Voorvechter van figuratieve kunst

Door critici werd R.B. Kitaj verguisd om zijn figuratieve schilderijen. Nu wordt hij gezien als een van de belangrijkste naoorlogse kunstenaars.

Sandra Smallenburg

De Amerikaanse kunstenaar R.B. Kitaj, die zondagavond overleed in Los Angeles, was een controversieel schilder, die figuratie predikte toen abstracte kunst de norm was. Hij liet zijn schilderijen vaak vergezeld gaan van ellenlange erudiete teksten. En hij pareerde kritiek daarop met de woorden: „Sommige boeken hebben plaatjes en sommige plaatjes hebben boeken.”

Kitaj, op 29 oktober 1932 in Ohio geboren als Ronald Brooks, nam de naam aan van zijn stiefvader Walter Kitaj. Zijn militaire dienst bracht hem in 1955 naar Europa, waar hij studies volgde in Wenen, Oxford en Londen. Op de Royal College of Art ontmoette hij David Hockney, Eduardo Paolozzi en David Hamilton, die net als hij het in die tijd zo populaire minimalisme verafschuwde. Vaak worden de kleurrijke schilderijen van Kitaj gerekend tot de Britse Pop Art. Maar anders dan zijn collega’s vond Kitaj zijn inspiratiebronnen niet in de populaire cultuur, maar in de literatuur, filosofie en kunstgeschiedenis. Vanaf de jaren zeventig ging Kitaj, een atheïst, zich steeds meer interesseren voor zijn joodse achtergrond. De vernietigingskampen van Auschwitz dienden meermalen als decor van zijn voorstellingen.

In 1976 stelde Kitaj in de Hayward Gallery de omstreden en invloedrijke tentoonstelling The Human Clay samen, waar behalve zijn eigen werk ook schilderijen van Lucian Freud, Francis Bacon, Leon Kossoff en Frank Auerbach te zien waren. In de catalogus bombardeerde Kitaj het vijftal tot de Londense School – een term die sindsdien in de kunstgeschiedschrijving is ingeburgerd.

Een retrospectief in de Londense Tate Gallery had in 1994 het hoogtepunt van zijn carrière moeten worden, maar werd door de Britse pers unaniem afgebrand. Kitaj beschuldigde zijn critici vervolgens van antisemitisme en verweet hen de dood van zijn tweede vrouw, de Amerikaanse schilder Sandra Fisher. Zij overleed kort na de tentoonstelling aan een hersenbloeding. In 1996 rekende de schilder af met zijn critici middels het doek The Critic Kills. Het werk was gesigneerd door ‘Ron en Sandra’. Na deze ‘Tate War’ verhuisde Kitaj naar Los Angeles, waar hij de dood van zijn vrouw probeerde te verwerken met een reeks obsessieve schilderijen, de zogenaamde ‘Los Angeles Pictures’. De kunstwereld was op dat moment al druk bezig met een rehabilitatie van de schilder. Talloze vooraanstaande musea kochten zijn werk aan en op de Biennale van Venetië van 1995 ontving hij voor zijn oeuvre een Gouden Leeuw.