Waarom hulp aan de Palestijnen nu zinloos is

De Palestijnse gebieden zijn met stip gestegen op de lijst van landen die extra aandacht en financiële steun krijgen van het ministerie van Ontwikkelingssamenwerking. Toch zullen de Palestijnen niet staan te juichen. De zilvervloot had daar in de jaren negentig ook al aangelegd, en dat heeft de Palestijnen niets opgeleverd: geen welvaart, geen infrastructuur voor een nieuwe staat en al helemaal geen vrede. Sterker nog, de Palestijnen waren in vele opzichten beter af vóórdat de stroom geld loskwam na de vredesakkoorden van Oslo in 1993.

Sinds het mislukken van die akkoorden en de tweede intifadah is de toestand in de Palestijnse gebieden dusdanig verslechterd dat veel mensen volledig afhankelijk zijn geworden van voedsel en humanitaire hulp. Maar het doneren van meer ontwikkelingshulp vinden zij laf. Hieronder volgen drie redenen waarom hulp aan de Palestijnen op dit moment geen zin heeft.

Ontwikkelingsgeld zal onvermijdelijk in handen vallen van de oude corrupte garde van de Palestijnse Autoriteit (PA), die gehaat is bij de bevolking. Het bestuur van de PA is sinds de oprichting in 1994 al corrupt. Een onderzoek van de PA zelf (1998) wees uit dat 40 procent van het westerse ontwikkelingsgeld in eigen zak was verdwenen. Het aantreden van Mahmoud Abbas na het overlijden van Arafat heeft geen verandering in dit patroon gebracht.

Het investeren van geld in een bezet gebied waarvan de toekomst niet zeker is, is op zijn zachtst gezegd tricky. We hoeven de eeuwig in embryonale fase verkerende Gaza-haven maar in herinnering te roepen. Tientallen miljoenen Nederlandse euro’s werden hierin gestoken, diverse eerste stenen werden gelegd door Nederlandse premiers en Franse presidenten. Maar de droom vervloog toen het Israëlische leger het met Nederlandse vlaggen versierde terrein in 2001 platwalste. Politiebureaus, wegen, ministeries, alle met Nederlandse steun opgebouwd, werden tijdens Sharons regering gebombardeerd. En totale rechteloosheid beheerst nog steeds het gebied. Er bestaat geen Palestijnse infrastructuur meer, wat funest is voor wederopbouw. Groot obstakel vormt daarbij ook de muur die de Palestijnse gebieden fragmenteert.

Tot op heden is geen duidelijkheid over de grenzen en de status van een toekomstig Palestina. En Israël heeft aan de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Condoleezza Rice laten weten geen serieuze pogingen te doen om snel een vredesakkoord te sluiten. Waar onwil is, is geen weg.

De Nederlandse regering hanteert het beleid dat er niet gesproken mag worden met vertegenwoordigers van de radicaal-islamitische partij Hamas, die bij de democratische parlementsverkiezingen in 2006 won en nog steeds populair is. Met de nieuwe zilvervloot plaatst de minister zich in een spagaat, want er zullen dan veel meer zaken worden gedaan met de Palestijnen. Maar als partner mogen dan alleen nog de corrupte Fatah-ambtenaren dienen. De bevolking voelt zich niet serieus genomen. Hun houding is: accepteer je mijn stem niet, steek die hulp dan maar in je zak.

De enige uitweg uit dit duivelse dilemma is toch te gaan praten met Hamas. Dat zou een veel moediger stap zijn dan maar weer in de buidel tasten. Binnen de EU is al meer gemor te horen over het stringente boycotbeleid. In Israël zelf hebben vooraanstaande schrijvers als David Grossman, Avraham Yehoshua en Amoz Oz al opgeroepen tot dialoog.

Tot nu toe heeft het Westen veel te veel aan de leiband van Israël gelopen met de boycot van Hamas wegens terreurdaden. In het verleden was dat voor ons geen overweging om niet met de Israëlische premiers Begin, Shamir en Sharon te spreken, van wie bekend was dat ze bloed aan hun handen hadden.

Tegelijkertijd moet veel harder worden gewerkt aan een politieke oplossing in EU-verband en met de VS, VN en Sovjet-Unie: duurzame vrede. Het is de enige manier om de bevolking te helpen. Uitsluiting en isolatie hebben het omgekeerde effect, zoals al in de Gazastrook is bewezen. Pas als er serieuze vredesonderhandelingen op touw worden gezet, heeft ontwikkelingshulp zin. Ontwikkelingshulp onder de huidige toestand is het legitimeren en humaniseren van een bezetting. Aan de Palestijnen wordt de boodschap overgebracht dat we Israël niet onder druk durven en willen zetten om de levensomstandigheden te verbeteren, en dat schuldgevoel kopen we af.

Tineke Bennema is als historicus gespecialiseerd in het Midden-Oosten en schrijfster van het boek De Last van Khalil (2007), over de Palestijnse geschiedenis van de 20ste eeuw.