Helemaal geen frigide tang

Germaine Greers portret van Shakespreare's vrouw is een ideaalbeeld. Maar eerdere biografen speculeerden in dezelfde mate.

Germaine Greer: Shakespeare’s Wife. Bloomsbury, 406 blz. € 31,–

Wie Germaine Greer zegt, denkt niet dadelijk aan een Shakespeare-vorser. De Australische feministe schokte in 1970 de wereld met haar boek De vrouw als eunuch. Minder bekend is dat zij twee jaar eerder in Cambridge promoveerde op het proefschrift The Ethic of Love and Marriage in Shakespeare’s Early Comedies. Inmiddels is zij als gepensioneerd hoogleraar literatuurwetenschap teruggekeerd naar haar oude stiel. Haar grondige kennis van Shakespeare’s oeuvre en van het Elizabethiaanse tijdperk heeft zij verwerkt in een biografie van Ann Hathaway, de door Shakespeare-kenners consequent verguisde echtgenote van de grootste woordkunstenaar aller tijden.

Een klassieke biografie is Shakespeare’s Wife niet, eerder een polemiek met wat Greer de ‘Bardolatristen’ noemt, idolate biografen van de bard die er in hun studies op los fantaseerden en de vele witte plekken in zijn leven opvulden met nogal willekeurige interpretaties van zijn werk.

Over Shakespeare’s leven is weinig bekend en over dat van Anne Hathaway, de acht jaar oudere boerendochter met wie hij in 1582 op zijn 18de trouwde, nog minder. Alles wat wij van haar weten komt uit kerkelijke registers. Daaruit blijkt dat zij ten tijde van haar huwelijk drie maanden zwanger was van dochter Susanna, die in mei 1583 werd gedoopt. In 1585 beviel zij van de tweeling Judith en Hamnet. De jongen overleed op 11-jarige leeftijd, de meisjes trouwden en in 1608 werd kleindochter Elizabeth geboren. Dat is zo’n beetje alles wat we aan feiten hebben. En dan is er natuurlijk nog Shakespeare’s testament, vlak voor zijn dood in 1616 opgemaakt, waarin hij Ann zijn ‘op één na beste bed’ nalaat.

Het simpele feit dat Ann acht jaar ouder was dan Will en haar alleen dat niet zo beste bed naliet, heeft onderzoekers op het idee gebracht dat zij een misbaksel geweest moet zijn, met wie het verleide genie ‘moest’ trouwen. Zijn vertrek naar Londen, waar hij zijn duizelingwekkende carrière maakte, is uitgelegd als een vlucht voor zijn vrouw. In vrijwel alle literatuur over Shakespeare wordt Ann voorgesteld als overspelige mannenverslindster of frigide lelijkerd.

Germaine Greer is niet de eerste die bezwaar aantekent tegen de seksistische vooringenomenheid waarmee de figuur van Ann Hathaway in biografieën, films en toneelstukken is benaderd. In haar solovoorstelling Mrs. Shakespeare, Will’s First and Last Love (1989) probeerde de Amerikaanse actrice en schrijfster Yvonne Hudson een aardig mens van haar te maken. Op basis van een analyse van de sonnetten en toneelstukken concludeerde zij dat er wel degelijk sprake was van respect en vriendschap tussen de echtelieden. Het zou mij niet verbazen als Greer zich voor het tegengeluid dat zij nu laat horen in Shakespeare’s Wife door Hudson heeft laten inspireren, maar uit haar uitvoerige bibliografie blijkt dat niet. Ook in het dankwoord wordt Hudson niet genoemd, wél, zonder opgaaf van redenen, ‘Her Majesty the Queen’.

Erudiete grap

Deze buiging voor de majesteit versterkt het vermoeden dat Greers onderzoek naar de echtgenote van Shakespeare één grote erudiete grap is. Zij maakt duidelijk dat de ‘Bardolatristen’, van Anthony Burgess tot de bewierookte schrijvers van recente Shakespeare-biografieën als Anthony Holden en Stephen Greenblatt, alles behalve betrouwbaar zijn. Allemaal putten zij uit Shakespeare’s werk om zijn leven vorm te geven, een omstreden want speculatieve methode, die de deur openzet voor reductionisme en willekeur. Het knappe van Greer is, dat zij tegenover elke op Shakespeare’s werk gebaseerde interpretatie van zijn huwelijk met Ann een totaal tegenovergestelde eveneens aan zijn werk ontleende uitleg geeft, even plausibel of onwaarschijnlijk als die van de Bardolatristen.

