Veel conflictstof op top van EU en Rusland

Rusland en de EU praten op hun halfjaarlijkse top, die ditmaal in Portugal wordt gehouden, over de grootste knelpunten in hun moeizame en nu en dan gespannen relatie.

De betrekkingen tussen Rusland en de Europese Unie zijn „hecht en complex”. Zo omschrijft de Europese Commissie de moeizame en op punten gespannen verhouding tussen de Unie en Rusland aan de vooravond van de halfjaarlijkse EU-Rusland top, die vandaag en morgen gehouden wordt in het Portugese stadje Mafra bij Lissabon.

President Poetin en de Russische ministers van Buitenlandse Zaken, Handel en Energie ontmoeten in Mafra de voorzitter van de Europese Commissie, Barroso, de eurocommissarissen voor Buitenlandse Zaken en Buitenlandse Handel, alsmede de voorzitter van de EU dit half jaar, de Portugese premier Sócrates.

Internationale knelpunten zoals de kwestie-Kosovo, het kernprogramma van Iran en een reeks spanningshaarden in de wereld – Birma, Afghanistan, Georgië en Moldavië – staan op de agenda.

Wellicht komt er een doorbraak in de langlopende onderhandelingen over de toetreding van Rusland tot de wereldhandelsorganisatie WTO. Maar de meeste aandacht zal gaan naar de steevast als „strategisch” bestempelde energiebetrekkingen tussen Rusland en de EU.

Rusland is de grootste afzonderlijke leverancier van gas en olie voor de Europese markt. Tweederde van de Russische gas- en olie-exporten gaan naar de EU; Europa importeert 30 procent van zijn behoefte aan gas en 27 procent van die aan olie uit Rusland. Daarmee vervult Rusland een cruciale schakel in de Europese energievoorziening – en Moskou is zich van de machtspositie die dat geeft, terdege bewust.

De Europese Commissie wil dat het ‘Energiehandvest’ met Rusland snel in werking treedt, maar het Russische parlement maakt geen haast om het te ratificeren. Wel zullen de EU en Rusland een ‘Tijdig waarschuwingssysteem’ afspreken om plotselinge verstoringen in de energiestroom te bespreken. Maar die afspraak heeft alleen politieke, en geen juridisch bindende betekenis. Onderbrekingen doen zich geregeld voor.

Viktor Christenko, de Russische minister van Energie, zei vorige week in Brussel: „Rusland hecht groot belang aan actief overleg met de EU over energiekwesties. We zullen onze contracten naleven en we houden vast aan voorspelbaarheid van onze energieleveringen.”

De Russische minister hield een slag om de arm: de EU dient de wederkerigheid in de energiebetrekkingen te respecteren. Daarmee doelde hij op het voorstel van de Europese Commissie om energiebedrijven die op de Europese markt willen opereren, te verplichten om hun netwerken (gasbuizen, hoogspanningskabels) af te splitsen van hun commerciële activiteiten (productie en leverantie van olie of gas). Die eis stelt Rusland niet aan Europese energiebedrijven die in Rusland investeren.

Wegens de strategische betekenis van de energievoorziening stelt de Commissie voor dat investeerders uit niet-EU-lidstaten pas eigenaars mogen worden van Europese bedrijven die energienetwerken bezitten, als hierover concrete afspraken zijn gemaakt.

Het voorstel tot afsplitsing van de netwerken is volgens Andris Piebalgs, de eurocommissaris voor Energie, bedoeld om marktwerking te bevorderen in de logge Europese energiesector. Maar Rusland legt het uit als een „anti-Gazprom-clausule”: een beschermingsmaatregel om overnames van Europese energiebedrijven door Gazprom te blokkeren.

De Russische reactie op het splitsingsvoorstel van de Commissie is dat dit „niet in overeenstemming is met de beginselen van de vrije markt”, zoals de Russische ambassadeur bij de EU, Vladimir Tsjizjov, deze week in Brussel fijntjes opmerkte.

In 1997 sloten de EU en Rusland een tienjarig Samenwerkingsakkoord om de betrekkingen met het democratische en marktgerichte Rusland te bekrachtigen. Dit akkoord is aan vernieuwing toe, maar dat schiet niet op. Want ondertussen zijn in Rusland de autocratische trekken en de versterking van de staatsinvloed in de economie hand over hand toegenomen.

De EU is hier bezorgd over: het democratische gehalte van de komende presidentsverkiezingen en mensenrechtenkwesties (zoals de onopgehelderde dood in 2006 van de journalist Anna Politkovskaja) zullen de EU-leiders in Mafra bij Poetin aan de orde stellen.

De EU heeft Rusland ook hard nodig bij de aanpak van internationale vraagstukken. De ‘trojka’ – diplomaten uit Rusland, VS en EU – moet op 10 december met aanbevelingen aan de VN komen over de toekomst van Kosovo. De EU is verheugd over de „constructieve opstelling” van Rusland, maar de standpunten liggen feitelijk ver uit elkaar. Het Duitse blad Die Welt meldde vandaag dat inmiddels 25 van de 27 EU-landen een onafhankelijk Kosovo willen erkennen – welke twee landen dat niet willen doen meldde het blad niet. Die bijna-unanimiteit bij de EU is een flinke tegenvaller voor Moskou.

Nog minder overeenstemming is er over de aanpak van Iran, waar Poetin onlangs op bezoek is geweest. De EU en Rusland verschillen van inzicht over de intenties van het nucleaire programma van Iran, maar de EU is van Rusland afhankelijk als het later dit jaar in VN-verband nieuwe sancties tegen Iran wil afkondigen.

Ondanks deze politieke obstakels in de onderlinge betrekkingen bloeien de wederzijdse handel en investeringen als nooit tevoren. Peter Mandelson, de eurocommissaris voor buitenlandse handel, waarschuwde deze week: „Rusland en Europa moeten hun economieën verder integreren om tegenwicht te bieden aan de politieke krachten die hen verder uit elkaar dreigen te drijven.”