Blij met de Franse steun

Frankrijk levert vijftig adviseurs om Afghaanse militairen te trainen.

Daarmee heeft Nederland straks, naast de Australiërs, een tweede westerse partner.

Minister van Defensie Eimert van Middelkoop deed zijn uiterste best niet al te enthousiast over te komen. Na afloop van de eerste dag van de informele NAVO-bijeenkomst in Noordwijk aan Zee zei hij, zo zuinig mogelijk: „Men mag er niet zomaar van uitgaan dat Nederland blijft in Uruzgan.”

Maar achter de schermen was er wel degelijk sprake van enige opluchting bij Van Middelkoop en van hoogste militair, commandant der strijdkrachten Dick Berlijn. In een vertrouwelijk ‘militaire advies’ stelde Berlijn dat Nederland de missie alleen in ‘afgeslankte vorm’ kan voortzetten. Tot nu toe bleken alleen Slowakije (50 soldaten) en Georgië (200 militairen) bereid tot hulp. De informele toezeggingen die Hongarije en Frankrijk tijdens de NAVO-bijeenkomst deden, kwamen als geroepen. Vooral die van de Fransen is belangrijk.

Tot nu toe hebben de Fransen, net als andere grote NAVO-landen als Duitsland, Spanje en Italië, geweigerd mee te doen met de moeilijke NAVO-missie in het zuiden van Afghanistan. Met de komst van de Fransen zou Nederland (naast Australië) beschikken over een tweede, invloedrijke westerse partner.

De komst van de Fransen is ook in militair opzicht relevant – al lijkt hun bijdrage van enkele tientallen militairen klein. Toen de Georgische minister van Buitenlandse Zaken Bezhuashvili tijdens gesprekken met minister Van Middelkoop en minster van Buitenlandse Zaken Verhagen 200 Georgische militairen in de aanbieding deed, werd er nog enigszins gereserveerd gereageerd.

Het ministerie is intussen druk bezig het niveau van de Georgische manschappen te onderzoeken. Aan slecht bewapende en ongetrainde voetsoldaten heeft Nederland niet veel. Mogelijk kunnen de troepen net als de circa vijftig toegezegde Slowaken een rol spelen in de beveiliging van de Nederlandse kampementen in Uruzgan. Een nuttige zaak, meer niet.

De Franse hulp is iets anders. Naar verluidt is Parijs bereid enkele tientallen militaire instructeurs te leveren, die zich bezig gaan houden met de opleiding van het Afghan National Army (ANA), het Afghaanse regeringsleger. Kleine groepjes instructeurs (Operational Mentor and Liaison Teams) zullen met Afghaanse militairen de poort uit trekken voor trainingen on the job, gevechtsmissies tegen de Talibaan. Mocht de Afghaanse regering in Kabul eindelijk woord houden en meer regeringstroepen naar Uruzgan sturen, dan zullen de Franse ‘OMLT’ers’ meteen een positief effect kunnen hebben op de (slechte) veiligheidssituatie in Uruzgan.

De ‘omeletten’ zijn ook onontbeerlijk voor de belangrijkste exitstrategie van Nederland en de NAVO: zoveel Afghaanse veiligheidstroepen opleiden dat de NAVO-militairen overbodig worden. Met bijna 1.700 militairen (naast 900 Australiërs), is Nederland lead nation in Uruzgan. En ook als het kabinet besluit de missie in ‘afgeslankte’ vorm voort te zetten, zal Nederland dat blijven. Volgens de plannen in een vertrouwelijk ‘militair advies’ van generaal Berlijn blijft Nederland verantwoordelijk voor de battle group, de belangrijkste gevechtseenheid van de Task Force Uruzgan.

Andere taken kunnen worden uitbesteed aan bondgenoten: het Provincial Reconstruction Team, de gevechtsvliegtuigen, de transporthelikopters, of de medische voorzieningen. Maandenlang zoekt Nederland landen die één of meer van deze modules op zich zouden kunnen nemen. Franse Mirages zouden misschien de luchtsteun kunnen leveren. Een andere mogelijkheid is het ‘poolen’ van de gevechtsvliegtuigen met bepaalde landen die net als Nederland met F16’s vliegen.

In november wil het kabinet een besluit nemen over de verlenging van de missie in Uruzgan. Voor die tijd moet duidelijk zijn welk deel van de operatie Nederland heeft kunnen outsourcen en welk deel het voor eigen rekening zal moeten blijven nemen. Dan zal er ook iets meer duidelijkheid zijn over wat het verlengen van de missie gaat kosten. Voorafgaand aan de missie werden de kosten van twee jaar ‘Uruzgan’ begroot op 320 miljoen euro. De teller staat nu officieel op een kleine 600 miljoen euro. De werkelijke kosten bedragen nu al meer dan een miljard euro. Hoeveel geld daar nog bij komt, hangt mede af van de vraag of er nog meer bondgenoten over de brug zullen komen.

Meer over de missie in Afghanistan op nrc.nl/uruzgan