De zwijnen rukken op

Een wekelijkse verkenning van de grenzen van de slechte smaak. Deze week: de drukjacht.

Heden ochtend ontwaakt bij ’t eerste kraaien van de haan. Letterlijk. Nooit eerder vertoond in Amsterdam-Zuid. Ik veronderstelde dat een van de buren ter kroostinstructie pluimvee was gaan fokken en had meteen iemand op het oog. Gaan rondbellen in de buurt, ter staving van mijn vermoeden. Men had geen haan gehoord. „We wonen hier in de stad, buurman.” Ik meldde dat ik onlangs ter hoogte van het nabijliggend skatepark drie buizerds in het blauwe had zien zweven, speurend naar ik weet niet wat. Een smakelijk haantje misschien, want die bleek wel degelijk rond te stappen in mijn buurt. Vrij, op eigen poten, ik zag hem later lopen op het trottoir. De wijkagent gebeld voor overleg inzake afschietinstructie: „Het beest moet dood, het houdt ons uit de slaap.” Hij vond dat getuigen van slechte smaak. Daar gingen we weer. Vast een lid van de PvdD.

De wilde dieren beginnen een potentiële dreiging te vormen. In 2006 zong de dichtende VVD-politicus Wim Passtoors: „De vossen rukken/ op. Je ziet ze ’s avonds/langs de boulevard van/ Scheveningen uit/ afvalbakken eten// In de stad vreten zij pauwen/ op, of jagen deze de boom in.”

Heel Overijssel ziet inmiddels rood van de vossen. Daar komt dan nu een vloed aan zwijnen bij. Op de Veluwe zijn grootscheepse oefeningen waargenomen van een leger van zesduizend stuks, de eerste aanvallen op auto’s hebben al plaatsgevonden. Even leek het erop dat verantwoordelijk minister Verburg onze cultuur hardhandig wilde verdedigen, de zachte krachten in onze samenleving hielden haar echter tegen. Ze zoekt nu naar alternatieven voor wat zo mooi ‘drukjacht’ heet, volgens het Jagerswoordenboek (1947) van de Rotterdamse chirurg A.G.J. Hermans de manoeuvre ‘waarbij een perceel bos wordt uitgedrukt’. Prins Bernhard was trouwens zo goed dat Jagerswoordenboek aan te bevelen: ‘Een stap voorwaarts tot het behoud van de op eeuwenoude traditie berustende weidelijke gebruiken.’

Nederland is vol. Er zijn te veel Nederlandse mensen, er zijn te veel Nederlandse dieren. De ene gaat de andere voor de voeten lopen, en er is geen twijfel mogelijk: het dier moet wijken. We moeten chirurgisch ingrijpen. Een prachtige kans bovendien om de jachtcultuur nieuw leven in te blazen, de op eeuwenoude traditie berustende weidelijke gebruiken. Gebruiken waar zoveel regels bij horen dat je rustig van ‘cultuur’ mag spreken. Gebruiken ook, waar een schitterende vocabulaire bij hoort. Plaatsbok (Een in een bepaald deel van het revier staande en bepaalde wissels steeds zeker houdende reebok), Burcht Malepartus (vossenhol), vinder (een hond die wild zoekt en vindt), weidelijk (jachtmatig, dat wat met de regels van het weidwerk nauwkeurig overeenkomt, dus ook alles wat voor de jager en de hond bij de jacht passend is).

De jachtcultuur is de laatste jaren steeds meer in de verdomhoek terecht gekomen. ‘Het beschaafde leven is alles bijeen genomen tam geworden,’ schreef de filosoof Bertrand Russell. ‘Als dat zo wil blijven, dan moet het voorzien in een uitlaatklep voor impulsen die onze vroege voorouders aanzetten tot de jacht.’Maar waarom een alternatief gezocht, als ter behoud van onze cultuur die jacht zelf nuttig en zinvol is? We dreigen immers onder de voet te worden gelopen door het dier. Dichters, columnisten, politici, cultuurdragers in onze steden komen niet aan hun nachtrust door onmatig hanenoverschot, de vossen vreten onze afvalbakken leeg, de zwijnen gaan onze parken vernielen!

Toen minister Verburg ruimte wil maken voor de Nederlandse mensen door Nederlandse dieren op te ruimen stelde ze drukjacht op zwijnen voor (1 jager, 1 drijver). Dat schiet niet op. Drijfjacht (1 jager, veel drijvers) is veel efficiënter. Duur hoeft het niet te zijn. We hebben een koningshuis vol drijvers, vrijwilligers genoeg. Maar helaas, vorstenhuis noch bewindspersoon krijgen de kans. Er staan wetten in de weg, bezwaren ook. Zo zijn daar de zevende dag-adventisten van de PvdD, en dierenliefhebbers als Maarten t Hart, Mensje van Keulen, Rudy Kousbroek, Charlotte Mutsaers, of J.J. Voskuil die zo innig veel van varkens houdt. Met zijn allen hebben zij een cultuur in het leven geroepen die niet slechts de eeuwenoude jachtcultuur, maar onze hele cultuur naar de zelfkant helpt.

Tijd voor de plaatsbok, voor een vinder die alle dierenlijsttrekkers en -duwers uit hun Burcht Malepartus rookt. Weidelijk werken volgt. Met het jachtroer naar Veluwe en Overijssel optrekken en de vijand bestrijden die ons stedelijk cultuurgebied kraaiend tot zwijnenstal wil degraderen.