Gekte van de markt bij Europalia

Jonge kunstenaars uit de Europese Unie exposeren in hartje Brussel met hun ‘kunstwerk van de toekomst’. Een buitenkans, maar met beperkingen. „Ik heb er stiekem 28 sterren op geplakt.”

Nederlandse schappenkast (links), Cypriotische Venussen van Milo (boven) (foto), Tsjechische spiegel. (Foto’s Ine Van Coillie, Europalia) Replica’s van de Venus van Milo door Melita Couta.Foto’s Ine Van Coillie/Europalia Coillie, Ine Van

Melita Couta (32) kijkt weifelend naar haar creatie op de Grote Zavel, een Brussels plein vol kunstgalerieën en antiekzaken en van oudsher een handelsplaats voor antiquairs. Tweehonderd knalrood geverfde minireplica’s van de Venus van Milo staan in slagorde opgesteld op een eenvoudige houten sokkel. „De lijm droogt niet”, zucht de kunstenares.

Het zal komen door het Belgische weer, kouder en vochtiger dan in Cyprus waar Couta vandaan komt. „Misschien moet ik het maar zo laten, zodat mensen de beeldjes kunnen meenemen. Het past wel bij het idee: de tijdelijkheid van de culturele commercie, tegenover het permanente van klassieke kunst.” Couta wijst naar de ruim 250 jaar oude stenen Minervafontein, een paar meter bij haar eigen kunstwerk vandaan.

In het kader van het tweejaarlijkse kunstenfestival Europalia, dat zich voornamelijk in de Europese hoofdstad afspeelt, kregen Couta en collega’s uit de 26 andere EU-lidstaten een Brussels plein toegewezen om een kunstwerk op neer te zetten. Alle deelnemers zijn jonger dan 35 jaar. Het project heet Agorafolly, vrij vertaald: Marktgekte.

Achterliggende gedachte: marktplaatsen en pleinen vormen van oudsher een belangrijke ontmoetingsplek in Europa voor handelaars, kunstenaars, troubadours en gelovigen. Aan de kunstenaars de opdracht zich hier tot ‘een Europees kunstwerk van de toekomst’ te laten inspireren. „Het totaal levert een staalkaart van hedendaagse Europese kunst op”, zegt de bedenker van Agorafolly, de Belg Dirk Vermaelen. Bezoekers worden langs het kunstparcours geleid met een gps-ontvanger met geluidsopnames.

Europalia, begonnen als particulier initiatief in 1969, heeft elke editie een land als thema: dat kan een EU-lidstaat zijn, maar ook Japan en Rusland zijn al aan de beurt geweest. Een grote tentoonstelling in het Instituut voor Schone Kunsten vormt het hart van het festival, dat verder vier maanden lang aandacht besteedt aan de theaterwereld, klassieke muziek en jongerencultuur van het betreffende land. De Europese Commissie en het Europees Parlement financieren dit jaar circa een kwart van de kosten. De vorige editie (Rusland in 2005) trok volgens de organisatie ruim een miljoen bezoekers.

Voor de Onze-Lieve-Vrouw ter Kapelle-kerk staat de Eurobuzz: een ‘tweekoppige’ bus, gemaakt van twee oude Belgische harmonicabussen die met hun gekreukelde middendelen tegen elkaar aan lijken te zijn gegroeid. „Bussen brengen mensen samen, overal ter wereld”, zegt de Portugese schepper van de bus, Rodrigo Oliveira (29). Een Portugese cultuurambtenaar hielp Oliveira bij zijn weg door de Brusselse bureaucratie, om de bussen, afkomstig uit een Belgisch depot, op het plein te krijgen.

Een vergelijking van de bus met het imago waar de Europese Unie mee strubbelt, dringt zich op: een samengestelde entiteit die verschillende kanten op wil en als gevolg daarvan geen kant op kan? „Nee!”, zegt Oliveira stellig. „Dit werk is niet symbolisch. Ik kan geen kunstenaar zijn in dienst van enig regime. Ik heb alleen willen reflecteren.” Op de Eurobuzz zijn glow-in-the-dark-sterren geplakt, zodat het kunstwerk oplicht als het avond wordt. Staan die echt niet symbool voor de sterren uit de Europese vlag? „De vlag telt 27 sterren. Ik heb er stiekem 28 opgeplakt”, lacht de kunstenaar.

De Nederlandse kunstenaar Wouter Klein Velderman had nog nooit over Europa nagedacht in verband met zijn artistieke werk. „Kunst mag best politiek zijn, maar mijn kunst is dat niet. In Nederland is er ook nauwelijks zo’n traditie”, zegt hij. Zijn creatie is een reusachtige schappenkast op het Breughelplein, gevuld met veelkleurige blokken. Je kunt er de chaos rondom het Europees referendum in zien, zegt Klein Velderman, maar het verband dringt zich nou niet bepaald op. „Klopt. Iedereen kan er in zien wat hij wil”, zegt de kunstenaar.

Ook de Tsjechische deelnemers Pavel Sterec (22) en Ales Cernak (23) willen met hun werk geen oordeel over Europa vellen. „We zijn heel blij dat we onze kunst in Brussel mogen neerzetten. Maar het voelt een beetje raar om onderdeel uit te maken van een project dat Europese eenheid probeert te presenteren”, zegt Sterec. De Tsjechen bouwden een reusachtige witte schotel, een replica van een zogeheten akoestische spiegel, tot de Tweede Wereldoorlog gebruikt om vijandige vliegtuigen vroegtijdig op te sporen. Wie voor de schotel gaat staan, hoort de geluiden op het Sint-Goedelevoorplein versterkt terug. „We vonden de schotel gewoon een mooi symbool. Gigantisch, maar ook volkomen nutteloos, omdat de radartechnologie werd uitgevonden vlak nadat deze schotels werden geplaatst.” Het motief verwijst ook naar de geplande aanleg van een Amerikaanse militaire radar in Tsjechië. Maar het is geen politiek statement ervoor of ertegen, zegt Sterec.

Humor vormt een belangrijke aspect in veel werken van Agorafolly, ook in het kunstwerk dat het meest expliciet verwijst naar de EU. Op het Zaterdagplein plantte de Hongaarse kunstenaar Marcell Esterházy 27 wegwijzers, naar het kleinste dorpje in elke lidstaat. De kunstenaar is niet in de buurt om een toelichting te geven, maar volgens de expositiecatalogus wil hij Europeanen „minder over de historisch-politieke en meer over de cultureel-menselijke kant van Europa te laten nadenken”. Het kleinste dorp van Nederland? Dat is met 88 inwoners het Friese Olterterp, iets ten oosten van Beetsterzwaag.

Cultuurfestival Europalia, tot 3 februari in Brussel: www.europalia.eu