De NAVO heeft geen toekomst

Deze week kwamen 26 ministers van Defensie samen om te praten over de missie van de NAVO in Afghanistan.

Waarom rekken als NAVO haar langste tijd gehad heeft?

Het zou beter zijn geweest wanneer in Noordwijk een afscheidsfeest zou zijn georganiseerd. De heren en een enkele dame zouden elkaar nog één keer de hand hebben geschud en dat was het dan. De NAVO, de succesrijkste internationale verdedigingsorganisatie uit de moderne geschiedenis, zou op waardige wijze te ruste zijn gelegd.

Nu dat niet het geval is, heerst er crisisstemming. De NAVO heeft de afgelopen jaren haar best gedaan haar bestaan te rekken door een nieuwe taak te aanvaarden – in het jargon: een vredestaak – maar haar treft in Afghanistan het lot dat elkeen treft die weigert de werkelijkheid onder ogen te zien. De NAVO is vastgelopen in anarchie en burgeroorlog en er is geen mogelijkheid deze impasse te doorbreken.

Om te begrijpen waarom het misgaat hebben we de geschiedenis nodig. De Noord-Atlantische Verdragsorganisatie was in de eerste veertig jaar van haar bestaan een verdedigingsorganisatie. Zij bevestigde de solidariteit tussen West-Europese landen en de VS en Canada. Niemand had in die tijd moeite met de gangbare geografische aanduiding, ook al ging die voor een aantal lidstaten zoals Turkije niet op. Maar alle lidstaten hadden één ding gemeen: zij voelden de dreiging van het Rode Leger.

Uit dat gevoel van direct gevaar ontstond een gestroomlijnde militaire organisatie die in actie moest komen zodra dat gevaar werkelijkheid werd. Het zou onder de gegeven omstandigheden een kwestie van uren worden waarin beslist zou worden over de toekomst van de vrije wereld.

Dan valt de Muur, in november 1989. Het Warschaupact, de tegenhanger, verdwijnt. Tenslotte valt de Sovjet-Unie zélf uiteen. Weg het gevaar, weg de dreiging. Een nieuwe tijd was aangebroken waarin het vredesdividend, resultaat van snel verminderende defensiebegrotingen, nuttig, maatschappelijk zou worden besteed.

Wat bleef er over van de NAVO nu met het Warschaupact haar bestaansreden was weggevallen? Als de organisatie niet kon worden opgedoekt, zou zij op zoek moeten gaan naar een nieuwe vijand, verklaarden cynici. Maar waar haal je in een wereld die vrede als een warme deken wil omslaan zo gauw een vijand vandaan?

Al snel bleek dat er aan onruststokers geen gebrek was, maar de NAVO was in die tijd vooral met zichzelf bezig. Zelfs toen op het eigen continent de geest van de oorlog zich weer liet zien, bleef de NAVO aanvankelijk passief. Maar zij verdween niet. Waarom niet? Het was waarschijnlijk vooral gewenning. De Europese landen zagen een kans zichzelf te overvleugelen en, in Maastricht in 1991, een nieuwe dimensie aan hun eenheidsstreven te ontsluiten, maar de vertrouwde verzekeringspolis in Washington durfden zij niet op te geven. Dit gebrek aan lef zou in de jaren erna hun volwassenwording verstoren en hun de kracht onthouden om hun politieke unie van de grond te tillen.

Acht jaar lang, de termijn van twee Clinton-regeringen, hielden de Amerikanen zichzelf en hun bondgenoten aan de praat. ‘Partners for Peace’ heette het project dat vrij geworden Oost-Europese landen moest klaarstomen voor aansluiting bij ‘het Westen’, in casu bij de NAVO.

Op een bepaalde manier begon voor de Oost-Europeanen de Koude Oorlog pas toen. Zij hadden aan de oude vijand, Rusland, in welke vorm dan ook genoeg – een nieuwe was niet nodig. Met de Partners for Peace en de optie van het lidmaatschap gaf de NAVO voeding aan deze wijze van zien, ook al schreeuwde men van de daken dat uitbreiding naar het Oosten ondermeer de belangen van het Kremlin diende en hoopte men tegen beter weten in dat de nieuwe partners binnen en dankzij de organisatie hun trauma’s zouden overwinnen.

Het kwam erop neer dat de NAVO geen concept voor het eigen voortbestaan ontwikkelde, maar zich door opeenvolgende incidenten beleid liet opdringen. Zo raakte zij, achterwaarts de toekomst tegemoet lopend, verzeild in de Kosovaarse burgeroorlog. Peace keeping was in de mode, maar niemand wist hoe dat moest.

Debacles in Bosnië en Somalië hadden de beperkingen ervan aangetoond. De NAVO leek als geoefende militaire organisatie geschikt om die beperkingen op te heffen. Haar optreden hielp wellicht de Kosovaren, strafte de Serviërs bloedig af, maar gaf de organisatie geen heldere visie op zichzelf. De NAVO degenereerde in voormalig Joegoslavië tot een militair vehikel dat een politiek vacuüm moest verhullen. Tot vandaag is het onduidelijk gebleven wat in Kosovo, en, vooruit, ook in Bosnië, echt is bereikt.

Een militair vehikel waarachter de politiek zich schuil houdt, dat is de organisatie ook meer en meer in Afghanistan geworden. Alweer: incidenten en ontwikkelingen waarop zij geen vat krijgt, schrijven de NAVO haar dagindeling voor. Begonnen als wederopbouwmissie is de organisatie in een vechtmissie verstrikt geraakt. Amerikanen, Britten en Nederlanders vechten in het zuiden van Afghanistan , anderen houden zich op afstand. De durfals staan tegenover de voorzichtigen en constateren een tekort aan solidariteit.

De verwarring is compleet. Het gezamenlijke doel ligt in een ver verschiet, over de middelen bestaat geen eenheid. Het resultaat zijn compromissen die moeten verhullen dat de NAVO als organisatie keuzes mijdt en zo haar lijden verlengt.

Na zes jaar vechten in Afghanistan is de werkelijkheid onontkoombaar: het eerste doel, de aanhouding van de voor 11 september 2001 verantwoordelijken, is onbereikbaar gebleven; het tweede, de stichting van een democratische rechtstaat in een verbrokkeld land van krijgsheren en fanaten, is een fata morgana.

Daarover had in Noordwijk gesproken moeten worden. Dan was er mogelijk eenheid ontstaan over het belangrijkste: de NAVO heeft een indrukwekkend verleden, geen toekomst.

J.H. Sampiemon is medewerker van NRC Handelsblad.