Schrijvers hoeven niet te schrijven

Zo zo. Allemaal schrijvers op tv! Dat wil zeggen drie. En een ervan is dood, maar nu blijkbaar zo ontzaglijk geliefd dat zijn hele crematie op de televisie wordt vertoond. Toch blijft het opvallend dat nu eigenlijk nooit eens iemand iets van Wolkers citeert, of zegt: die scène, in dat verhaal, die is me altijd bij gebleven. Hij was zo aardig, zo gul, zo vitaal, zo dol op beestjes, hij was eventueel nog een beeldend kunstenaar, maar een schrijver? Niet dat je merkt. Niet dat de beeldend kunstenaar Wolkers op serieuze aandacht mag rekenen: Nova liet gisteravond allemaal werken van Wolkers in de openbare ruimte zien, met stemmige muziek erachter, en de enige commentaren die we hoorden gingen over vernielingen en relletjes.

Het is natuurlijk ook zo dat Wolkers al jarenlang geen romans meer publiceerde. Zijn uitgever Robert Ammerlaan vertelde gisteravond bij Pauw & Witteman dat hij, als hij op bezoek ging bij Wolkers, altijd bijzondere aandacht had voor diens oude Olivetti schrijfmachine, in de hoop daar nog eens wat nieuws op te zien. Hij plaagde Wolkers dan ook wel: „Jan, zie ik daar niet een spinragje?” En dan zei Wolkers (Ammerlaan deed hem heel goed na): „Je denkt toch niet dat ik dat spinnetje weg ga halen?” Een grappige manier om te vragen: „Schrijf je nog wel eens wat?” En om te antwoorden: „Nee.”

Nu we toch bij Pauw & Witteman zitten, laten we het daar dan maar meteen even over hebben. Het is de laatste tijd vaak wat moeilijk om daarnaar te kijken. Vanwege Jeroen Pauw, die er geen zin meer in heeft. Hij hangt de hele tijd scheef onderuit, trekt het verveeldste gezicht dat hij kan vinden, kijkt van de gasten weg, stelt zijn vragen zo hautain mogelijk en toont zich in het algemeen vermoeid, verveeld, lusteloos en ongeïnteresseerd. Je voelt dat een moeder hier veel goed zou doen: jongen, rechtop zitten, de mensen aankijken als je tegen ze praat en een beetje beleefd zijn.

Gisteravond zat er ineens iemand op wie het duo in het geheel geen greep kon krijgen, een zekere Cees Engel, huizenbezitter te Rotterdam, in wiens woningen van alles gebeurt wat niet pluis is volgens politie en justitie, maar volgens Engel zelf is er niet dát aan de hand. Hij leek een beetje gek en daardoor was hij ook niet erg interessant, maar de presentatorenpogingen om zo iemand tóch tot iets te krijgen waren leuk om te zien. Pauw hing weliswaar onderuit, maar op onlusteloze wijze, en vuurde heel veel tamelijk brutale vragen op de man af, die niets opleverden. Af en toe voerden de heren een gezamenlijke charge uit, probeerden het als twee rechercheurs die om de beurten blaffen of vleien – niets hielp. Dat zie je daar niet vaak.

Maar we hadden het over schrijvers. Frank Westerman (Ararat) zat ook bij P& W en had het over „de halfwaardetijd van puurheid”, wat zó verschrikkelijk literair was dat niemand het begreep.

Ook kwam Jeroen Brouwers even voorbij, die we in Nova uitgebreid hadden gezien omdat hij de Grote Prijs der Nederlandse Letteren („Let op het woord ‘grote’, zei Brouwers) heeft geweigerd vanwege het te lage bedrag. Hij zei dat er tegelijkertijd een debutantenprijs werd toegekend die 15.000 euro opleverde, voor één boek dus, terwijl hij met zijn zeventig boeken 16.000 euro kreeg.

Dan zou hij liever, zei hij, „nul komma nul euro” krijgen. Dat was trouwens precies het bedrag dat verbonden is aan de culturele prijs van de gemeente Zutendaal, waar hij woont, en die hij graag accepteert. Voor wie iets wilde weten van het wérk van Jeroen Brouwers was er het digitale kanaal Geschiedenis TV, waar deze week een schitterende documentaire van Cherry Duyns herhaald wordt.

Er zijn daar trouwens ook al de hele week Haanstra-films te zien, Alleman en zo. Heerlijk. En dat nuffige, lijzige commentaar van Carmiggelt! Om nog eens een schrijver te noemen.