Jeugd met eigen ‘zuipkeet’ drinkt twee keer zoveel

Jongeren die in een eigen informele keet samenkomen, drinken wekelijks gemiddeld twee keer zo veel alcohol als leeftijdsgenoten die geen keet bezoeken. Keetbezoekers zijn vaker dronken, tillen minder zwaar aan alcoholgebruik en zijn eerder geneigd om onder invloed aan het verkeer deel te nemen. Dit blijkt uit onderzoek van studente psychologie Jojanneke Korte van de Universiteit Twente.

Het onderzoek, uitgevoerd in opdracht van Tactus Verslavingszorg – in Oost-Nederland en Flevoland – is het eerste waarbij alcoholgebruik van keetbezoekers en niet-keetbezoekers is vergeleken. „Keetbezoekers scoren op bijna alle punten risicovoller”, aldus onderzoeker Korte.

In totaal zijn 1.516 leerlingen uit de vierde klas op Twentse scholen voor voortgezet onderwijs (gemiddelde leeftijd 15,8 jaar) ondervraagd. Van hen bezoekt 30 procent regelmatig een keet; vmbo-scholieren vaker dan havo- en vwo-scholieren. Keetbezoekers drinken wekelijks gemiddeld 15,2 glazen alcohol, terwijl niet-keetbezoekers 7,4 glazen drinken. Op één keetavond in het weekend drinken bezoekers gemiddeld negen glazen alcohol.

Keetbezoekers oordelen positiever over het drinken van veel alcohol. Ze bieden moeilijker weerstand, vertonen een flink hogere intentie om ‘zwaar’ te drinken en voelen zich hier moreel minder bezwaard onder. Ook jongeren die nog geen 16 zijn – de minimumleeftijd waarop alcohol gekocht mag worden – kunnen in bijna alle keten (82 procent) alcohol krijgen.

In Nederland zijn naar schatting 1.500 keten. Omdat deze vaak op privéterrein staan is er weinig controle. Uit het Twentse onderzoek blijkt dat in driekwart van de gevallen ouders toezicht houden. Bij tien procent van de keten controleert de politie of de gemeente. De helft beschikt over een brandblusser en minder dan de helft (43 procent) over een nooduitgang.

Tot dusver worden keten veelal door gemeenten gedoogd. Tactus Verslavingszorg vindt dat gemeenten keten moeten registreren en gezamenlijk met brandweer en politie regels moeten opstellen. „Je moet ze niet verbieden, daarvoor is hun sociale functie te belangrijk maar wel maatregelen nemen tegen ongezonde keten”, zegt onderzoeker Marloes Postel.