Automobilist blijft voor de fiscus gewillige melkkoe

Onder druk van Brussel moet de overheid de bpm (belasting op nieuwe auto’s) aanpassen. Volgens de autobranche gebeurt dat op een „onbehoorlijke manier”. Wie net een nieuwe auto heeft, is de klos.

De automobilist is een gewillige melkkoe voor de overheid. Maar de manier waarop de fiscus de belasting binnenhaalt via de automobilist gaat de komende jaren drastisch veranderen. Dat gaat niet ongemerkt voorbij aan de autobezitter. Zijn auto wordt namelijk bij verkoop of inruil minder waard.

Dat is vervelend voor bezitters van een privéwagen, maar voor een bedrijfstak als de leasebranche is het zelfs levensbedreigend als de nieuwe belastingregels niet zorgvuldig worden geïmplementeerd. En dat gebeurt volgens een woordvoerder van de leasebranche niet. „Zelfs hoogst onbehoorlijk.”

Ongeveer een kwart van de prijs van een nieuwe auto wordt gevormd door de bpm. Die belasting op de eerste aanschaf van een auto ruilt het kabinet onder druk van Brussel (dat niet te veel onderling verschil tussen de autoprijzen in de diverse EU-landen wil) in voor een heffing per gereden kilometer.

Om de overgang te versoepelen, maakt het kabinet een tussenstap. Verdeeld over vijf jaar wordt de bpm verlaagd in stappen van 5 procent per jaar, zelfs 6,5 procent in het eerste jaar. Gelijkopgaand daarmee wordt de motorrijtuigenbelasting jaarlijks met ruim 7 procent verhoogd. Het effect is dat de catalogusprijzen per 1 februari 2008 met ongeveer 2 procent kunnen dalen.

Dat kan een reden zijn om nog even te wachten met het kopen van een nieuwe auto of een auto van een recent bouwjaar. Als gevolg van de bpm-daling gaan de inruilprijzen van tamelijk nieuwe auto’s navenant omlaag. Dat effect herhaalt zich jaar op jaar. De inruilwaarde van de auto daalt en de kosten van het autorijden stijgen door de hogere motorrijtuigenbelasting.

Voor particulieren is dat vervelend, maar de leasebranche denkt zelfs dat het rampzalig gaat uitpakken. Leasebedrijven hebben een wagenpark van nieuwe auto’s die ze na drie jaar inruilen. Voor die auto’s hebben ze contractuele vaste vergoedingen met hun klanten afgesproken. Daar zit de strop van de lagere inruilwaarde niet in. Alleen al de bpm-maatregel levert volgens de branche het eerste jaar een verlies op van 136 miljoen euro.

Ze wil daarvoor compensatie van de nationale inner van de belastingen, staatssecretaris De Jager (Financiën). „Maar de contacten met de staatssecretaris lopen stroef. We wilden hem al in juni spreken maar hij liet niets van zich horen tot we onlangs de Tweede Kamer inschakelden. De manier waarop onze branche wordt getroffen, is onbehoorlijk. Wij kunnen door onze contracten namelijk geen kant uit”. aldus Renate Hemerik, woordvoerder van de branche.

De geplande operatie verloopt voor de schatkist wel neutraal, maar voor de autobezitter niet. Wie nu al een auto heeft, betaalt via de hogere motorrijtuigenbelasting mee aan de bpm-korting voor de mensen die na 1 februari 2008 kopen. Het komt helemaal hard aan bij de mensen met relatief nieuwe auto’s die een lagere inruilwaarde voor hun kiezen krijgen. Ze worden dubbel benadeeld. Om dat te ondervangen, zou de motorrijtuigenbelasting (en later de kilometerheffing) moeten variëren, al naar gelang de aanschafdatum. Dat zou erg ingewikkeld worden.

De omschakeling zou het minst verstorend zijn als alle autobezitters de rest-bpm op hun auto’s zouden terugkrijgen. Vanaf die dag kan iedereen dezelfde kilometerheffing gaat betalen. De niet-verbruikte bpm wordt in één keer afgerekend in een bpm-certificaat van een op te richten publiek-private organisatie. De waardedaling van de auto is dan gecompenseerd. De (gespreide) uitbetaling van de certificaten wordt bekostigd door een geringe opslag op de kilometerheffing. Den Haag studeert nog op het plan.