Een zielige gangster

René Appel: Schone handen. Anthos, 256 blz. € 19,95

Er wringt de laatste jaren iets in de romans van René Appel. Appel is de kampioen van de doorzonwijk die in zijn psychologische thrillers door en door burgerlijke personages laat oplopen tegen hun beperkingen. Hij brengt ze in multiperspectivisch vertelde verhalen gaandeweg in het nauw, laat ze een tijdje spartelen en duwt ze dan over de rand.

De Appelmethode is niet spectaculair, maar wel uiterst functioneel. Dat resulteerde in veel lovende recensies, twee Gouden Stroppen en een carrière die nu twintig jaar en achttien titels omvat.

Maar sinds Appel steeds meer aansluiting zoekt bij de actualiteit en zijn personages rekruteert in kringen waarin koelbloedig wordt gemoord, wordt hij ongeloofwaardiger. Los geld (2006) kon er met de vreemde combinatie van spruitjeslucht en keiharde afrekeningen nog mee door, al paste makelaartje Ivo Verstegen al wat slechter in het braaf burgerlijke Appel-profiel. Gelukkig werd dat gecompenseerd door dreiging en vooral een gemene twist aan het slot.

In Schone handen lijkt de formule definitief uitgewerkt. De twist is er niet meer en de spanning blijft uit doordat hoofdpersoon Eddie niet overtuigt. Voor iemand die de met kaviaar belegde boterhammen van zijn gezin verdient met drugstransporten is hij te karakterloos, voor het onderhouden van internationale contacten en het ontlopen van de politie te simpel en saai.

Doordat Appel ons laat meeleven met deze meelijwekkende gangster droogt die als bron van gevaar snel op. Ware dreiging heeft vage contouren of is diabolisch, maar hangt niet onderuit op de driezitsbank.

Vorig jaar verscheen Koud-Zuid van Ariane Meijer, een boek dat in dezelfde wijk speelt, met dezelfde criminele grootverdieners en dezelfde spanningen tussen een vrouw in de bovenwereld en een man in de onderwereld. Meijer maakte daarin de verrukkelijke fout om satire te bedrijven. De P.C. Hooftstraat-verslaafde hoofdpersoon van Koud-Zuid vraagt zich bijvoorbeeld na de moord op haar foute man eerst af welke kleur schoenen hij aan moet bij de begrafenis. Met dat soort ongein – hoe leuk soms ook – komt een serieus te nemen plot niet meer van de grond.

Appel zal, ambachtelijk als hij is, zo’n fout niet maken. Helaas niet, denk je na een tijdje, want op zeker moment snak je naar iets van spot, naar een doorbreking van de braafheid. Tevergeefs. We moeten Eddie helemaal zien mislukken als dopehandelaar, echtgenoot, minnaar en vader en we moeten tot het bitterzoete eind meemaken hoe zijn Sylvia als een semi-heilige – een nieuw en ideaal leven opbouwt. Als kapster in Almere natuurlijk.