Van duurzaamheid is geen sprake

UNEP. de milieucommissie van de VN, brengt vandaag zijn vierde rapport uit. De CO2-concentraties blijven stijgen , het gat in de ozonlaag is groter dan ooit en de regen is nog steeds zuur.

De verwoestijning in Spanje is waarschijnlijk niet te keren, melden de rapporteurs van UNEP. Deelnemers aan de Ronde van Spanje doorkruisen verdroogd Andalusië. (Foto Reuters) Riders cycle during stage 15 of the Tour of Spain "La Vuelta" cycling race between Villacarrillo and Granada September 16, 2007. REUTERS/Dani Cardona (SPAIN) REUTERS

De mensheid slaagt er niet in de grote milieu- en ontwikkelingsproblemen aan te pakken. Niet één van de grote milieuproblemen die in 1987 in het rapport ‘Our Common Future’ werden gedefinieerd is sindsdien dichter bij een oplossing gekomen. Er tekenen zich wat dat betreft ook geen gunstige trends af.

Dat is de conclusie van het milieurapport GEO-4 dat vanmiddag is uitgebracht door een commissie van de UNEP, de in Nairobi gevestigde milieudienst van de Verenigde Naties. GEO staat voor Global Environmental Outlook. Het is het vierde wereldmilieurapport dat de UNEP uitbrengt, het vorige verscheen in 2002.

Dit jaar worden de ontwikkelingen vooral afgezet tegen de situatie en de ambities van het jaar 1987 toen de zogenoemde Brundtland-commissie met ‘Our Common Future’ het begrip ‘duurzame ontwikkeling’ introduceerde. Overheden en bedrijven hebben het begrip sindsdien niet meer losgelaten maar inhoud heeft hun beleid nauwelijks gekregen. Land- en energiegebruik zijn, mondiaal gezien, nog net zo weinig duurzaam als in 1987.

Als de hardnekkige problemen niet worden aangepakt kunnen de bescheiden successen die tot dusver wèl zijn behaald weer teniet worden gedaan. Dan komt het voortbestaan van de mensheid zelf in gevaar, aldus de UNEP, die zich meteen voor deze zwartgallige conclusie verontschuldigt: doel is slechts tot actie op te roepen.

Het rapport GEO-4 heeft de allure van de klimaatrapporten die het IPCC om de vijf jaar uitbrengt, maar is van bescheidener wetenschappelijk niveau. Het merendeel van de referenties verwijst naar secundaire literatuur. De wens tot alarmeren en signaleren van gevaren blijkt voorop te staan. De milieuproblemen die worden opgesomd hebben eerder het karakter van een illustratie dan van een sluitende inventarisatie. Opvallend is dat de achteruitgang van natuur en milieu alleen in verband wordt gebracht met het verlies aan profijt dat de mens ervan heeft.

De wereld is sinds 1987 radicaal veranderd, schrijft de UNEP. De wereldbevolking nam met 34 procent toe, de handel verdrievoudigde, de inkomens groeiden jaarlijks met twee procent en de uitstoot van CO2 steeg met eenderde. Waar een boer in 1987 gemiddeld 1 ton voedsel produceerde, is dat nu 1,4 ton. Per hectare grond gemeten groeide de opbrengst gemiddeld van 1,8 ton naar 2,4 ton. Modernisering van transport en telecommunicatie maakten een unieke globalisering mogelijk. Dit alles heeft natuur en milieu zwaar onder druk gezet. Het beroep dat de mens doet op natuurlijke hulpbronnen gaat in alle regio’s de lokale draagkracht ver te boven. Van duurzaamheid is geen sprake.

Zonder steeds een duidelijke hiërarchie aan te brengen geeft de UNEP in het lijvige rapport een opsomming van de ongunstige ontwikkelingen. Broeikaseffect en klimaatverandering worden als het grootste gevaar gezien, maar de UNEP beschrijft de mogelijke gevolgen in net iets schrillere termen dan de IPCC-rapporten waarop zij zich baseert. Zonder voorbehoud noemt de UNEP aanpassing aan klimaatverandering nu een noodzaak, omdat broeikasmaatregelen, mochten die er nog komen, een verder stijging van de temperatuur toch niet meer zullen voorkomen. Zo is de verwoestijning in Spanje is waarschijnlijk niet te keren.

Impliciet noteert GEO-4 dat in brede kring te optimistisch wordt gedacht over de beteugeling van de luchtvervuiling. Het Montreal-protocol van 1987 heeft een eind gemaakt aan de uitstoot van stoffen die de ozonlaag aantasten (een van de weinige echte milieusuccessen) maar het gat in de ozonlaag is tegenwoordig groter dan ooit. In West-Europa hebben ontzwaveling van brandstof en rookgas de zure regen doen afnemen maar in de opkomende economieën van China, India en Mexico is die des te zuurder geworden. Omdat daar op grote schaal geproduceerd wordt voor het Westen moet de conclusie zijn dat het Westen zijn luchtvervuiling heeft verplaatst. Het mondiaal toenemende auto- en vliegverkeer doet de hoeveelheid (giftig) ozon in lagere luchtlagen toenemen. Blootstelling aan fijnstof is in de almaar groeiende steden van Azië een belangrijke doodsoorzaak.

De effecten van de steeds intensievere landbouw voor de bodemkwaliteit bedreigen de levensomstandigheden van eenderde van de wereldbevolking. Door overconsumptie en de verschuiving van plantaardig voedsel naar vlees is steeds meer kunstmest nodig. Bijna overal op aarde wordt de visstand bedreigd door overbevissing. De productie van voedsel en biobrandstoffen eist ongekende offers: jaarlijks gaat 130.000 km2 tropisch bos verloren, een gebied groter dan Nederland. Daartegenover staat een bescheiden uitbreiding van het areaal productiebos in gematigde klimaten. Planten- en diersoorten sterven sneller uit dan ooit.

Op veel plaatsen wordt voor landbouwirrigatie zoveel water aan rivieren onttrokken dat deze netto geen water meer naar zee afvoeren. Voorbeelden zijn Nijl, Ganges en de Coloradorivier. In hun delta’s staat zeewater. Per hoofd van de wereldbevolking is steeds minder betrouwbaar drinkwater beschikbaar. In 2025 zal een kwart van de wereldbevolking leven in gebieden waar een absolute waterschaarste heerst.

Lees vanavond het rapport op www.unep.org.