Football total

Het ging niet om de uitslag, maar om de bijzondere manier waarop die tot stand was gekomen. De 4-1 overwinning van Arsenal op Leeds United was gebouwd op positiewisselingen, op gevarieerd aanvalsspel, op techniek. Na afloop kreeg Arsenalcoach Arsène Wenger de vraag voorgelegd of hij soms streefde naar totaalvoetbal. Antwoord: inderdaad – en hij verwees naar het Nederlandse voetbal in de jaren zeventig, naar de tijd van Johan Cruijff.

Dat deed hij in september 2002. Vijf jaar later lijken de ambities van Wenger nog altijd niet veranderd. Sterker, zijn doel lijkt dichter bij dan toen. Met een nieuw elftal bewijst hij dat totaalvoetbal geen relikwie uit het verleden hoeft te zijn. Kijkend naar Arsenal vraag je je af waarom Wenger niet wat meer defensieve en controlerende types opstelt. Geld genoeg, zou je zeggen. Wenger kan de meest ervaren slopers ter wereld kopen, maar hij prefereert aanvalslustig passende jonkies, vaak uit verre oorden, geen idee hoe hij daaraan komt. Modern voetbal is niet noodzakelijkerwijs commercieel, berekenend, cynisch. Kijk maar naar Arsenal.

Raakte de Franse coach in paniek toen de aanvaller om wie alles jarenlang had gedraaid, Thierry Henry, deze zomer naar Barcelona vertrok? Mais non. Kocht hij snel een doorgewinterde spits? Pas du tout. Hij had de vervanger binnen handbereik: Robin van Persie, het verwende, onhandelbare talent uit Rotterdam dat onder zijn vleugels een soort gezinsvervangend tehuis had gevonden en al snel een grote jongen werd. Wenger kiest voor wat niet is, maar nog zal komen. Hij moet een onverbeterlijke romanticus zijn.

Door Wengers komst, elf jaar geleden, is het elftal van een saai Engels team veranderd in een wervelend, kosmopolitisch gezelschap dat de mensen een spektakel wil voorzetten. Het football total van Wenger etaleert een keur aan exotische figuren, van de reusachtige afmaker Emmanuel Adebayor tot de kleine zwarte back Bacari Sagna en het onvermoeibare scharnierpunt Alex Hleb. Ze lopen door elkaar heen en ze nemen elkaars posities over, hongerig en beweeglijk, iedereen wil de bal hebben en als dat het geval is, gaat de bal naar voren. Arsenal voetbalt als een schooljongen op vrijdagmiddag, jottem, lekker buiten spelen.

Het lijkt allemaal te mooi om waar te zijn, en misschien is het dat ook wel. Maar voorlopig gaat Arsenal aan kop in zowel de Engelse competitie als de Champions League (groep H). Dinsdag slalomde Arsenal met 7-0 langs de klippen van Slavia, het Praagse team dat Ajax – ooit de bakermat van het totaalvoetbal – buiten de Champions League had gehouden. Laat dit zo doorgaan tot mei volgend jaar. Eerste hobbel: zondagmiddag, Liverpool uit. Dat wordt een krachtproef voor Arsenal, en voor Wenger, en voor, durf ik te zeggen, het voetbal.