‘Vanuit de ring zag je visjes’

Oude tijden herleven deze week in de Rotterdamse diergaarde Blijdorp met bokswedstrijden in de Rivièrahal. Voor veel oud-boksers gewijde grond.

Bokser Don Diego Poeder gaf gisteren in de Rivièrahal gratis boksles aan de jeugd. Foto NRC Handelsblad, Rien Zilvold rotterdam blijdorp rivierahal boks- clinic foto rien zilvold Zilvold, Rien

Nog tweemaal per week meldt Toon Schuurmans (77) zich vol goede moed in boksschool Crooswijk aan de Pootstraat. Onder het motto ‘Niemand is te oud voor een paar rake klappen’ stapt hij op maandag- en donderdagochtend tussen de touwen, en met hem de overige zestigplussers van Rotterdams bekendste herensociëteit, The Dutch Windmill Club.

Net als vroeger, toen hun naamgever Bep van Klaveren (1907-1992) nog leefde en Schuurmans een tijdlang de kost verdiende als profbokser. De tweevoudig kampioen van Nederland (weltergewicht, tot 67 kilogram) „kon ’m heel behoorlijk raken”, zoals de geboren en getogen Rotterdammer zelf zegt.

Deze week keert Schuurmans terug naar wat voor veel oud-boksers gewijde grond is: de Rivièrahal in dierentuin Blijdorp. Dat complex, een creatie van architect Sybold van Ravesteyn (1889-1983), fungeerde 25 jaar lang als het mekka van de Nederlandse bokssport. Rotterdam gold na de oorlog als de onbetwiste boksstad nummer één, maar door het Duitse bombardement ontbrak het de stad aan een gebouw waar grote mensenmassa’s terecht konden. De diergaarde bood uitkomst. Behalve de maandelijkse bokswedstrijden was de hal het decor van andere grote publieksevenementen, zoals de Margriet-modeshows, antiekbeurzen, tentoonstellingen en muziekoptredens. Ook examens werden hier regelmatig afgenomen, te midden van de dieren.

Blijdorp bestaat dit jaar 150 jaar en om dat te vieren brengt de dierentuin twaalf maanden lang een ode aan het verleden. Deze week is het de beurt aan de boksers om hun kunsten te vertonen, net als vroeger. Oud-prof Don Diego Poeder verzorgde gistermiddag in de Rivièrahal een gratis bokstraining voor de herfstvakantie vierende jeugd. Rondom de tijdelijke boksring hangen onder meer foto’s, die een beeld geven van de intieme sfeer rond de bokswedstrijden, en oude posters die de wedstrijden destijds aankondigden.

Ook in een begeleidende film is te zien hoe de felverlichte boksring destijds werd omgeven een waas van sigarettenrook. De duurste zitplaatsen bevonden zich vooraan bij de ring. Daar zaten de Rotterdamse notabelen, op losse stoeltjes. Maar populair waren vooral de ‘gratis’ plekken bovenop het dak van de hal, waar vooral jonge toeschouwers een goed heenkomen vonden. Vanaf die plek zagen zij hoe lokale helden als Bep van Klaveren, Jan de Bruin en Leen Jansen hun tegenstander te lijf gingen.

Vandaag betreedt Schuurmans opnieuw de ring in Blijdorp. „Een hele aparte gewaarwording”, zegt hij, met onvervalst Rotterdamse tongval. „Vanuit de ring keek je vroeger zo het aquarium in en zag je de visjes zwemmen. Dat is nog altijd zo.”

Behalve de vissen herinnert Schuurmans zich vooral de ongedwongen sfeer. „Die wedstrijden in de Rivièrahal waren altijd op maandagavond – de vrije dag van de horecajongens. Ik woonde destijds in [de wijk] Blijdorp en wandelde zo naar de dierentuin. Na afloop van een gevecht kreeg je altijd een bemoedigende klop op de schouder. ‘Lekker geraakt, Toon’, zeiden ze dan.”

Tegenwoordig is alles anders, constateert Schuurmans. Het Nederlandse boksen ligt, al jaren, op zijn gat. „Vroeger moest je vijf à zes partijen winnen om kampioen van Zuid-Holland te worden. Nu volstaat een handtekening.”

In de Rivièrahal behaalde Schuurmans destijds een van de mooiste overwinningen uit zijn loopbaan. „Dat was tegen Jo Mohr. Die kwam ook uit Rotterdam, en had een geweldige linkse hoek waarmee hij je heel lelijk kon raken op je lever of je kaak. Bij het wegen bleek ik twee onsjes te zwaar te zijn. Daarop zei de scheidsrechter: je mag wel vechten, maar kampioen van Zuid-Holland zul je niet worden. Ik wilde weglopen, waarna iemand uit het publiek liet weten dat ik bang was. Ben ik alsnog de ring ingestapt en wat dacht je? In de tweede ronde gaf hij op. Want ja, ik liet ’m niet los, ik blééf stoten.”

Met de komst van het sportpaleis Ahoy, geopend in 1970, in Rotterdam-Zuid verloor de Rivièrahal langzaam maar zeker de evenementenfunctie. In 1972 werd de 47 meter hoge toren van het gebouw ontmanteld, omdat de betonmantel begon af te brokkelen. Restauratie bleek te duur. „Bij ons zijn de dieren de hoofdzaak, niet de toren”, sprak de toenmalig directeur. Tot afgrijzen van architect Van Ravesteyn, die zijn ‘schepping’ lelijk verstoord zag worden.

Boksers waren toen allang geen hoofdzaak meer in Blijdorp.