Initiatief voor liefhebbers

In het nieuwe EU-Verdrag, waarover de regeringsleiders vorige week overeenstemming bereikten, is een Europees Burgerinitiatief opgenomen. Hoe werkt het en zal dit middel leiden tot meer betrokkenheid van burgers bij ‘Europa’?

De omschrijving van het burgerinitiatief in het verdrag, dat op zijn vroegst begin 2009 in werking treedt, is nog rijkelijk vaag. Er staat alleen dat minstens één miljoen EU-burgers, afkomstig uit een ‘significant’ aantal lidstaten, de Europese Commissie kunnen verzoeken ergens een ‘passend voorstel’ over in te dienen. En dan alleen over onderwerpen waar het dagelijks EU-bestuur daadwerkelijk zeggenschap over heeft. Het initiatief vorig jaar van de Zweedse europarlementariër Cecilia Malmström om Straatsburg als vergaderplek voor het Europees Parlement op te heffen was daarom ook volgens de regels van het nieuwe verdrag kansloos geweest. Een Frans veto daartegen blijft volstaan.

Ondanks de beperkte reikwijdte van de onderwerpen en het feit dat de miljoen steunbetuigingen in theorie ook direct in de vuilnisbak kunnen belanden, wordt het burgerinitiatief positief ontvangen. Eurocriticus Harry van Bommel van de SP noemt het een van de „krenten uit de pap” uit de eerder verworpen Europese Grondwet. Hij verwacht dat uit het burgerinitiatief „een praktijk groeit waarbij bestuurders zich iets gelegen laten liggen aan de stem van burgers”. De eerste petities zijn volgens hem van groot belang. „De Commissie zou zichzelf enorm tekort doen als ze die terzijde schuift. Dan komt de burger later terug met de rekening; door voor one-issue-partijen te kiezen, of niet op te komen dagen bij de Europese verkiezingen.”

Hoogleraar Actief Burgerschap Evelien Tonkens spreekt van een „interessant experiment”. Ze verwacht echter dat het Europees Burgerinitiatief niet zozeer de betrokkenheid van burgers vergroot, als wel die van het maatschappelijk middenveld. „Vakbonden of milieuorganisaties zijn vrij gemakkelijk in staat een miljoen handtekeningen in te zamelen. Dat is op zich nuttig, want Europa kan nooit veel worden zonder een Europees middenveld. Maar dat middenveld wordt gedomineerd door hoogopgeleide Europaliefhebbers, waardoor de kloof met lager opgeleide, Europavijandige nationalisten intact blijft.” Tonkens pleit voor het inzetten van ‘Europese opbouwwerkers’ die burgers helpen zichzelf te organiseren.

Wilmer Heck