Bange Oblomov ontroert in tragikomische uitvoering

Theater: Oblomov, door Het Zuidelijk Toneel. Tekst: Franz Xaver Kroetz, naar de roman van Gontsjarov. Vertaling: Tom Kleijn. Regie: Matthijs Rümke. Gezien: 24/10 Parktheater, Eindhoven. Tournee t/m 12/1. Info: 040-2333533 en www.hzt.nl.

Bij Oblomov, de vleesgeworden luiheid, denk je direct aan een bed. Een zacht bed met veel donzen kussens. Maar de Oblomov van regisseur Matthijs Rümke ligt niet in een bed. Een harde stoel moet hem tot rustplaats dienen. Zijn ongemakkelijke houding zegt iets over z’n karakter: deze Oblomov is een moeilijk mens.

Rümke laat zijn acteurs net ietsje uitvergroot spelen. Bert Luppes, de Oblomov-vertolker, vouwt zijn arm hoekig om z’n hoofd heen, alsof hij het wil beschermen. René van ’t Hof, die Oblomovs bediende Zachar speelt, maakt van elk gebaar een subtiel clownsnummer. Het opzetten van een kamerscherm kost de knecht zoveel moeite dat hijzelf tegelijk met het scherm dreigt te bezwijken. Daarbij doet Zachar ook alsòf bedienen een onmenselijk zware opgave is: net als zijn meester cultiveert hij zelfmedelijden – en de ledigheid.

Voor Het Zuidelijk Toneel ontwierp Sanne Danz een ingenieus decor. Papieren wanden laten, aanvankelijk, de buitenwereld door. Kluchtig barsten ze open en zo tuimelen zijn gasten Oblomovs kamer binnen. Maar later wordt het papier opgetrokken en komen er muren van beton voor in de plaats: Oblomov wordt in een soort bunker opgesloten. Dat is grappig en triest. Rümke koos voor een tragikomische toon, die goed bij het stuk past.

Deze Oblomov is geen slordig uittreksel van Gontsjarovs roman maar een precieze toneeltekst van de Duitser Franz Xaver Kroetz. Hij schreef een drama vol rake oneliners: „Je moet niet leven, je moet op de hoogte zijn,” zegt bijvoorbeeld Oblomovs vriend Wolkov. Voor hem ligt de zin van het leven in het ontmoeten van interessante mensen met wie je over interessante boeken en toneelvoorstellingen kunt praten. Maar Oblomov leest geen boeken, bezoekt het theater niet en wil al helemáál geen interessante mensen ontmoeten: „Zij zwermen in het rond als bromvliegen,” zegt hij over de Petersburgse beau monde.

Oblomov zou gezien zijn grootgrondbezittersstatus gemakkelijk toegang tot die wereld kunnen krijgen, maar hij kijkt er op neer. Terwijl hij de mensenliefde predikt, breekt hij iedereen af. Terwijl hij andermans smoesjes doorziet, zwelgt hij in zijn eigen leugens. Of liegt hij tòch niet wanneer hij zich zijn verwaarloosde landgoed Oblomovka voorstelt als het aardse paradijs? Is deze man, die de noden van zijn lijfeigenen negeert, juist volkomen oprecht bij zijn gelukzalige herinneringen aan het feodale leven?

Bert Luppes ontroert wanneer zijn Oblomov z’n jeugd op het land verheerlijkt. Hij wil vooral zijn fantasie niet kapot laten maken door de harde werkelijkheid. Al jaren heeft hij geen stap meer op zijn landgoed gezet.

Gontsjarovs roman uit 1859 gaat over de decadentie van de Russische adel die tot de val van die adel zou leiden. Kroetz’ stuk uit 1968 gaat over de immoraliteit van wie geen oog voor sociaal onrecht heeft. Rümke voegt er een derde laag aan toe: de zelfdestructieve angst voor verandering.

Want Oblomov verspeelt door zijn angst de liefde van een prachtige vrouw. Olga (Marie Louise Stheins) wordt op een afstand gehouden: „Wanneer ik u aanraak, maak ik u smerig.” En daarmee is de kans op redding definitief verkeken. Oblomov zal in het vuil wegzinken – zo suggereert het indrukwekkende slotbeeld. Een rioolbuis spuit drek de kamer in en dat was het dan. Arme Oblomov.