Fijne vingers voor vette worsten

Van Hessen Groep verwerkt jaarlijks 1,5 miljard meter darm vanuit Shanghai.

Want Chinese vrouwen hebben erg fijne handen.

In een wit betegelde fabriekshal staan 2.000 Chinese vrouwen. Achter hoge aanrechten, in witte stofjassen en witte kaplaarzen sorteren ze vliegensvlug en zwijgend natuurdarmen.

De vrouwen zetten het uiteinde van de darmen op een kraantje en laten er water door lopen. Ze controleren de darmen op diameter en kwaliteit en werken acht uur per dag, soms ook op zaterdagen. Ze verdienen circa 200 euro per maand. Een goed salaris voor arbeiders van het platteland in China.

De fabriek van Shanghai Star en de Nederlandse Van Hessen Groep, een familiebedrijf dat schapen- en varkensdarmen levert aan de vleesverwerkende industrie, staat midden in de woonwijk Maqiao.

„Darmen verwerken lijkt op het eerste gezicht geen glorieuze bedrijfstak”, zegt directeur Lex van Hessen, „ons bedrijfsmotto is echter ‘No guts no glory’.”

Toen Van Hessen eind jaren zeventig op bezoek was in China, raakte hij onder de indruk van de fijne handen van de Chinese vrouwen. Hij benadrukt nog eens dat het hem niet te doen was om goedkope arbeidskrachten maar vooral om het gebruiken van goed gekwalificeerde arbeidskrachten. „Schapendarmen sorteren vereist meer nog dan het sorteren van varkensdarmen fijnzinnigheid en concentratie. Het Chinese volk is naar mijn ervaring hiertoe het beste in staat.”

Van Hessen was het eerste bedrijf na de culturele revolutie dat in China geïmporteerde grondstoffen ging verwerken voor ‘her-export’. Jaarlijks levert Van Hessen anderhalf miljard meter darmen af, goed voor een omzet van circa 180 miljoen euro. Het bedrijf is wereldwijd marktleider waar het gaat om de verwerking van darmen. Nog altijd groeit Van Hessen met 15 procent per jaar. De darmen gaan de hele wereld over. De kans is groot dat de Hollandse rookworst, de Duitse knakworst of de Amerikaanse hotdog verpakt is in het eetbare velletje dat door Chinese handen is gegaan in de fabriek van Van Hessen.

Lex van Hessen gaat voor naar zijn kantoor waar hij direct naar een foto van hemzelf en president Hu Jintao loopt. „Er zijn maar weinig mensen die kunnen zeggen dat ze hebben gedineerd met de president”, zegt Van Hessen. „Dat zegt genoeg over onze staat van dienst in China.” Van Hessen reisde in 1974 voor het eerst naar het land in een tijd dat er ’s avonds geen licht brandde op straat en iedereen nog in Mao-pakjes liep. Eind 1978 lagen er voor Van Hessen kansen. Samen met vader Paul, die het bedrijf in 1964 begon, sloot hij een contract af met staatsbedrijf SAB om geïmporteerde darmen te gaan verwerken.

Toen de toenmalige Chinese leider Deng Xiaoping in 1985 de deuren naar het Westen opende, zag Van Hessen het zakelijke klimaat veranderen. „Deng is de enige leider die zijn eigen signatuur gaf aan beslissingen van de Chinese overheid.” Hij verhaalt over de situatie vlak na 1985. „Het was een chaos. Iedereen wilde naar China, er was geen vliegtuigstoel meer te krijgen. Het Wilde Westen werd het Wilde Oosten”, zegt Van Hessen. „Westerlingen dachten de Chinese markt van de ene op de andere dag te kunnen veroveren, er geen rekening mee houdend dat je in China slechts succesvol kan zijn met een langetermijnstrategie.”

In 1994 beëindigde Van Hessen de samenwerking met SAB waarna hij een joint venture aanging met een fabriek van SAB die onafhankelijk van het moederbedrijf was gaan werken. „Omdat we negatieve ervaringen hadden met personen van het oude management zijn we van meet af aan duidelijk geweest. We wilden alleen zaken doen op basis van eerlijkheid, openheid, het streven naar kwaliteit en hygiëne. En we wilden exclusiviteit.”

Van Hessen hamert niet alleen op normen voor de bedrijfsvoering, hij zegt ook de bedrijfsethiek hoog in het vaandel te hebben staan. „Ik doe geen zaken met bedrijven die kinderarbeid toestaan, ik geef mijn joint venturepartner de opdracht erop toe te zien dat mijn werknemers goede medische hulp krijgen en dat overuren worden uitbetaald.”

Van Hessen loopt met ons langs tafels waarop gekleurde emmertjes met gesorteerde darmen staan. De darmen komen uit Australië, Europa, de VS, Nieuw Zeeland; eigenlijk van overal waar het veterinair veilig is. Ter plekke worden ze schoongemaakt, gepekeld en vervoerd, direct naar China of via het distributiecentrum van Van Hessen in Nieuwerkerk aan den IJssel. In China aangekomen worden ze ‘ontpekeld’ en gesorteerd. Darmen bederven niet als je ze goed zout, en zijn jarenlang goed te houden.

Van Hessen zegt veel waarde te hechten aan de dierengezondheid. Niet voor niets is hij voorzitter van de Europese bond voor de natuurdarmindustrie en onderhoudt hij nauwe contacten met Brussel. Tijdens het gesprek verschijnt plotseling een drietal mannen in uniform op het terrein. „Dat is de veterinaire controle. Niets bijzonders, ze komen zeer regelmatig maar wegens de recente voedselveiligheidincidenten is de controle nog eens aangescherpt.”

Van Hessen wijst op een enorme ton met water waarin darmen drijven. „Dat water wordt elke dag drie keer ververst.” Het afvalwater gaat in een speciale afvoer en een deel van het restwater gaat naar de farmaceutische industrie die het gebruikt voor de productie van heparine (bloedverdunners). Ook andere restproducten zoals slijmvliezen en alvleesklieren zijn bestemd voor de farmacie.

Een fabriek leiden in China brengt ook zorgen met zich mee. „Rond Chinees Nieuwjaar gaan vele werknemers terug naar de provincie. Sommigen zie je daarna niet meer terug.”

Van Hessen verheugt zich op het betrekken van een nieuwe vestiging van 66.000 vierkante meter op een steenworp afstand van de oude fabriek. De bouw van de efficiëntere en moderne fabriek ging goed tot een elektriciteitspaal op het terrein in de weg bleek te staan. „Het duurde maanden om toestemming te krijgen om de paal te verwijderen. Dat is ook China.”