbuiting van kinderen”, zegt hij. Toen is de samenleving daar anders tegen aan gaan kijken. „Daarvóór was er nauwelijks aandacht voor het onderwerp. Het is wrang, maar mede dankzij Dutroux krijgen de rechten van kinderen op bescherming tegen misbruik meer prioriteit.”

Nu wordt kinderporno op internet door de meeste mensen als schadelijk gezien. „De opinie over kinderporno tot de leeftijd van achttien jaar, is partijbreed opgeschoven naar een grotere bescherming van kinderen. GroenLinks is als laatste van standpunt veranderd”, zegt Noten. „Dat het hele parlement nu met een andere blik kijkt, bewijzen de recente debatten over normen en waarden, over breezerseks, MTV en de seksualisering van de maatschappij wel. We lijken ons nu pas te realiseren dat het bij het kijken naar kinderporno gaat om het kijken naar beelden van seksueel misbruik van kinderen en dat hier dus sprake is van schadelijke en dus ongewenste praktijken.”

Uiteindelijk is het VN-Kinderrechtenverdrag in Nederland toch gaan leven, zegt kinderrechten-hoogleraar Willems. In dat verdrag staat dat kinderen geen verlengstuk van hun ouders zijn. Als kinderrechten botsen met grondrechten van volwassenen, gaan de rechten van het kind voor.

„Dat is een omkering van de opvatting van pedofielen, die er van uit gaan dat kinderporno kinderen niet schaadt”, aldus Willems. Terwijl Amerikaans onderzoek volgens hem heeft uitgewezen dat 85 procent van de internetgebruikers die kinderpornografische beelden downloaden, kinderen ook daadwerkelijk seksueel hebben misbruikt.

En mentaliteitsverandering ten gunste van de rechten van het kind is nog gaande, meent Willems. Hij verwijst naar minister Rouvoet van Jeugd en Gezin, die hulpverleners oproept zich bij vermoedens van kindermishandeling niet langer te verschuilen achter de privacy van de ouders maar het belang van het kind centraal te stellen. Nu is de norm dat een volwassenen niet seksueel met een kind omgaan, zegt Willems. „De rechten van het kind gaan voor. Daaraan heeft de internationale druk, de Raad van Europa, zeker bijgedragen.”

Met medewerking van Ans Faber