Recht-door-zee? Welnee!

Bewegingen doen een beroep op nationale eenheid en zijn vaak links noch rechts.

Totdat zij blijvend succesvol zijn: dan moeten zij kiezen.

Nederland is weer een politieke beweging rijker. Trots op Nederland (TON) wil geen partij zijn, maar zich richten op Nederlanders die zich niet meer vertegenwoordigd voelen door de politieke partijen. Een beweging zonder leden, maar met sympathisanten. TON wil evenmin als links of rechts beschouwd worden, maar als nieuw. Nieuw is dit idee niet.

Ruim 75 jaar geleden was er de Nationaal Socialistische Beweging, die zich ook afkeerde van alle politieke partijen en van de tegenstellingen tussen links en rechts. Van de NSB kon je wel lid worden, maar leden hadden niet erg veel te vertellen en moesten vooral de Leider, Anton Mussert, volgen. De NSB verkondigde een ideologie waar TON natuurlijk niets mee te maken heeft en die na de Tweede Wereldoorlog alleen in enkele uithoeken van de samenleving nog een zeer minieme aanhang vindt.

Maar ook na 1945 zijn in Nederland en elders bewegingen verrezen die ‘het volk’ wilden mobiliseren buiten politieke partijen om en dwars door de bestaande politieke tegenstellingen heen. Hendrik ‘boer’ Koekoek leidde in de jaren zestig een beweging, die zich eigenlijk ten onrechte een partij noemde. De Boerenpartij telde amper leden, en de weinige leden die zich aanmeldden werden door Koekoek meestal na fikse ruzies snel de partij uitgejaagd. Koekoeks nogal simplistische kritiek op het politiek bestel sprak echter niet alleen ‘rechtse’ boeren aan maar ook ‘linkse’ kiezers in de grote steden. Bij de gemeenteraadsverkiezingen van 1966 haalde de Boerenpartij landelijk net geen 6 procent, maar in Rotterdam 7 procent, in Amsterdam 9 procent en in Den Haag 11 procent. Fortuyn deed zoiets later ook, wel met nogal wat meer intellectuele bagage. Na zijn voortijdige dood trachtte de LPF alsnog van een beweging-Fortuyn in een ‘fortuynistische volkspartij’ te veranderen, maar miste daarvoor de mensen, de ideeën en de tijd. Wilders was wijs genoeg om dat voorbeeld niet te volgen en stichtte een partij die geen leden toelaat.

Werpen we een blik over de grens, dan zien we dat Frankrijk al vanaf 1959 regelmatig bestuurd wordt door een president die niet door een partij maar door een beweging gesteund wordt en die ‘alle Fransen’ wil verenigen in een ‘union’ of ‘rassemblement’. De naam van de beweging wisselde nogal eens. Tegenwoordig heet ze ‘Union pour un Mouvement Populaire’ (UMP): Unie voor een Volksbeweging. Ook ‘Verenigd Rusland’, de steunpilaar van president Poetin, lijkt meer op een beweging dan op een partij. In Bulgarije stichtte ex-koning Simeon een Nationale Beweging die twee jaar geleden 22 procent van de stemmen won.

Wat al die bewegingen gemeen hebben is de suggestie dat ze bestaande politieke tegenstellingen overstijgen door een beroep te doen op nationale eendracht onder leiding van een krachtige persoonlijkheid: ‘niet links, niet rechts, maar recht-door-zee’, zoals Verdonk zichzelf vorig jaar al aanprees. Leden zijn er niet, alleen sympathisanten en volgelingen. De suggestie wordt gewekt dat de beweging is ingebed in de samenleving, veel meer dan de ‘verkalkte’ en van het volk vervreemde partijen. Een beweging kan soms snel instorten. Soms blijken ze echter succesvol en duurzaam, zoals de UMP in Frankrijk. In dat laatste geval moeten ze beleid maken en dus een programma hebben – expliciet of impliciet. Nationale eenheid – trots op Nederland – is een fraai doel, maar vertelt ons niet wat er gaat gebeuren met Schiphol, de vergrijzing, het lerarentekort, noem maar op. Uiteindelijk moet ook een beweging deze problemen rechtsom of linksom aanpakken: wel of niet privatiseren, denivelleren of nivelleren, et cetera.

Het lijkt me geen toeval dat de meeste bewegingen dan voor ‘rechtsom’ kiezen. Immers, wat betekent rechts? Tot voor kort stond ‘rechts’ over het algemeen voor bevordering van een vrije markt met de nodige inkomensverschillen en machtsverschillen. Links wilde die verschillen verkleinen, zo niet nivelleren. Het Nationaal Kiezersonderzoek van 2006 toont echter aan dat sinds 2002 ‘rechts’ ook is gaan betekenen: immigranten moeten zich aanpassen aan onze (westerse, Nederlandse) cultuur in plaats van hun eigen (meestal islamitische) cultuur te willen handhaven in een ‘multiculturele samenleving’. Dat soort samenleving wordt tegenwoordig geassocieerd met ‘links’. In deze betekenis zal Verdonks beweging ongetwijfeld ook rechts zijn, zij het niet zo rechts als die van Wilders. Overigens is Wilders ook ‘rechts’ in de oudere, sociaal-economische betekenis: voor meer markt, minder ambtenaren, meer ongelijkheid. Gezien Verdonks liberale afkomst zou het verbazing wekken als haar TON in dit opzicht een andere positie zou innemen.

Waarom zou ze ook? Peilingen laten zien dat er genoeg potentiële kiezers ter rechterzijde te winnen zijn. Uit het Nationaal Kiezersonderzoek blijkt ook dat in 2006 meer kiezers zichzelf rechts van het midden plaatsten dan bij alle voorgaande verkiezingen sinds de jaren tachtig. Nederland beweegt, en vooral naar rechts. Een beweging die ontkent dat ze naar links of naar rechts wil, is óf misleidend óf doelloos aan de gang.

Paul Lucardie is politicoloog en werkzaam bij het Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Rita Verdonk bericht via Hyves over de voortgang van Trots op Nederland. Kijk daarvoor op:rita-verdonk.hyves.nl