Als Greer zich stort op de teksten van Shakespeare wint ze het bijna altijd van haar voorgangers, die ze als amateuristische stoethaspels te kijk zet. Haar analyses van de sonnetten en toneelstukken vormen de hoogtepunten van deze ‘biografie’, niet omdat ze een getrouw beeld geven van Shakespeare’s liefdesleven – Greer bestrijdt juist dat dit mogelijk is – maar omdat ze je ertoe aanzetten die teksten zelf weer eens met frisse blik te lezen.

In Shakespeare’s Wife, met op het omslag een vrouw zonder hoofd, betoont Greer zich even vooringenomen als de Bardolatristen, maar dan in omgekeerde zin. Zij is vóór Ann Hathaway en schetst een zo positief mogelijk beeld van haar. Om dat ideaalbeeld te kunnen onderbouwen, heeft ze serieuzer onderzoek verricht dan de misogyne Shakespeare-onderzoekers die van Ann een vrouw zonder hoofd maakten.

Erotische dimensie

Zo probeert Greer, tegen de heersende maar nergens op gebaseerde opvatting in, aannemelijk te maken dat Ann géén analfabete was. Elf procent van de vrouwen in haar tijd kon schrijven en Ann, afkomstig uit een streng protestants milieu, zal geleerd hebben de Bijbel te lezen. Of anders was ze misschien wel analfabeet toen ze Shakespeare leerde kennen, maar heeft hij haar wellicht lezen geleerd, terwijl zij haar koeien weidde. Uit zijn toneelstukken blijkt immers dat hij zich bewust was van de erotische dimensie van lesgeven, of het nu Henry is die Katharine Engels leert of Roslind die Orlando lessen in liefde geeft.

Omdat Ann al 26 was toen zij met de 18-jarige Shakespeare trouwde, is gesuggereerd dat de bruid wegens lelijkheid of onkuis gedrag haar huwelijkskansen eigenlijk al verspeeld had. Greer toont aan dat dit niet per se het geval hoeft te zijn geweest. De huwelijksleeftijd van vrouwen was in die tijd 26 à 27. Het bijzondere aan het huwelijk was niet dat Ann zo oud was, maar Will zo jong. Voor veel opwinding kan dit volgens Greer echter niet gezorgd hebben, omdat het in de 16de eeuw vaker voorkwam. Trouwen met de weduwe van een overleden werkgever was een droomwens, die in ballades werd bezongen.

Germaine Greer heeft mij er niet van kunnen overtuigen dat William en Ann uit liefde zijn getrouwd en dat zij elkaar wederzijds inspireerden en steunden. Ik denk ook niet dat dit Greers bedoeling was; zij laat zien dat generaties elkaar overschrijvende Shakespeare biografen er maar wat op los gespeculeerd hebben. In een polemiek met Anthony Burgess, die er voetstoots vanuit gaat dat Will tegen zijn zin met Ann is getrouwd, schrijft Greer: ‘Het kan hem duidelijk niet schelen of Ann van Will hield, waar ik van overtuigd ben’. Uiteraard is een niet op feiten gebaseerde overtuiging een ridicuul uitgangspunt voor een biografie, maar wat Greer ermee wil zeggen is dat vrijwel alle onderzoekers op deze manier, vanuit een ongegronde overtuiging dus, te werk zijn gegaan.

Greers mevrouw Shakespeare, een voorbeeldige, maar saaie echtgenote en moeder, is een even onwaarschijnlijk personage als de overspelige sloerie of frigide tang die anderen van haar hebben gemaakt. Het leven van de ware Ann Hathaway zullen we wegens gebrek aan bronnen evenmin leren kennen als dat van de ware Shakespeare. Maar met de ontmaskering van seksistische mythologen creëert Greer een evenwichtiger beeld van Shakespeare’s echtgenote dan voorhanden was. De humor en zelfspot die van de bladzijden spatten, zorgen er voor dat geen zinnig mens er vervolgens over peinst dit beeld voor het ware te houden.