Generaal Freek kwam als idealist

Schrijver Arnon Grunberg reist voor de tweede maal door Afghanistan met de Nederlandse troepen. Vandaag het laatste deel.

Op Kaboel International Airport word ik opgehaald voor een bezoek aan het hoofdkwartier van ISAF, de NAVO-missie in Afghanistan. Behalve overste Ben zijn een handvol beveiligers meegekomen. Het gevaar van zelfmoordaanslagen in Kaboel is hoog.

„Ja, files kennen ze hier intussen ook”, zegt overste Ben terwijl we haastig door de straten rijden.

Het hoofdkwartier van de NAVO is in zijn soort heel aardig. Met een ‘Starbar’ waar alleen generaals welkom zijn, en een fijne tuin, zeg maar: een oase omringd door hoge muren.

In de ‘Yellow Building’ – het eigenlijke hoofdkwartier – word ik ontvangen door de hoogste Nederlandse militair in Afghanistan, generaal Freek.

Generaal Freek is een intelligente man met een snor.

„Ik kan je een positief verhaal vertellen”, zegt hij, „over de wegen die we hebben gebouwd, de kinderen die we naar school sturen, ik kan ook zeggen hoe ik erover denk.”

Ik geef de voorkeur aan het laatste.

„Wij bekijken Afghanistan door het rietje van Uruzgan, maar Uruzgan is een piepklein onderdeel van Afghanistan en Afghanistan kan niet worden begrepen zonder naar Pakistan te kijken, naar Rusland, naar Iran.”

De generaal pakt pen en papier.

„Het handboek van de counter insurgency zegt dat er een politiek proces moet zijn naast het militaire proces. Het parlement hier is zo corrupt als ik weet niet wat, maar er is een parlement, een prestatie. Negenennegentig procent van de mensen die op ministeries werken doen niet anders dan eten koken op een kleedje. Ik kwam hier als een idealist, maar de eenheid van de NAVO is vaak een illusie. Iedereen is uit op politieke macht.”

Hij zucht. „Wij kunnen de leiding van de Taliban uitschakelen. Er is een lijst van Taliban-leiders. Er zijn drie categorieën: Capture, Capture or Kill en Kill. Dat is een zorgvuldig proces. Ik ga je niet vertellen hoeveel mensen op die lijst staan. Maar we kunnen militair nooit van de Taliban winnen. Want ze maken integraal deel uit van de samenleving. In 2009 moeten ze meedoen aan de verkiezingen. Dat zou een oplossing kunnen zijn. En wij? Ik verwacht dat we het à la Irak doen. We blijven hier tot en met 2010, wat in praktijk betekent dat de laatste Nederlandse militair dit land in 2012 zal verlaten. Politici denken niet verder dan de volgende verkiezingen. Om hier iets op te bouwen moet je dertig jaar blijven en zelfs dan weet je niet of het zal lukken.”

Cultureel Supplement 2/10: Grunberg blikt terug op Afghanistan.