Schrijver Brouwers bedankt voor ‘schamele’ prijs

Jeroen Brouwers weigerde de Prijs der Nederlandse Letteren in ontvangst te nemen. Het aan de prijs verbonden bedrag is hem te schamel. De 16.000 euro betitelt hij als ‘een aalmoes’.

Jeroen Brouwers, die gisteren bekendmaakte de Prijs der Nederlandse Letteren te weigeren, is de eerste schrijver die dat doet. De auteur voelt zich geschoffeerd door ‘het luttele bedrag’ van 16.000 euro dat aan de prijs verbonden is. Hij is blij gemaakt met een „dooie mus”, zegt Brouwers in een telefonische reactie. De weigering impliceert dat de Prijs der Nederlandse Letteren dit jaar niet wordt uitgereikt.

Sinds 1980 is de Prijs der Nederlandse Letteren niet meer opgewaardeerd, terwijl er inmiddels een groot aantal prijzen is bijgekomen die de laureaat veel geld opleveren: De Gouden Uil betaalt jaarlijks 25.000 euro uit, de AKO en de Libris Literatuurprijs jaarlijks 50.000 euro. Een prijs als de Debutantenprijs bedraagt al 15.000 euro.

De hoogte van de door het ministerie van OC&W gesubsidieerde P.C. Hooftprijs werd in 1992 verhoogd van 25.000 gulden tot 125.000 gulden. Dit gebeurde juist uit angst dat de prijzengeldinflatie, die zich destijds bij de commerciële prijzen liet gelden, het prestige van deze belangrijke prijs zou verminderen. In 1971 weigerde W.F. Hermans de P.C. Hooftprijs nog, om een verwante reden. In de brief die hij van de toenmalige minister kreeg, las hij dat het aan de prijs verbonden bedrag 18.000 gulden zou zijn. Het bleek dat hij de l van de afkorting fl. als 1 had gezien en dus ‘ƒ 18000’ zag waar fl. 1800 stond. Hij was woedend toen hij het werkelijk bedoelde bedrag hoorde.

Brouwers is even boos over het bedrag dat aan de Prijs der Nederlandse Letteren verbonden is. „Nu word je naar de Parnassus getild en afgescheept met een aalmoes. Deze prijs wordt de Nobelprijs der Lage Landen genoemd en daar hebben de Nederlandse en Belgische regering, aangezien de prijs driejaarlijks wordt uitgereikt, ieder het luttele bedrag van 2.666 euro per jaar voor over.”

De Prijs der Nederlandse Letteren, die Brouwers op 20 november door koning Albert van België zou worden uitgereikt, wordt beschouwd als de hoogste literaire onderscheiding in het Nederlandse taalgebied. De schrijver had al eerder geprotesteerd tegen de hoogte van de prijs.

Brouwers’ weigering komt een dag nadat de leden van Comité van Ministers van de Nederlandse Taalunie, onder wie de ministers Plasterk (OC&W) en zijn Vlaamse ambtsgenoot Bert Anciaux, besloten dat het onmogelijk was de prijs voor dit jaar alsnog te verhogen. Wel zullen de ministers advies inwinnen over de vraag of het bedrag van de Prijs der Nederlandse Letteren ‘nog recht doet aan het daarmee verbonden prestige’, aldus een mededeling van de Taalunie.

Dat heeft Plasterk Brouwers maandag telefonisch meegedeeld. De directe aanleiding voor Brouwers om de prijs te weigeren was dat dit advies niet dit jaar nog kon worden ingewonnen. „Dat zou volgens de reglementen niet meer kunnen. Verander die reglementen dan, zei ik tegen Plasterk!”

Brouwers uitte zijn grieven vrijdag in een interview met de Volkskrant. Bij monde van de auteurs Tom Naegels en René Appel, vielen daarop de Vereniging van Letterkundigen (VvL) en de Vlaamse Auteursvereniging (VAV) hem bij in een open brief aan de twee ministers, die werd gepubliceerd in de Volkskrant en in De Morgen. Volgens hen getuigt het bedrag dat aan de prijs is verbonden van ‘een gebrek aan respect voor de Nederlandstalige literatuur’.

De Taalunie betreurt de weigering ten zeerste. „De Prijs is bedoeld als een eerbewijs”, zo reageert het Comité van Ministers van de Taalunie. „Jammer dat wij een groot schrijver deze eer niet kunnen bewijzen.” Brouwers werd meerdere malen onderscheiden, ook met prijzen met een hoog prijzengeld, zoals de AKO literatuurprijs in 2001. Ook kreeg hij de Constantijn Huygensprijs en twee keer de Gouden Uil. Zijn nieuwste roman, Datumloze dagen, verscheen vorige week.

Rectificatie / Gerectificeerd

Jeroen Brouwers

In het bericht Schrijver Brouwers bedankt voor ‘schamele’ prijs (24 oktober, pagina 9) stond dat W.F. Hermans de P.C. Hooftprijs weigerde nadat hij in de brief van de minister het prijzengeld (fl. 8000) abusievelijk had gelezen als (f 18.000). Die vergissing was echter niet van Hermans, maar van een ambtenaar van het ministerie, die de beschreven leesfout maakte bij het herschrijven van de brief. Zo kreeg Hermans een brief met een verkeerd bedrag erin.