Amy gaat voor ons ten onder

Amy Winehouse Foto Barcroft Media Barcroft Media

Na weken geruchten staat ze er – vanaf de eerste seconde innemend. Hoe haar stem meerdere nummers in de Heineken Music Hall nodig heeft om van kraaien tot zingen te geraken. Hoe ze af en toe aan de bh en string onder haar superkorte jurkje sjort, omdat ze niet lekker zitten. En hoe ze er opgewekt met de pet naar gooit wanneer een nummer haar niet interesseert – de tienduizendste uitvoering van de wereldhit Rehab bijvoorbeeld. En hoe ze tijdens het optreden wel tien keer middenin een liedje het podium afloopt, de toehoorders in het ongewisse latend of het concert nog wel zal doorgaan, om dan elke keer – op een holletje – net bij de juiste maat weer achter de microfoon terug te keren.

Amy Winehouse – ik ben deze week volledig voor haar gevallen. Ik was, net als de anderen die voor haar enige concert in Nederland een kaartje van 32 euro hadden gekocht, op veel verdacht: dat de drank en de algehele verzwakking haar het optreden onmogelijk zouden maken, dat ze – uit woede over haar arrestatie enkele dagen eerder in Oslo wegens bezit van marihuana – helemaal niet zou komen opdagen, of dat ze met toeschouwers op de vuist zou gaan.

Ik was niet verdacht op de werkelijkheid: een zangeres die in voorkomen, gedrag en repertoire, de belichaamde – mager belichaamde, maar toch – trash is. Alles werkt daaraan mee: het sjorren aan haar ondergoed, de nonchalance van haar zingen, de bijna geheel zwarte, bijna amateuristisch klinkende band, en zelfs het toneelbeeld, met lullige schemerlampjes en gekleurde spots – helemaal een nachtclub on the wrong side of the tracks. Amy treedt op in de wereld van de romans van James Ellroy, waar leuke, ondernemende vrouwen zich gedwongen zien een smoezelig bestaan vol drank en slechte mannen te leiden, willen ze nog een glimp van het geluk opvangen. Vaak, en altijd bij Ellroy, loopt dat slecht af.

Zo perfect is Amy’s act eigenlijk, dat ik even overwoog dat ik voor het lapje werd gehouden: wat als al die verhalen over drankzucht, wangedrag op het podium en de noodzaak om na elk optreden een uur lang aan het infuus te hangen om weer krachten op te doen, niets meer zijn dan in het kader van de pr-campagne zorgvuldig gedoseerde bouwstenen van een geoliede imagomachine? Maar dat is te tam gedacht: die spillebeentjes onder het jurkje, en die onzekere tred verraden authenticiteit.

Amy, de ongelukkige, met de drank en het rotleven worstelende Amy, valt samen met haar act. Ze heeft dat gemeen met Janis Joplin, in leven en werk ook helemaal de blues, en trouwens ook André Hazes – die viel als persoon ook helemaal samen met het primitieve verdriet uit zijn slechte teksten. Beiden zijn aan het rotleven, en vooral natuurlijk aan de toxicologische bijverschijnselen daarvan, ook ten onder gegaan.

Hetzelfde geldt voor Amy’s tranendal – zij zingt daar niet alleen over of voert het op, zij is het tegelijkertijd. Het verschil met Janis en André is alleen, dat er anno 2007 ook een pr-machine en een decorbouwafdeling gereed staan om die congruentie aan de man te brengen. Janis en André gingen, wanneer ze klaar waren met zingen, discreet naar de kloten, maar de makers van Amy houden ons zorgvuldig op de hoogte. Voor ons genot: wie van ons zou er niet af en toe naar de kloten willen gaan, maar ziet daarvan af in het licht van hypotheekrente of zorg voor de kinderen? Amy neemt het voor ons waar, live on stage. Een romantischer kunstenaarschap bestaat niet.