De factor Rieu zelf

‘Ja, hij komt zo, in een gouden koets’, zei de pr-vrouw van André Rieu. Eigenlijk keek ik daar niet van op. Ik was bij André Rieus persconferentie, die zou gaan over zijn wereldtournee langs grote stadions. Natuurlijk was de persconferentie in de Arena. En natuurlijk kwam hij in een gouden koets met zes ingevlogen Weense paarden en een als Sissi verklede vrouw aan zijn zijde.

Ik ben niet zo goed thuis in het werk van André Rieu, want altijd als ik hem op tv zie en ‘PampampamPIEdadam, pampampamPIEdadam’ hoor, zap ik snel weg. Ik weet dat hij iets met Strauss doet en met violistes die als bruidstaarten verkleed zijn, en meer wilde ik eigenlijk nooit weten. Maar tijdens de persconferentie kwam ik er achter dat André Rieu en zijn vedel vele genres bestrijken, van Céline Dion tot de Carmina Burana en van Sinatra tot Oh When The Saints. Een kolkende Wiener Melange van muziekstijlen met één gemeenschappelijke factor (behalve de factor Rieu zelf): het keiharde volume waarop alles gespeeld wordt.

Rieu is niet van de subtiliteit, maar zijn publiek gelukkig ook niet. Zijn fans vinden het helemaal niet erg als hij ze vraagt om met zijn achttienduizenden een operettenummer mee te gorgelen (bekertjes water werden bij dat concert speciaal verstrekt). Sterker nog, ze vinden het het leukste dat ze ooit hebben meegemaakt.

Toch kreeg ik in de aanwezigheid van Rieu het idee dat hij zelf een diep-ironisch mens is. De manier waarop hij uit de koets stapte en charmant zijn jas over Sissi heen legde, had iets van ‘Ik geloof hier zelf helemaal niet in!’ Ook zag ik ineens ironie in de intens vergenoegde blik die hij tijdens het vioolspelen heeft. Cynisme, zelfs. Ach, cynisch word je vanzelf als je voor dolgedraaide Amerikanen keihard Strauss moet spelen in een als Wenen vermomd decor.

Maar misschien was het iets dat ik wilde zien. Want Rieu nam sommige dingen toch wel erg serieus. Zo verkondigde hij dat hij in huilen was uitgebarsten toen hij zijn nieuwe decor had gezien. Ook verkondigde hij zonder dollen en zonder duidelijke aanleiding dat hij zeker wist dat hij honderdtwintig jaar oud zou worden. En hij wist nu al te vertellen dat het niet zou regenen tijdens zijn concerten ‘Want het regent nooit als ik ergens speel.’ Vijf kilometer verderop, bij concerten van anderen, regende het dan wel, vertelde hij erbij.