Twijfels over een nieuwe identiteit

Als beschermde getuige in de zaak Holleeder mocht Bram Zeegers een nieuwe identiteit aannemen.

Hij twijfelde, en weigerde.

Bram Zeegers moest ophouden te bestaan. En dat viel hem zwaar. „Eerst staat er tien weken in je agenda, dan acht, dan vier en nu minder dan twee.”

De 58-jarige Zeegers is onrustig als hij op maandagochtend 12 maart 2007 zijn bezoek ontvangt. Over minder dan twee weken zou hij, als dé kroongetuige in de zaak tegen Willem Holleeder, opgenomen worden in een programma van getuigenbescherming. Hij zou met een nieuwe identiteit in een ander land opnieuw een bestaan moeten opbouwen.

„En er moet nog een hele hoop gedaan worden. Je bent nooit klaar voor zoiets. Het zijn allemaal grote beslissingen. Ik weet niet waar ik naar toe ga. Ja, ik weet het land en de stad. Maar hoe mijn leven gaat lopen... Je verliest een hele hoop controle. Alles wordt geregisseerd”, aldus Zeegers.

Eerder deze maand overleed hij plotseling na gebruik van drugs. Na zijn dood mochten NRC Handelsblad en nrc.next over het getuigenbeschermingsprogramma publiceren, zo was de afspraak met Zeegers.

Het onrustige gemoed van Zeegers vlak voor zijn geplande vertrek hoort bij het proces dat een getuige doormaakt die in een beschermingsprogramma wordt opgenomen, zeggen ingewijden. Het is de vrees voor het onbekende. „Dit is geen beslissing waar je 100 procent achter kunt staan”, zei Zeegers.

Uit zijn woorden sprak de groeiende twijfel over zijn vertrek, naarmate de datum dichterbij kwam. Zeegers had financiële argumenten om in Nederland te blijven, maar hij had ook moeite om afscheid te nemen van zijn biotoop: het Amsterdam-Zuid dat volgens justitie het decor vormde voor de afpersing van Willem Endstra door Willem Holleeder. Enkele dagen nadat Zeegers zijn twijfels had geuit, besloot hij om af te zien van het getuigenbeschermingsprogramma en toch te verklaren tegen Willem Holleeder.

Zeegers gaf tijdens zijn gesprekken een zeldzaam inkijkje in de werking van het programma. Nog nooit sprak iemand over zijn ervaringen met het Nederlandse beschermingsprogramma voor het feitelijke vertrek naar het buitenland. Het is verboden. Door de dood van Zeegers kunnen zijn ervaringen alsnog worden gepubliceerd.

Als Bram Zeegers deze krant in december 2006 in vertrouwen neemt over zijn rol als kroongetuige in de Holleederzaak, is hij al bijna een jaar over het beschermingsprogramma in gesprek. Zeegers is sceptisch over het programma dat volgens hem niet gemaakt is voor getuigen die geen strafvermindering krijgen in ruil voor een verklaring. „Ze vinden bij getuigenbescherming dat ik veel noten op mijn zang heb”, aldus Zeegers die zijn vertrouwelijke gesprekken met deze krant niet meldde aan getuigenbescherming. „Als ze dat te weten komen worden ze gek. Ze vinden nu al dat er te veel mensen op de hoogte zijn van mijn rol als getuige.”

Zeegers vertelde dat hij de gevolgen van zijn beslissing om te getuigen in de Holleederzaak niet had overzien toen hij zich in in september 2004 meldde bij het Openbaar Ministerie. Op zaterdag 9 oktober 2004, precies drie jaar voor zijn dood, motiveerde hij zijn beslissing om te gaan getuigen als volgt: „Ik ben hier omdat ik vind dat de dood van mijn vriend Willem Endstra niet onvergolden mag blijven. Ik vind dat het recht zijn loop moet hebben. ”

Voor de officieren van justitie Koos Plooij en Fred Teeven, die leiding geven aan het onderzoek naar afpersing in de vastgoedsector, zijn de verklaringen een doorbraak. Zeegers was jarenlang een van de vertrouwelingen van Willem Endstra. Hij stond de vermoorde vastgoedhandelaar eerst bij als advocaat en later als juridisch adviseur. Zeegers was ook persoonlijk getuige van bepaalde gebeurtenissen die belastend zijn voor Willem Holleeder en John Mieremet; de twee hoofdverdachten in het onderzoek naar afpersing van Willem Endstra en andere vastgoedhandelaren.

De verklaringen van Zeegers zijn, mede door hun gedetailleerdheid, zo belastend dat ze in een kluis belanden en voor vrijwel iedereen worden afgeschermd. Bij openbaring van die stukken „moet voor zijn veiligheid worden gevreesd”, meldden Plooij en Teeven in een proces-verbaal.

Hoe gevaarlijk het is om te getuigen in dit onderzoek bleek op 20 april 2006 toen kroegbaas Thomas van der Bijl voor zijn café De Hallen in Amsterdam-West werd doodgeschoten. Bram Zeegers kreeg die ochtend een telefoontje van een van de medewerkers van getuigenbescherming. „Koffers pakken en onmiddellijk vertrekken”, was de boodschap die Zeegers kreeg. Zeegers: „Ik ben niet gegaan.”

De confrontatie met de mensen van getuigenbescherming is in eerste instantie een verrassing. „Ze gaan verder met beschermen dan je zou vermoeden”, vertelde Zeegers. Uitgangspunt is dat zij alles wat mogelijk is moeten doen om jouw leven te beschermen. „ Je kunt als het nodig is zelfs gezichtsverandering krijgen.”

Maar die veiligheid heeft ook zijn prijs. Herkenbare patronen in de omgang met vrienden en familie mogen niet, krijgt Zeegers te horen. Dat is een van de gouden regels van het getuigenbeschermingsprogramma. Dat impliceert dat contacten uit het oude leven sterk worden ingeperkt. Telefonisch contact of e-mailverkeer is traceerbaar.

„Dat is buiten het programma dus gewoon verboden, en het wordt ook gecontroleerd door getuigenbescherming”, aldus Zeegers. Als je eenmaal in het programma zit, word je in principe niet meer permanent beveiligd. Zeegers: „Je krijgt die nieuwe identiteit niet voor niets. Wel komen rechercheurs van getuigenbescherming je regelmatig opzoeken. Om te zien hoe het met je gaat. Maar ook om te controleren of je je aan de afspraken houdt. Dat gaat ver. Ze hebben het recht om je computer te bekijken of je telefoon na te trekken. Daar moet je voor tekenen. En als je je niet aan de afspraken houdt, kunnen ze je in het uiterste geval uit het programma gooien.”

Volgens Zeegers weet je „niet precies wat veilig betekent” als je aan het programma begint. „De gedachte dat je weggaat naar een land met een fijn warm klimaat is aantrekkelijk. Op een moment zinkt in dat het veel minder leuk is dan je dacht. Want ook een jaar in een hotel in een mooie grote stad is eigenlijk ook niet leuk. Zeker niet als je je realiseert dat je niet zomaar terugkunt als er bijvoorbeeld iets met je geliefden is gebeurd.”

In de loop van de tijd werd Zeegers duidelijk hoe moeilijk zijn deelname aan het programma zou worden. Hij zag er vanaf. „Voordat ik ging praten met justitie had ik al met mijn vriendin gesproken. Je kunt niet tegen haar zeggen ‘schat, morgen ben ik er niet meer’.”

Een deel van de opgenomen gesprekken met Bram Zeegers is te horen op nrc.nl/holleeder